Hulp? Prima, als we er iets aan hebben

Ontwikkelingshulp moet anders, vindt het kabinet: het moet in ons eigen belang zijn. Dat is even slikken voor hulporganisaties.

Hetzelfde resultaat met minder geld. Dat is het streven van Lilianne Ploumen (PvdA), de nieuwe minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Toverwoord: samenhang. „Hoe zetten wij ons leger in? Welke investeringen doen onze bedrijven? Allemaal vragen die je alleen in samenhang kunt bekijken”, zei ze vorige maand.

De andere aanpak is af te lezen aan haar visitekaartje. Het is niet langer minister voor Ontwikkelingsamenwerking. Het is Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, waarmee aangegeven is dat hulp voor een belangrijk deel ook eigenbelang is. Dat was het altijd al, maar niet eerder is het zo onomfloerst uitgesproken. Bij de Nederlandse ondernemers heerst vooralsnog tevredenheid.

Anders ligt het bij de particuliere hulporganisaties die hun projecten deels met overheidsgeld uitvoeren. Ploumen moet nog aangeven waar zij vanaf 2014 gaat snijden, maar de zorgen zijn er al wel. Directeur René Grotenhuis van Cordaid moest zoals hij zegt, „even bijkomen” toen hij voor het eerst van de bezuinigingsplannen van het nieuwe kabinet hoorde. „Ik had niet gedacht dat de coalitie van PvdA en VVD de vorige van CDA,VVD en PVV nog zou overbieden. Dit is echt een heel erg grote bezuiniging.”

Volgens hem betekent deze ingreep dat de hulp heel anders georganiseerd zal moeten worden. „Met dit beperkte budget zullen we ontwikkelingssamenwerking opnieuw moeten uitvinden. Anders kom je terecht in een moeras van belangengroepen en tegenstellingen”, zegt hij. „Er wordt nog altijd te veel verkokerd gewerkt.”

Toekomstige ontwikkelingssamenwerking moet zich volgens hem bezighouden met drie grote, veelal grensoverschrijdende thema’s. Allereerst is dat onveiligheid, niet alleen veroorzaakt door oorlog, maar ook toenemende criminaliteit. Dan is er de toenemende ongelijkheid binnen de ontwikkelingslanden. Grotenhuis: „Je ziet in Angola mensen die er beter bijzitten dan mensen in Blaricum.” Ten slotte vormen water, de strijd om grondstoffen en het klimaat een steeds groter probleem.

Vandaar zijn pleidooi voor een andere aanpak, waarbij wordt afgestapt van op zichzelf staande projecten en meer aandacht komt voor de grote thema’s. Afgezien van de hoeveelheid geld, sluit dit trouwens wel aan bij de benadering van Ploumen.

Een nieuw element in haar begroting is een apart fonds van 250 miljoen euro voor de financiering van vredes- en crisisbeheersingsoperaties. Dit geld wordt weggehaald bij de begroting van Defensie. Voor de PvdA biedt deze nieuwe pot met geld een mogelijkheid tegemoet te komen aan de langgekoesterde wens de Nederlandse krijgsmacht actiever te laten zijn in Afrika. In elk geval ziet oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders dit wel zitten. Tegenwoordig geeft hij als ondersecretaris van de Verenigde Naties in Ivoorkust leiding aan één van de grootste vredesoperaties van de volkerenorganisatie in Afrika. „We hebben het Afrikaanse continent de afgelopen periode te veel links laten liggen’’, zegt hij. „Dat is erg onverstandig. Afrika ligt vlakbij en ik zie elke dag hoe vredesoperaties, míts goed uitgerust, het verschil van dag en nacht kunnen maken. Maar die mits is wel cruciaal.”

Hierbij doelt Koenders op voldoende militaire middelen. „In Afrika gaat het economisch steeds beter en de conflicten verminderen. Maar de situatie blijft in de komende jaren in de Hoorn en Centraal- en West-Afrika risicovol omdat de grens tussen internationale criminaliteit, mensenrechtenschendingen en conflict flinterdun is. De Nederlandse krijgsmacht kan in het verband van EU en VN veel meer betekenen om burgers te beschermen en landen meer perspectief te geven. Dat is gezamenlijk belang.”

Hoe dat zou moeten? Koenders: „We kunnen samenwerken met Scandinavische landen en onze buurlanden en gezamenlijk de risico’s delen. Daarbij kan je denken aan force protection (militaire beschermingstroepen, red.), het beschikbaar stellen van helikopters, verkenningscapaciteit, hulp bij de opbouw van politie en leger,ontwapening, mensenrechtentrainingen, hospitalen. We staan erom te springen. Met specialistische kennis en door samen te werken met een aantal landen kunnen VN-vredesoperaties echt het verschil maken. Maar dan moeten ze daartoe wel de middelen krijgen.”

Het is de militaire component in ontwikkelingshulp die het Rode Kruis juist grote zorgen baart. „Militairen die noodhulp verlenen, kunnen het werk van humanitaire organisaties bemoeilijken of soms zelfs onmogelijk maken”, stelde de organisatie afgelopen week in een verklaring.

Minister Ploumen kan intussen constateren dat het debat hoofdzakelijk de uitvoering betreft. Daarmee is de bezuiniging van 1 miljard als zodanig geaccepteerd.

    • Mark Kranenburg