Het kerstbrood dat niet kan mislukken

Recepten zijn er om mee te experimenteren, te spelen, om te buigen naar je eigen smaak. Maar sommige recepten, vooral recepten voor gebak, daar moet je eigenlijk niet aan willen komen. Als ze goed zijn, zijn ze goed. Zoiets geldt ook voor deze kerststol. Eerst bakte mijn moeder hem 100 Kerstmissen, en sinds ik het

Recepten zijn er om mee te experimenteren, te spelen, om te buigen naar je eigen smaak. Maar sommige recepten, vooral recepten voor gebak, daar moet je eigenlijk niet aan willen komen. Als ze goed zijn, zijn ze goed.

Zoiets geldt ook voor deze kerststol. Eerst bakte mijn moeder hem 100 Kerstmissen, en sinds ik het ouderlijk huis verliet bakte ik hem zelf ook al zo’n 100 Kerstmissen. Hij is nog nooit mislukt. En hij is ontzettend lekker. Never change a winning kerststol.

Smelt 75 gram boter. Zeef bloem, zout, koekkruiden en basterdsuiker boven een grote kom. Rasp de gele citroenschil erboven en bestrooi gelijkmatig met de gist. Maak een kuiltje in het midden. Breek hierboven 1 ei en voeg de gesmolten boter, melk en rum toe. Roer met een houten lepel vanuit het midden tot een plakkerig deeg. Bestuif het werkvlak met bloem en kneed het deeg 10 minuten met de hand. Doe dit door het deeg steeds uit te rekken en weer dubbel te vouwen, tot het soepel is en niet meer aan de handen plakt. Leg het deeg terug in de kom, dek af met een vochtige theedoek en laat op een warme plaats ongeveer 45 minuten rijzen. Pers de helft van de citroen uit. Klop het tweede ei los in een kommetje. Leg het amandelspijs op een bord en prak er het citroensap en de helft van het losgeklopte ei door. Bestuif het werkvlak opnieuw met bloem en druk het deeg een beetje platter. Leg de rozijnen, krenten, amandelen, oranjesnippers en sukade in het midden, vouw het deeg eromheen en kneed de vulling erdoor. Bestuif de deegroller met bloem. Vorm het deeg tot een dikke ovale lap en rol het aan een lange kant wat uit. Vorm het amandelspijs tot een worstje en leg in midden, over de lengte van deeg. Vouw de dikkere helft er overheen zodat de vorm van een kerststol ontstaat. Leg het brood op een met bakpapier beklede bakplaat en laat onder een vochtige theedoek 45 minuten narijzen. Verwarm de oven op 220 graden. Smelt de rest van de boter. Bestrijk het deeg met de helft ervan en bestuif eventueel nog lichtjes met water uit een plantenspuit. Draai de oventemperatuur terug naar 200 graden en bak de kerststol in 30 – 35 minuten goudbruin en gaar. Leg de stol op een rooster, bestrijk met de rest van de boter en bestuif met een dikke laag poedersuiker.

Kerststol

125 g roomboter

350 g bloem + extra om te bestuiven

½ theelepel zout

1 theelepel koekkruiden

3 eetlepels witte basterdsuiker

1 schoongeboende (onbespoten) citroen

1 zakje gedroogde gist (7 gram)

2 eieren

150 ml lauwwarme melk

2 eetlepels bruine rum

200 g rozijnen

150 g krenten

50 g gepelde amandelen, grof gehakt

50 g oranjesnippers en sukade, fijngesneden

300 g amandelspijs