Nederlandse comedians in Edinburgh: lachen om de apple flap

Het Nederlandse collectief de Comedytrain staat een maand met een Engelstalige show op de Edinburgh Fringe. „Het is leuk om het expres fout te doen.”

René van Meurs Foto’s Maria Falconer

‘My name is René van Meurs and that’s the first of four names you won’t be able to pronounce. So don’t even bother. We’ll be fine. It’s gonna be a great show.”

Het is half zeven op een woensdagavond in The Bubble, een koepeltent van het Assembly George Square Theatre in het Schotse Edinburgh. Daar, op de Edinburgh Fringe, speelt de jongste garde van het cabaretcollectief de Comedytrain, onder de naam Amsterdam Underground Comedy Collective. Binnen zijn, net als een avond ervoor, zo’n 25 van de circa 120 stoeltjes bezet. De optredens van Yunus Aktas, Rayen Panday en Kasper van der Laan, ingeleid door Van Meurs, zijn er niet minder om. Het publiek, onder wie enkele Nederlanders, lijkt zich te vermaken.

Met circa 1.300 van dit soort shows op de Fringe, het grootste kunstfestival ter wereld, dat de hele maand augustus duurt, is de concurrentie moordend, zeker voor jonge, onbekende comedians uit het buitenland. De Nederlanders zijn dan ook al lang blij en trots dat er überhaupt mensen komen kijken. In het weekend zijn het er vier keer zoveel, zeggen ze.

Kasper van der Laan

In 2007 was het nog een groep gearriveerde cabaretiers die een poging waagden op de Edinburgh Fringe, onder wie Theo Maassen en Hans Teeuwen. Voor Teeuwen was het de springplank naar tournees door Engeland en optredens in grote zalen op de Fringe.

Deze groep is anders, en vooral jonger. Van Meurs en Panday bouwen hun naam nog op, Van der Laan won dit jaar de Publieksprijs op het Leids Cabaretfestival en Aktas is pas begin jaar aangenomen bij de groep. In Amsterdam hebben ze met comedyclub Toomler al een eigen zaal – als enige groep comedians in Nederland. Dit is vooral een studiereis, zeggen ze: je humor testen in een andere omgeving en in een nieuwe taal, plus veel naar andere comedians kijken.

Na afloop van het optreden volgt er een gesprek waarbij ook Soundos El Ahmadi aanschuift, in een kleedruimte achter de tent. Daar klinkt meteen al het alles overstemmende geronk van een motor. Van der Laan: „Dat is het toilet hiernaast. Dat gaat nog regelmatig gebeuren. Elke keer als er iemand doortrekt.” Panday en Van Meurs haken in en zingen ironisch: „There’s no business like showbusiness.” De adrenaline van het optreden knettert nog door: als iemand iets zegt, knalt er een ander doorheen met een grap en wordt er bulderend gelachen.

Soundos El Ahmadi

Waarom zijn jullie hier?

Soundos: „Voor mij is het fijn om uit mijn comfort zone te komen. Om iets te doen wat ik nog nooit heb gedaan. Dat is goed voor je ontwikkeling. Dat voelen we allemaal. Kijken wat je eruit haalt. In Toomler is het luxe: altijd uitverkocht. Hier kent niemand je, dus je hebt niks te verliezen en eigenlijk moet je met die attitude ook in Nederland staan. Die onschuld verlies je af en toe, omdat je in Nederland altijd onder druk staat en er altijd over je geoordeeld wordt.”

Van Meurs: „Het voelt bevrijdend om uit te vinden wat je ook al weer leuk vindt aan dit vak. Het is alsof ik twaalf jaar word teruggeschoten in de tijd.”

Maar willen jullie niet juist iets bewijzen en doorbreken in het buitenland, zoals Teeuwen?

Panday: „Ik wel. Ik vind het leuk om te onderzoeken welke grappen ook buiten Nederland werken. Nog niet met zoveel ambitie als Teeuwen, maar ik wil er wel graag beter in worden.”

Van der Laan: „In een andere taal je grappen moeten brengen, is een goede training. Maar comedy werkt ook intuïtief en dat probeer ik erin te slijpen door elke dag mijn optreden te analyseren. Het is al mooi als ik me in het Engels kan redden. Mijn eerste ambitie is het maken van mijn debuutprogramma in Nederland, dus dit is voor mij meer een vakantieproject.”

Van Meurs: „We verblijven met zijn allen in één huis en vanaf het ontbijt gaat het de hele dag over comedy: heb je dit gezien, probeer eens dat. Zo maak je elkaar scherper.”

Yunus Aktas

Wat leer je door je programma te vertalen?

Panday: „Het ritme van de taal is anders. Daarmee verandert ook de timing. Daarom is het fijn dat we elke show opnemen en terugkijken. Soms heb ik opeens woorden over aan het einde van de zin. Het moet beknopter. De ruis moet eruit.”

Kasper: jij had wat problemen met ‘confusion has rosen-risen’?

Van der Laan: „Gister gebruikte ik het woord voor het eerst en wist ik het niet. Ik zei: rosen-risen-rissen. Mensen moesten erom lachen, dus ik dacht: dan ga ik het niet opzoeken en doe ik het vandaag weer.” De anderen lachen hard. „Het is leuk om het expres fout te doen.”

Van de appelflap maakte je ‘appleflap’.

Van der Laan: „Dat is een grappig woord. Ik weet dat het apple turnover is. Dat is het spel. Maar ik vergat vanavond te zeggen: ‘What do you turnover? The flap!’”

Van Meurs: „Improviseren is lastiger. Ik kan een goed gesprek voeren in het Engels, maar kan ik ook een grappig gesprek voeren?”

Yunus: hoe gaat het met jou?

Aktas: „Om nu al in Edinburgh hier te staan is tof. Ik wil me ontwikkelen. Ter voorbereiding op de Fringe schreef ik me in voor open mics in Londen. Dat leverde me twee optredens op. Ik deed een gongshow bij de Comedy Store: dan krijgen drie mensen op de eerste rij rode kaarten en als ze die opsteken, slaat er een gast op een gong en dan moet je van het podium af. Er zijn 35 comedians op een avond en als je het vijf minuten volhoudt, heb je gewonnen en mag je meedoen op een professionele avond.”

Soundos: „En?”

Aktas: „Zesendertig seconden.”

En de tweede keer?

Van Meurs: „Die was avondvullend.”

Aktas: „In Up the Creek, ook een gongshow. Maar daar mogen ze pas na twee minuten rode kaarten opsteken. Toen heb ik vierenhalve minuut gehaald.”

Rayen Panday

Jullie flyeren ook. Hoe is dat?

Aktas: „Iedereen flyert hier al, dus ze zitten niet op ons te wachten.”

Soundos: „Je moet een verhaal hebben. Beppen over Amsterdam.”

Van Meurs: „Ik heb nog nooit in een uur zoveel blauwtjes gelopen.”

Van der Laan: „Ik ga improviseren. Maar ik sprak twee gasten die bier zaten te zuipen op een terras en die riepen meteen: ‘O, fuck off!’ Nou ja! Pestkoppen!”

Panday: „Yunus vroeg aan twee meisjes: ‘Do you support gay marriage?’ Toen ze ja zeiden, gaf-ie ze een flyer en zei: ‘This has nothing to do with gay marriage’.”

Van der Laan: „Ik gaf iemand een folder en zei: ‘I give you a flyer, but it’s probably sold out anyway.’ Toen begon hij hem te lezen en toen zei ik: ‘Don’t read it. Just give it back to me’.”

Wat is er anders aan comedy op de Fringe?

Van Meurs: „Alles wat je enigszins aan het lachen brengt is comedy. Er is geen onderscheid tussen stand-up, cabaret en kleinkunst. Dat is prettig.”

Soundos: „De comedians hier stoppen eerder met nadenken. Als twee grappen werken, zijn ze al tevreden, terwijl er misschien nog meer in zit. Dat is een soort luiheid.”

Van der Laan: „In Nederland zoeken we naar comedians met een unieke persoonlijkheid. Hier vallen ze ook voor comedians die alleen grappen knallen.”

Zien jullie nieuwe vormen van comedy?

Panday: „Gister zagen we een gast die zo ongeveer alle stijlen van het theater doet. Tot aan ballet. Dat zie je in Nederland niet zo snel.”

Van der Laan: „Gister zag ik Graham Dickson. In zijn voorstelling verbeeldt hij een Netflix-documentaire waarin hij zelf alle personages speelt. Met voice-over.”

Van Meurs: „We zagen Jerry Sadowitz. Kees van Amstel noemt hem de scheldende goochelaar.”

Panday: „Het is Kees, maar dan met kaarttrucs.”

Van der Laan: „Met kaarttrucs, grof én grappig.”

Opnieuw daverend gelach. Waardoorheen Soundos: „En afronden!”

Van der Laan: „Dit wordt nergens gepubliceerd toch?”

Edinburgh Fringe. T/m 27 augustus. Info: edfringe.com
    • Ron Rijghard