Hollandse trainer is allang niet meer zo'n sterk merk

Nederlandse coaches zijn in korte tijd uit het Europese topvoetbal verdwenen. „De beste wordt nagedaan en uiteindelijk ingehaald.”

Met het ontslag van Huub Stevens bij Schalke 04 is Nederland zijn laatste trainer bij een Europese (sub)topclub kwijt. De hoogstgenoteerde buitenlandse club met een Nederlandse trainer (John van den Brom) is nu Anderlecht, op plaats 49 in de UEFA-ranglijst. Direct daarachter Fulham van Martin Jol. Nederlandse bondscoaches van enigszins aansprekende (buiten)landen zijn er ook niet meer.

Het contrast met een paar jaar geleden is groot. Op het WK 2006 was Nederland met vier bondscoaches vertegenwoordigd, op het EK in 2008 met drie. Die zomer won Dick Advocaat met Zenit St. Petersburg de UEFA Cup. Ronald Koeman was dat voorjaar ontslagen bij Valencia. Het jaar daarop zou Louis van Gaal beginnen bij Bayern München en de finale van de Champions League halen. Guus Hiddink was bij Chelsea nog even interim-trainer.

Wat is daar nog van over? Weinig. Misschien is het gewoon toeval. Of pech. Of hebben we nu te maken met een tussengeneratie, en is het aftellen tot de Frank de Boers van deze wereld bij Europese topclubs belanden? „Dit is een momentopname”, zegt Aad de Mos, oud-trainer van onder meer Ajax, PSV, KV Mechelen en Anderlecht. Volgens hem is de populariteit van trainers een afspiegeling van het succes van de nationale ploeg en internationale successen van Nederlandse clubs. „Spanje en Duitsland zijn daarom nu in het trainersvak toonaangevend.”

Simon Kuper, schrijver en kenner van het internationale voetbal, zegt dat het „merk Nederlandse trainer de afgelopen jaren verzwakt” is. „Ik denk dat Nederlandse coaches kwalitatief nog steeds dichtbij de top zitten, maar hun reputatie is minder dwingend dan vroeger. Bij Barcelona móesten ze in 2003 een Nederlander hebben. Ze hebben er acht gevraagd, het werd Frank Rijkaard die net was gedegradeerd met Sparta. Dat is nu ondenkbaar.”

De generatie die in de jaren 70 tactisch is gerijpt (Advocaat, Hiddink, Van Gaal, Beenhakker, Cruijff) heeft nu een leeftijd bereikt waarbij de behoefte afneemt om „kennis te verkopen”, zegt Kuper. „En de generatie daarna heeft de reputatie die Nederlandse trainers hadden niet geëvenaard. De spelers van het EK in ’88 hebben als coaches geen briljante tactische vondsten laten zien. Clubs vragen zich dan af: waarom zouden we een Nederlander nemen?” De Mos beaamt dat. „Van Basten, Gullit, Wouters en de Koemans hebben allemaal tikkies gehad.”

Spanje en Duitsland zijn Nederland voorbijgestreefd, weet Kuper. „Vooral Duitsland is actief gaan kijken naar wat Nederlanders tactisch allemaal goed deden. Kuper: „We hadden de beste trainers. Maar het werkt net als in de industrie: de beste wordt nagedaan en uiteindelijk ingehaald. Andere landen kopieerden wat goed is en nu is Nederland zijn voorsprong kwijt.”

Daar komt bij dat de belangrijkste Nederlandse club volgens Kupers „dogmatisch” vasthoudt aan aanvallend voetbal. „Ajax was altijd het meest vindingrijk. Onder invloed van Cruijff klampt de club zich nu helemaal vast aan het verleden. Ze weten daar zelf ook dat 4-3-3 gedateerd is. Tegelijkertijd is er de weerstand tegen technologische hulpmiddelen en computers.”

Ook De Mos ziet een beperking in de aanvallend speelstijl van veel Nederlandse trainers. „Kleine ploegjes zoals het Spaanse Levante spelen tactisch heel goed, maar daar kijken wij op neer. En neem Corinthians [gisteren winnaar van de wereldbeker]: dat team kan uit de voeten in 4-4-2 en 4-5-1. Ik denk dat we daarin creativiteit missen. Wij denken dat er maar op één manier gespeeld kan worden”, zegt hij, doelend op de Hollandse speelstijl met vleugelspelers. „Als je die niet hebt, moet je daar niet aan blijven vasthouden.”

De Mos denkt dat trainers in Nederland met te veel bagage aan hun loopbaan beginnen. „Ik heb het ook niet allemaal van een papiertje geleerd. Een coach moet creatief kunnen zijn.” Toch wanhoopt hij niet: „Soms moet je ook een beetje geluk hebben dat er een plekje vrij is.”

Kuper signaleert in de Premier League een groep van „volgelingen van [Real-coach] Mourinho” die de baantjes verdelen: Brandon Rogers van Liverpool, André Villas-Boas vorig seizoen bij Chelsea, Steve Clarke bij West Bromwich. „Die hebben met Mourinho gewerkt bij Chelsea. Zo werkt het vaak: toptrainers brengen zelf een groep trainers voort en daar zit nu geen Nederlander tussen.”

En van wie heeft Mourinho het allemaal geleerd? Juist, Louis van Gaal.