5,5 ijsuren, een lachertje

Bij de NK kunstrijden viel Kyarha van Tiel (12) op. Het begeleiden van talent blijft echter lastig in Nederland. Joan Haanappel biedt steun met fondswerving.

dordrecht nk kunstrijden korte kuur michelle couwenberg foto rien zilvold

Sportredacteur

Dordrecht. Kyarha van Tiel is twaalf jaar, klein van stuk, maar een pittig dametje op kunstschaatsen. Talentje, dat lijdt geen twijfel. Ze heeft net de dubbele axel onder de knie. Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel reageren verrukt als de Rotterdamse scholiere bij de NK de ingestudeerde sprong met verve uitvoert. De grand old ladies van het kunstrijden herkennen vanaf de tribune in Dordrecht de kwaliteiten van Van Tiel. Maar is er wel toekomst voor kunstschaatstalent in Nederland?

De oud-kampioenen hebben hun twijfels. Tenminste, zolang de schaatsbond de regie voert. De tijd dat Dijkstra en Haanappel Nederlandse, Europese, olympische en wereldtitels bijeen reden, ligt bijna vijftig jaar achter ons. Sindsdien heeft Dianne de Leeuw, dankzij haar Amerikaanse opleiding, Nederland in de jaren zeventig nog aan internationale successen geholpen. Daarna zijn alle talenten in de knop gestorven. Voornaamste oorzaken: (te) weinig ijs, (te) weinig geld en (te) weinig wil om de sport te professionaliseren. Als de bond geen actie onderneemt, dan doen Dijkstra en Haanappel het toch zelf. Want de sport is hun te dierbaar.

Nadat Haanappel enige jaren terug uit frustratie over de dominantie van langebaanschaatsen uit het KNSB-bestuur was gestapt, wilde ze een afzonderlijke bond voor het kunstrijden oprichten. De Stichting Kunstrijden Nederland (SKN) werd echter niet erkend door sportkoepel NOC*NSF, waarna Dijkstra en Haanappel hun doel bijstelden en zich richtten op fondswerving om talenten financieel bij te staan.

Het is hard nodig, meent Haanappel, stichtingsvoorzitter van de SKN. „Er gebeurt in Nederland niets voor het kunstrijden. De bond stelt per week 5,5 uur ijs beschikbaar. Een lachertje voor een sport waar je in de top al 5,5 uur per dag moet trainen. De KNSB heeft nu een tienjarenplan voor het kunstrijden geschreven. Dat is vaker gebeurd, maar zonder resultaat.”

Haanappel heeft intussen zakenvrouw Sylvia Tóth bereid gevonden de stichting te steunen. Met het fonds willen de twee mastodonten van het kunstschaatsen talenten zoals Kyarha van Tiel persoonlijk ondersteunen. Haanappels gedrevenheid kent geen grenzen, ook al is ze 72. „Als mensen me vragen waar mijn drive vandaan komt, zeg ik altijd: ‘Wie moet het dan doen?’ Ik ga door tot ik niet meer kan. Mijn man en ik stellen de erfenis beschikbaar aan SKN. Want ik wil de talentbegeleiding in Nederland geregeld hebben voor ik onder de zoden ga.”

Voor Astrid Tammeling-Winkelman, de trainer van Kyarha van Tiel, kan de fondsenwerving van Dijksta en Haanappel niet snel genoeg gerealiseerd worden. Nu kan zij talenten nog bij haar club DDD in Dordrecht genoeg aandacht en ijsuren bieden, maar als Kyahra van Tiel aan de internationale stap toe is, zal geld voor buitenlandse stages dringend nodig zijn. Zij zou Kyarha van Tiel op termijn graag overdragen aan haar vriendin Manon Peron, de Canadese trainer van Joannie Rochette, die bijna drie jaar terug brons won bij de Winterspelen.

Hoop op ondersteuning van de bond heeft Tammeling-Winkelman, zelf drievoudig Nederlands kampioen, al opgegeven. „Er wordt elke twee jaar een vijfjarenplan geschreven. Toen ik nog schaatste, was er een bondsbureau met twaalf arbeidskrachten, nu zestig. Dan hoef ik niet te vertellen waar het geld naartoe gaat.”

Jeroen Prins, interim disciplinemanager kunstschaatsen bij de KNSB, en Karen Venhuizen, de oud-rijdster die hem binnenkort opvolgt, kennen de kritiek van Dijkstra en Haanappel, maar wijzen naar het tienjarenplan. In hun ogen een bewijs dat de bond het beste voor heeft met kunstrijden. Prins’ reactie op de kritiek: „Ons probleem de laatste jaren was verlaging van het budget. Met 250.000 euro per jaar zijn de mogelijkheden beperkt.”

Venhuizen, die nog maar drie maanden in functie is, ziet de stichting van Dijkstra en Haanappel meer als partner. De negenvoudig Nederlands kampioene: „Als we de zaken goed op elkaar afstemmen, kan de SKN bijdragen aan een omslag. Het tienjarenplan is een goede aanzet tot herstel. We willen trainers naar internationale maatstaven opleiden en met regionale trainingscentra het talent toekomst bieden.”

Maar de meest revolutionaire stap is volgens Venhuizen haar plan om intensief samen te werken met turnclubs. Venhuizen hoopt uitgerangeerde turnsters enthousiast te maken voor het kunstrijden. De eerste contacten met de turnschool in Heerenveen zijn intussen gelegd.

    • Henk Stouwdam