In zestiende eeuw zag men in bultrug ‘Johannes’ het einde van de wereld

Bultrug ‘Johannes’ had Nederland van vorige week woensdag tot zijn dood gisteren (en daarna nog) in zijn ban. Zo nieuw is ophef rondom een walvis niet. In de zestiende eeuw zag men gestrande walvissen als een aankondiging van onheil en zelfs het einde der tijden.

Geïnteresseerden klimmen op en in een gestrande walvis bij Berckhey in 1598. De tekenaar maakte een deel ter plekke, en rondde de gravure waarschijnlijk deels ergens anders af. Zo kon het gebeuren dat hij ogenschijnlijk dacht dat een vin een oor was. Gestrande walvis bij Berckhey, 1598, anoniem, 1598. Foto Collectie Rijksmuseum

Bultrug ‘Johannes’ had Nederland van vorige week woensdag tot zijn dood gisteren (en daarna nog) in zijn ban. Wat een land, dat we ons hier zo druk over maken, dachten sommigen. Maar zo nieuw is ophef rondom een walvis niet. In de zestiende eeuw zag men gestrande walvissen als een teken van God, zelfs soms als een aankondiging van het einde der tijden.

Tussen 1521 en het einde van de zeventiende eeuw strandden zeker veertig walvissen op de Nederlandse kust. Waarschijnlijk door de modderige en hellende oevergebieden van de Noordzee, die het zwemmen daar gevaarlijk maakten voor walvissen.

Vaak als een walvis strandde, maakten kunstenaars daar toen gravures van. De mensen vonden de walvis maar een wonderlijk dier. Op de afbeeldingen staan talloze mensen rond én op de dode walvissen. Een enkeling staat in zijn mond, een ander klimt een ladder op die tegen de walvis aanstaat, en weer een ander meet een gigantisch voorplantingsorgaan op. Dat is nog eens wat anders dan het gebiedsverbod dat nu voor bultrug Johannes gold.

Gestrande walvis bij Wijk aan Zee, 1601, A.B. van Deinse, 1917. Foto Collectie Rijksmuseum

Gestrande walvis bij Wijk aan Zee, 1601, A.B. van Deinse, 1917. Foto Collectie RijksmuseumGestrande walvis bij Wijk aan Zee, 1601, A.B. van Deinse, 1917. Foto Collectie Rijksmuseum

De walvis als orakel in een angstige tijd

Veel Nederlanders dachten dat er een heel andere verklaring voor de strandende walvissen was, en stonden niet vol enthousiasme lichaamsdelen op te meten van de reusachtige beesten. Niet zozeer omdat ze het zo erg vonden voor de walvis. Ze zagen de dieren als orakels, als tekens van naderend onheil.

Zo zou de gestrande walvis uit 1598 in Berkhey de Spaanse invasie later dat jaar hebben voorspeld, en was een walvis in 1601 voorteken voor een belegering, een mogelijke armada, en daarop volgde nog een zons- en maansverduistering, een aardbeving en de pest. De walvissen werden door sommigen zelfs gezien als een waarschuwing van God. Als Nederlanders niet luisterden naar de goddelijke wetten, stuurde hij blijkbaar een walvis op ze af. Het idee dat walvissen onheil voorspelden, kwam uit de Bijbel - Jonas en de walvis.

De angst voor slechte voortekenen was tekenend voor een tijd waarin Nederland zich in grote onzekerheid en angst bevond door religieuze conflicten en oorlogen. Toen de Nederlandse Republiek een zekerder positie had en de Gouden Eeuw in volle bloei was, verdwenen de speculaties over dramatische toekomsten na walvisstrandingen ook. Gravures vinden we dan nauwelijks meer. De walvisvaart nam toe en walvissen werden meer handelsartikelen dan symbolen. Of anders symbolen van rijkdom en voorspoed.

Wat zou het over onze tijd zeggen dat we emotionele hoogtepunten bereiken door een gestrande overleden walvis? Als we de zestiende-eeuwse geloven aanhouden, moeten we ons zorgen gaan maken. Eind deze week, op 21 december, eindigt volgens de Maya-kalender de wereld.