Doembeeld van diplomatieke dwerg dreigt

De Kamer spreekt morgen over de bezuinigingen op Buitenlandse Zaken. Nederland moet wereldwijd diplomatiek vertegenwoordigd blijven, schrijft Robert van de Roer.

Veel landen, zoals Duitsland, Groot-Brittannië, Brazilië en Zuid-Korea, breiden hun diplomatieke postennetwerk uit, in Azië of Afrika. Zij vinden een grotere internationale aanwezigheid belangrijk voor hun economische belangen en consulaire service. Voor hen is diplomatie geen „rustiek tijdverdrijf”, zoals de vorige minister van Buitenlandse Zaken (BZ) Rosenthal tot veler verbijstering zei, maar een serieus vak om wereldwijd hun land en samenwerking te promoten: economisch, politiek, cultureel of militair.

Geen enkel land doet deze klantenbinding in een flatje driehoog- achter, maar in een respectabele ambassadeurswoning met een tuin en daarin de nationale vlag. De plek en omvang van zo’n residentie maken duidelijk hoe belangrijk het bezoekende land de relatie met het gastland vindt. De grootte is ook functioneel: in menige residentie worden jaarlijks duizenden relaties ontvangen, voor recepties, diners, lezingen of filmvoorstellingen. ‘Boven de winkel’, zoals diplomaten zeggen, wonen de ambassadeurs vaak in kleinere kamers.

Ik heb afgelopen decennia talloze residenties van veel landen bezocht, maar geen uitspattingen gezien. Goede maatvoering toont hoe professioneel een land internationaal wil overkomen. Te veel staat voor protserig, te weinig voor knullig.

Wie het Nederlandse regeerakkoord over de bezuinigingen op de diplomatieke posten leest, ruikt een spruitjesgeur. Weten de zes onderhandelaars voldoende af van het buitenland, de diplomatie en de promotie van de ‘BV Nederland’?

Voor de VVD en de PvdA „blijft economische diplomatie een zware component in het werk van ambassades en consulaten”. Zeker in crisistijd is dat een logische ambitie voor de negende handelsnatie ter wereld, die 70 procent van haar inkomsten in het buitenland verdient, waarvan 50 procent in Europa.

Maar in plaats van extra te investeren in economische diplomatie leggen de regeringspartijen BZ een bizarre bezuiniging op van 100 miljoen euro, ruwweg eenvijfde van de begroting. Een algemene korting van zestig miljoen en een extra korting van eerst twintig (in 2014) en vervolgens veertig miljoen (vanaf 2015) op het postennetwerk.

Volgens ambtenaren kan dit neerkomen op sluiting van pakweg veertig kleine posten of tien grote ambassades – mogelijk ook in Europa. En dat op een totaal van 130 posten, dat al met een tiental moet worden ingekrompen door eerdere bezuinigingen. Daaronder zijn zo’n 75 kleine posten met een of twee man.

„Dit is een klap. We zijn straks niet meer overal aanwezig. Het opnieuw sluiten van posten is onvermijdelijk”, vertellen hoge ambtenaren van BZ me. Volgens hen hebben de makers van het regeerakkoord „een onjuist beeld van luxe en overdaad”.

Of in de Tweede Kamer ook een spruitjesgeur hangt, blijkt morgen, tijdens de begrotingsbehandeling van BZ. Wat vindt de nieuwe minister Timmermans (PvdA)? Het is mij voorlopig een raadsel waarom de ambitieuze oud-diplomaat deze zware bezuinigingen heeft geaccepteerd.

Voor Timmermans komen ze extra ongelegen omdat hij de reputatie van Nederland moet herstellen. En dat vergt juist meer diplomatie. Nederland gedroeg zich onder Rutte I en VVD-minister Rosenthal soms als een spookrijder in de internationale diplomatie, met neo-isolationistische standpunten. Nederland liep buitenlandse orders, hoge posten, goodwill en invloed mis.

BZ is zeer blij met de volgens diplomaten ‘dynamische dossierkenner’ Timmermans. Zijn eerste daden zijn hoopgevend: goed dat Nederland zijn verantwoordelijkheid binnen de NAVO neemt door bondgenoot Turkije te beschermen met Patriots. Goed dat Timmermans reislustig is, want diplomatie is vooral: je neus laten zien. Jammer dat hij zijn steun onthield aan de Palestijnse opwaardering bij de Verenigde Naties – niet de maffia of Al-Qaeda, maar de bonafide familie der volkeren!

Maar nu komt zijn eerste grote test: steunt Timmermans het regeerakkoord of ‘zijn’ apparaat? Of beide?

BZ heeft zijn internationale meerwaarde onvoldoende in Nederland uitgelegd en zich geprofileerd als een licht elitair fort. Het is goed dat BZ nu zijn bedrijfsvoering kritisch bekijkt: van kleinere behuizing tot verkoop van vastgoed, van minder personeel tot regiokantoren in Afrika, van rondreizende ambassadeurs tot samenwerking met de diplomatieke dienst van de Europese Unie. Tot en met ‘samenwonen’ en uitwisseling van consulair personeel met de Beneluxlanden in de Baltische staten.

Ja, ook op BZ kan het soberder, moderner en digitaler. Maar Nederland moet zijn postennetwerk niet uithollen, alleen al met het oog op de nieuwe economische markten buiten Europa. Een wereldwijde vertegenwoordiging is nodig om Nederlandse belangen en burgers te dienen. Van goede paspoortservice tot vlotte bijstand zoals bij de vliegramp in Tripoli, van belangrijke handelscontacten tot duidelijke communicatie over Europa. Als dit professioneel gebeurt, betaalt het zich terug – ook via een stijgende export.

De wereld beslist steeds meer over Nederlandse belangen mee, zoals klimaatbeheersing, economie, buitenlandse handel en internationale veiligheid. Dat vereist een sterke diplomatie. Maak van Nederland geen diplomatieke dwerg.

Robert van de Roer is diplomatiek expert, adviseur en moderator.