Macht zet de toon, eerder dan islam

Fundamentalistische partijen winnen terrein in het Midden-Oosten. Is ‘opgelegde vroomheid’ onvermijdelijk? Niet de islam als zodanig is het probleem, maar een autoritaire manifestatie daarvan, zegt de Turkse schrijver Mustafa Akyol.

Iraanse vrouwen, met de verplichte hoofddoek op, lopen in Teheran langs een portret van opperste leider ayatollah Khamenei. „Opgelegde vroomheid”, aldus de Turkse schrijver Mutafa Akyol. Foto AFP

In Saoedi-Arabië en de islamitische republiek Iran is een repressieve islam aan de macht. In naam van de islam worden vrouwen gedwongen zich te verhullen en worden burgers gestraft als ze geen respect tonen jegens het enige ware geloof. In Egypte en Tunesië zijn na de autoritaire regimes van Mubarak en Ben Ali fundamentalistisch-islamitische partijen aan de macht gekozen. Gaat nu onvermijdelijk ook daar „opgelegde vroomheid”, zoals de Turkse schrijver en columnist Mustafa Akyol het noemt, aan de macht komen?

Het is niet de islam als zodanig, die in landen als Saoedi-Arabië en Iran de toon zet, het is een autoritaire manifestatie van de islam, zegt Akyol. Een liberale manifestatie is ook mogelijk.

Waar komt bijvoorbeeld het verbod op geloofsafval vandaan? „Het is de interpretatie van de woorden van de profeet door middeleeuwse geleerden. Die dachten in de context van oorlog en zagen afvalligheid als verraad, desertie van een islamitische soldaat die naar de vijand overliep. Maar we leven in een andere wereld; als je de moslimgemeenschap verlaat, voeg je je niet bij een vijandelijk leger.”

Andere problemen komen voort uit een autoritaire politieke cultuur. „Neem kledingregels voor vrouwen: de seculieren bij ons dwingen vrouwen hun hoofddoek af te leggen. Dat laat zien dat het denken dat zich manifesteert in naam van de islam, zich ook manifesteert in naam van het secularisme of de moderniteit. Ik probeer de kernprincipes van de islam los te maken van de autoritaire politieke cultuur – die twee mengen zich vaak, maar zijn niet identiek. In al die kwesties probeer ik te kijken naar de wortels en te laten zien dat er ook ten minste verschillende ideeën hierover waren in de vroege islamitische gemeenschappen.”

In tegenstelling tot Arabische landen is het eveneens islamitische Turkije relatief liberaal en democratisch. Hoe komt dat?

„Het Ottomaanse rijk voerde al in de 19de eeuw belangrijke hervormingen door die leidden tot gelijk burgerschap, vrouwenonderwijs, een parlement. Het republikeinse Turkije zette de modernisering voort. Ik denk dat het Turkse secularisme soms te star is, en ik kritiseer het autoritaire element daarin, maar tegelijk leerden moslims moslims te zijn in een seculiere staat. Ze realiseerden zich dat ze niet hoefden te leven onder een islamitisch regime om een goede moslim te zijn.

„De reden dat de Ottomanen moderniseerden was dat ze aan de rand lagen van de islamitische wereld. Ze hadden veel grondgebied in de Balkan, veel niet-islamitische onderdanen, en ze realiseerden zich dat het Westen voorliep. Ze begonnen oorlogen te verliezen. De Ottomaanse modernisering begon als een militaire modernisering. En om het rijk intact te houden, de Balkangebieden te pacificeren te midden van onafhankelijkheidsstrijd, importeerden ze democratische instituties. Het verbod op geloofsafval werd rond 1840 ingetrokken. Missionarissen konden scholen oprichten in Istanbul – wat nog steeds niet mogelijk is in Saoedi-Arabië.”

In de 20ste eeuw was een ander verschil dat Turkije onafhankelijk bleef, in plaats van te worden gekoloniseerd door het Westen. Daardoor keek het naar het Westen vanuit een vriendelijker perspectief.

„Arabische landen die hoopten onafhankelijk te worden werden koloniën. Gebrek aan onafhankelijkheid leidde tot anti-westerse gevoelens in de meeste Arabische landen; het Westen vormde geen voorbeeld meer, het werd een probleem, de vijand, de binnendringer. Later versterkten de spanningen met Israël die gevoelens nog. Als reactie verschenen Arabisch nationalisme, Arabisch socialisme en het fundamentalisme op het toneel. Het politiek liberalisme raakte als idee in verval. Het idee van een dreiging van buitenaf vermoordt liberaal denken werkelijk in elke maatschappij. In de VS ontstond na 9/11 een erg onliberale houding jegens moslims.”

Het kolonialisme eindigde, maar toch ontstond er in het laatste deel van de 20ste eeuw het meest on-liberale fenomeen van allemaal, het moslimterrorisme. Hoe verklaart u dat?

„Na de onafhankelijkheid werden de meeste Arabische landen een dictatuur. En de meeste dictators waren seculier. Zoals Nasser, Mubarak en Ben Ali. Fundamentalisten voelden zich onderdrukt. Onafhankelijkheid bracht geen vrijheid. En natuurlijk steunden de VS en sommige andere westerse mogendheden deze dictators, ter wille van hun eigen belang en van Israël. De fundamentalisten zagen hun dictators als plaatselijke vertegenwoordigers van de vijand, het Westen. Hun haat jegens hun dictators werd getransformeerd in haat jegens het Westen. Dat zien we duidelijk in Al-Qaeda: zijn huidige leider Ayman Zawahiri werd gefolterd in Mubaraks cellen. Hij was een Moslimbroeder die radicaliseerde.

„Daarom is een democratisch politiek systeem de sleutel in elk land. Ik ben bezorgd over de ultraconservatieve houding in Egypte onder Moslimbroeders en de radicalere salafisten. Maar het is beter hen binnen het politieke spel te hebben dan hen te onderdrukken en daarmee gewapend verzet te provoceren.”

U heeft de Arabische opstanden begroet als eerste aankondiging van een mogelijk liberale periode in de islamitische wereld. Maar in de landen die zich van hun dictators hebben ontdaan, neemt de conservatieve islam het nu over.

„Het is alleen maar natuurlijk dat de winnaars van de verkiezingen fundamentalisten zijn. Ze hebben het beste netwerk, ze hebben een boodschap die aantrekkelijk is voor de gewone burger op straat. Dus ik zie het feit dat ze aan de macht komen niet als een probleem op zichzelf.

„De vraag is: hoe zullen ze regeren? Zullen de nieuwkomers op een gegeven moment de methodes van de oude bestuurders overnemen? Als je aan de macht komt en een systeem aantreft dat erg is gecentraliseerd, dan wil je die macht gebruiken. Volgens mij is dat eerder het probleem dan het ideologisch fundamentalisme. In Turkije zien we dit ook met premier Erdogans AKP. Erdogan gaat geen religieuze politie oprichten of alcohol verbieden. Maar mensen kritiseren Erdogan omdat hij te arrogant en intimiderend is. Dat komt doordat hij bepaalde seculiere rivalen uit het verleden imiteert. Er is een probleem met het stabiliseren en institutionaliseren van democratie, met decentralisatie van macht. Soms handelen fundamentalisten op de manier waarop hun seculiere, autoritaire voorgangers handelden. Maar tot dusverre hebben ze niet bewezen gevaarlijk te zijn.”

Dus toen de Egyptische president Morsi zich boven de wet stelde, was dat volgens u eerder als navolger van Mubarak dan omdat hij probeert de weg te banen voor de shari’a?

„Ja, niet zozeer in dienst van het islamitisch recht; het had meer te maken met macht en de verleiding van macht. We moeten nog zien natuurlijk. Maar Morsi heeft in de afgelopen paar weken twee dingen gedaan. Hij bewees pragmatisch te zijn in de Israëlisch-Palestijnse kwestie. Hij bewees dat hij niet fanatiek vastbesloten is om Israël te vernietigen. Maar de volgende dag greep hij de macht, omdat er een politieke strijd aan de gang is. En de politieke cultuur eist een sterke leider. Hij wil bewijzen dat hij die sterke leider is.

„Ik denk dat we soms het probleem te veel in verband brengen met godsdienst. Het fundamentalisme kan een probleem worden als de Moslimbroederschap alcohol verbiedt, of zich schuldig maakt aan nepotisme en oneerlijkheid. Dat is geen islamitische positie, het is een machtspositie. Ik denk dat we niet altijd meteen moeten denken dat elk probleem met die partijen voortvloeit uit hun islamitische identiteit.”