Een dubbele axel voor Sjoukje en Joan

Bij de NK kunstrijden waren Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel kritische toeschouwers. De ex-kampioenen botsen met de bondsbestuurders.

Kyarha van Tiel is twaalf jaar, klein van stuk, maar een pittig dametje op kunstschaatsen. Een talent, dat lijdt geen twijfel. Ze heeft net de dubbele axel onder de knie. Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel reageren verrukt als de Rotterdamse scholiere bij de Nederlandse kampioenschappen de ingestudeerde sprong met verve uitvoert. De grand old ladies van het kunstrijden herkennen vanaf de tribune in Dordrecht Van Tiels kwaliteiten. Maar is er wel toekomst voor kunstschaatstalent in Nederland?

De voormalige kampioenen hebben hun twijfels. Tenminste, zo lang de schaatsbond de regie voert. De tijd dat Dijkstra en Haanappel samen Nederlandse, Europese, olympische en wereldtitels bijeen reden ligt bijna vijftig jaar achter ons. Sindsdien heeft Dianne de Leeuw, dankzij haar Amerikaanse opleiding, Nederland in de jaren zeventig nog aan internationale successen geholpen, maar daarna zijn alle talenten in de knop gestorven. Voornaamste oorzaken: (te) weinig ijs, (te) weinig geld en (te) weinig wil om de sport te professionaliseren. Als de bond geen actie onderneemt, dan doen Dijkstra en Haanappel het toch zelf. Want de sport is hun te dierbaar om in Nederland naar de verdoemenis te laten gaan.

Nadat Haanappel enige jaren terug uit frustratie over de dominante cultuur van langebaanschaatsen uit het bondsbestuur was gestapt, wilde ze een afzonderlijke bond voor het kunstrijden oprichten. De Stichting Kunstrijden Nederland (SKN) werd echter niet erkend door sportkoepel NOC*NSF, waarna Dijkstra en Haanappel hun doel bijstelden en zich sindsdien richten op fondswerving om talenten financieel bij te staan.

Het is hard nodig, meent Haanappel, stichtingsvoorzitter en bezielende kracht aan de SKN. „Er gebeurt in Nederland niets voor het kunstrijden. Ja, de bond stelt per week vijfenhalf uur ijs beschikbaar. Vijfenhalf uur, een lachertje voor een sport waar je in de top al vijfenhalf uur per dag moet trainen. De KNSB heeft nu een tienjarenplan voor het kunstrijden geschreven. Mooi hoor, maar wat moet de huidige generatie daarmee? Ach, zulke plannen zijn vaker geschreven, maar zonder resultaat.”

Haanappel heeft intussen zakenvrouw Sylvia Tóth bereid gevonden de stichting te steunen. Volgens haar nog maar het begin. Met het fonds willen de twee mastodonten van het kunstschaatsen talenten zoals Kyarha van Tiel persoonlijk ondersteunen. Haanappels gedrevenheid kent geen grenzen, ook al is ze al 72 jaar. „Mensen die me vragen waar mijn drive vandaan komt, antwoord ik altijd: ‘Wie moet het dan doen?’ Ik ga door tot ik niet meer kan. Mijn man en ik stellen de erfenis beschikbaar aan SKN. Want ik wil de talentbegeleiding in Nederland geregeld hebben voor ik onder de zoden ga.”

Voor Astrid Tammeling-Winkelman, de trainster van Kyarha van Tiel, kan de fondsenwerving van Dijksta en Haanappel niet snel genoeg gerealiseerd worden. Nu kan zij talenten nog bij haar club DDD in Dordrecht genoeg aandacht en ijsuren bieden, maar als Kyahra van Tiel aan de internationale stap toe is, zal geld voor buitenlandse stages dringend nodig zijn.

Zij zou Kyarha van Tiel op termijn graag overdragen aan haar goede vriendin Manon Peron, de Canadese trainster van Joannie Rochette, die bijna drie jaar geleden brons won bij Winterspelen in Vancouver.

Hoop op ondersteuning van de bond heeft Tammeling-Winkelman, zelf drievoudig Nederlands kampioen, al opgegeven. Kritisch: „Er wordt elke twee jaar wel een vijfjarenplan geschreven. Toen ik nog schaatste was er een bondsbureau met twaalf arbeidskrachten. Nu werken er zestig. Dan hoef ik niet te vertellen waar het geld naartoe gaat.”

Jeroen Prins (interim disciplinemanager kunstschaatsen bij de KNSB) en Karen Venhuizen (oud-rijdster die hem binnenkort opvolgt) kennen de kritiek van Dijkstra en Haanappel, maar wijzen naar het tienjarenplan. In hun ogen een bewijs dat de bond het beste voor heeft met kunstrijden. De reactie van Prins op de kritiek: „Wij allen zijn de KNSB. Ons probleem de laatste jaren was verlaging van het budget voor kunstrijden. Met 250.000 euro per jaar zijn de mogelijkheden beperkt.”

Venhuizen, pas drie maanden in functie, ziet de stichting van Dijkstra en Haanappel meer als partner dan als concurrent. De negenvoudig Nederlands kampioene: „Als we de zaken goed op elkaar afstemmen kan de SKN bijdragen aan een omslag. Het is nu zaak positief te blijven. Het tienjarenplan is een goede aanzet tot herstel. We willen trainers naar internationale maatstaven opleiden en met vier regionale trainingscentra het talent binden en toekomst bieden.”

Maar de meest revolutionaire stap is volgens Venhuizen haar plan om intensief samen te werken met turnclubs, een sport waarmee kunstrijdsters op fysiek trainingsgebied veel overeenkomsten hebben. Venhuizen hoopt tevens uitgerangeerde turnsters enthousiast te maken voor het kunstrijden. De eerste contacten met de turnschool in Heerenveen zijn intussen gelegd.