Eenmaal, andermaal, hockeyer verkocht!

Oud-internationals gaan korte tijd hockeyen in India. Op een veiling werden ze per opbod verkocht.

Amsterdam. Als de veilingmeester stuknummer 110 aankondigt, verschijnt op het scherm achter hem het blonde hoofd van Floris Evers. „Wie biedt? Wie heeft 25.000 over voor deze zeer ervaren Nederlandse speler? Dat is heel, heel goedkoop. 25.000 voor Floris Evers, wie is er geïnteresseerd?”

Het blijft lang stil in het zaaltje in Mumbai, waar gisteren 246 hockeyers van over de hele wereld per opbod werden verkocht aan vijf Indiase clubs. Geen interesse voor de aanvoerder van het Nederlands hockeyteam dat deze zomer zilver won in Londen? Ja, aan het tafeltje van de Ranchi Rhinos gaat een hand omhoog. 26.000 dollar. Dan gaat het even over en weer, tot Evers voor 31.000 dollar aan hetzelfde Rhinos verkocht wordt.

De Hockey India League is dit jaar erkend door de internationale hockeyfederatie (IHF). Deelname komt een speler dus niet op een schorsing te staan en de lucratieve competitie wekte zodoende de interesse van tien Nederlandse (ex-)internationals. Tijdens de winterstop kunnen zij cashen in de minicompetitie die vier weken duurt en half januari begint.

Teun de Nooijer kostte bijvoorbeeld 66.000 dollar, keeper Jaap Stockmann ‘deed’ zelfs 68.000 dollar. „De veilingmeester heeft mij gered”, zegt Evers in een telefonische reactie. „Het duurde zo lang voordat iemand bood, dat hij me ook had kunnen afslaan. Ik ben heel blij dat ik mee kan doen.”

Want Evers is toch al in India. Hij is voor vijf maanden op wereldreis. Zijn interlandcarrière heeft hij na de Spelen afgesloten en bij zijn club Amsterdam keert hij dit voorjaar weer terug. Momenteel volgt hij een opleiding tot yogaleraar in het deelstaatje Goa aan de westkust van India. Hij heeft net een week van bruine rijst en water achter de rug. „Ik moet nog een week en dan ben ik yogaleraar. En die week heb ik ook nodig, want ik ben nog niet ‘zen’ genoeg dat ik deze veiling zomaar op zijn beloop kan laten”, mailde hij eerder gisterochtend terwijl hij vanachter een laptop zijn eigen verkoop volgde.

Zelf was Evers verrast dat hij überhaupt in aanmerking kwam voor een bod. „Ik ben officieel retired. In die perceptie mag ik van geluk spreken dat er interesse was.” Als hij niet was gekocht, had hij zijn reis in Zuid-Amerika voortgezet. „Carnaval in Rio gaat nu dus niet door. Nu ga ik snel zorgen dat ik topfit ben als deze competitie begint. Ik heb al een hele tijd geen stick meer vast gehad. Wie is mijn trainer eigenlijk? Weet jij dat?”

Het veilen is een hard en voor sommigen pijnlijk proces. Tientallen Indiërs en enkele buitenlanders vallen buiten de boot. Dat gaat dan zo. „Wie biedt? Wie heeft interesse?”, probeert de veilingmeester een aantal keer. „Nee, niemand wil hem? Geen interesse?” Dan de hamer. „Geen interesse. Op naar de reservelijst.” Dit overkwam bijvoorbeeld Tim Jenniskens.

De veiling is gemodelleerd naar die van de Indiase Premier League cricket, waarin beduidend hogere bedragen omgaan. Ook aan de voetbalcompetitie in India ging dit jaar een veiling vooraf, waar voormalige sterren als Hernán Crespo, Fabio Cannavaro en Robert Pirès rond de acht ton opstreken. Zulke bedragen werden bij de hockeyveiling nog niet eens neergelegd voor een heel team. Uttar Pradesh Wizards gaf 646.200 dollar uit, de andere vier clubs waren iets bescheidener.

Met Teun de Nooijer zijn de Duitser Moritz Fürste, de Australiër Jamie Dwyer en twee Indiase spelers de publiekstrekkers. Zij voeren elk een van de vijf teams aan. De Nederlandse recordinternational, die ook stopte na de Spelen, verdient als marquee player 115 procent van het salaris dat de meest verdienende speler in zijn team krijgt. Omdat ‘zijn’ club Uttar Pradesh Wizards 76.000 dollar betaalde voor de Indiër V.R. Raghunath, zou het Indiase avontuur De Nooijer dus 87.400 dollar moeten opleveren.

Evers weet niet hoeveel hij precies van zijn 31.000 dollar mag bijschrijven op zijn rekening. Het zal genoeg zijn om zijn wereldreis te bekostigen. „Dat is wel lekker. Maar weet je, ik had het ook voor niets gedaan.”

    • Bart Hinke