Het ‘anti-leven’ van Maria Aljochina (Pussy Riot) in de strafkolonie

Vrouwen in een Russisch strafkamp als dat van Ajochina. foto AP / Yuri Tutov

“Alles is grijs. Zelfs als iets een andere kleur heeft, zit er nog grijs in.” Nee, Maria Aljochina - een van de twee leden van Pussy Riot – is niet bepaald enthousiast over haar strafkolonie in de Oeral.

Ajochina zit samen met bandlid Nadezjda Tolokonnikova vast voor ‘religieuze haat gevoed hooliganisme’. Dat gaat in Rusland niet in een gewone cel, maar in een strafkamp waar de ongehoorzamen een stukje discipline wordt bijgebracht. Net niet waar Ajochina trek in heeft, zo blijkt.

‘Het is een anti-leven’

AFP meldt dat de 24-jarige zich beklaagt over het monotone karakter van het leven in het werkkamp nummer 28 in de regio van Perm. Vooral dat grijze: “Alles: de gebouwen, het voedsel, de lucht, de woorden”, zegt de jonge moeder.

Volgens haar is het kamp omgeven door fabrieken die schadelijke stoffen uitstoten en bossen. “Het is een anti-leven”, zegt Ajochina, die het ook al niet opheeft met medegevangenen en na enkele aanvaringen daarom vroeg om eenzame opsluiting.

Naaien voor 24,65 euro per maand

De dagelijkse routine bestaat uit om half zes opstaan. Dan rennen de veertig gevangenen gauw naar de drie baden en twee wc’s zodat ze om zes uur kunnen ontbijten. “Ik raak eraan gewend.”

En gewend raken lijkt de bedoeling van het kamp. Eerst moest Ajochina de regels van de instelling uit haar hoofd leren zonder daarbij in slaap te mogen vallen. Nu mag ze met naald en draad werken, twaalf uur per dag voor 24,65 euro per maand.

De nadruk ligt volgens het Pussy Riot-lid op het gehoorzamen. Hoe meer je doet wat de gevangenis wil, hoe meer ‘punten’ je scoort om eerder vrij te komen. Zo scoort het als je naar de gebedsruimte gaat, hoewel Rusland seculier is natuurlijk. Of naar de bieb, of de psycholoog.

“Alles wat je als gevangene doet staat in het teken van punten scoren. Ze willen hier geen persoonlijkheden, maar mensen die gewend raken aan hoe het hier gaat. Maar ik maak andere keuzes in deze hopeloze situatie.”