Als je niet meer kunt rekenen op de accountant

Accountants vervullen een vertrouwensfunctie, maar hoe lang nog? De beroepsgroep maakt haar maatschappelijke opdracht van boekencontrole en waarschuwing bij onraad niet waar.

Voorafgaand aan de bankencrisis in 2008 die tot een economische crisis leidde, wezen accountants bijvoorbeeld niet op de immense risico’s die zich aan het opbouwen waren bij financiële instellingen.

Twee rapporten zaaien nu opnieuw scepsis, zo niet wantrouwen. Twee weken geleden maakte de commissie die het dreigende faillissement van onderwijsconglomeraat Amarantis onderzocht korte metten met het feit dat de accountant de financiële tekorten bij de scholenfusie in 2007 had laten passeren. Nieuw onderzoek in opdracht van de commissie door een ander accountantskantoor gaf nu wezenlijk andere uitkomsten.

En vorige week klaagde uitgerekend de toezichthouder op de accountants zelf, de Autoriteit Financiële Markten (AFM), over de kwaliteit van de controle van woningcorporaties. De aanleiding voor het AFM-onderzoek was het bijna-bankroet van Vestia, de grootste woningcorporatie. Het rapport ademt de sfeer van accountants die stil bleven staan terwijl corporaties in hoog tempo evolueerden tot vastgoedconglomeraten en semifinanciële instellingen.

Zo kan het niet doorgaan.

Dat geldt voor accountants én voor de AFM. Het is ontoelaatbaar dat telkenmale kostbare debacles nodig zijn om de kwaliteit van de accountantscontrole een impuls te geven. De boekhoudregels voor bedrijven en accountants zijn gedetailleerder en ingewikkelder geworden. Daar komt bij dat de Vestia- én de Amarantis-zaak suggereren dat accountants zich wel willen voegen naar de wensen van hun opdrachtgever.

De accountantswereld zelf is gereduceerd tot vier partijen die je gerust als oligopolie kunt zien. De regels en de beroepsopvatting hebben helaas ook een Amerikaanse dimensie gekregen: het gaat meer om het voldoen aan regels dan om de principes die daaraan ten grondslag liggen.

De nieuwe accountantswet waarmee de Eerste Kamer vorige week akkoord ging, biedt maar beperkte hoop op verbetering. Publieke waakhonden als AFM en particuliere als de beleggersclubs VEB en Eumedion moeten hun rol spelen. De ingevoerde wettelijke scheiding tussen advisering en boekencontrole moet bijdragen aan een beter begrip van de accountants van hun eigen reden van bestaan. Zij worden betaald door de organisaties die ze controleren. Maar dat is geen vrijbrief voor inschikkelijkheid. De samenleving rekent op een straffe controleur en waar nodig een luidruchtige klokkenluider.