Van oma-uniform naar modebont

De nertsenfokkerij wordt vrijwel zeker verboden, maar volgens bontpromoter Ron Haarman blijft bont populair.

In bontinnovatiecentrum Furlab kijkt directeur Ron Haarman uit het raam. Vanaf de dertiende verdieping van het World Fashion Center is goed te zien hoe de eerste sneeuw van het jaar op Amsterdam neerdaalt: ijzige, natte sneeuw die gepaard gaat met veel wind. „Briljant goed nieuws”, zegt Haarman opgewekt.

Hoezo? Gaan mensen als het sneeuwt meteen naar de winkel voor een bontjas?

„Nee, dat niet, maar de connotatie met koud weer is heel goed. De laatste drie winters waren echt perfect.”

Haarman is al 22 jaar de drijvende kracht achter de bontpromotie in Nederland. Hij werkte voor een pr-bureau toen hij in 1990 zijn eerste bontproject organiseerde: een show met bontontwerpen van de couturiers Frans Molenaar, Edgar Vos en Frank Govers. Kort daarop kwam hij in dienst van het in 1985 opgerichte Nederlands Bont Instituut, dat wordt gefinancierd door de Internationale Bont Handel Federatie. Haarman organiseert ontwerpwedstrijden en modeshows, en vertegenwoordigt de Nederlandse nertshouders; met zo’n 175 fokkerijen is Nederland de derde nertsproducent ter wereld.

Zes jaar geleden begon hij Furworks, dat twee jaar geleden werd omgedoopt tot het hipper klinkende Furlab: een atelier waar modeontwerpers kunnen experimenteren met bont, dat door Haarman tegenwoordig, ook geheel in lijn met de tijdgeest, wordt aangeduid als „het duurzame materiaal van de toekomst”: natuurlijk, geheel afbreekbaar, en het gaat lang mee. „Een kip eet je vandaag en ligt morgen in de wc, maar een mooie jas van bont heb je voor minstens twintig jaar”, aldus Haarman, die zegt alleen biologisch vlees te eten, en dat met mate („Mijn vriendin is vegetarisch”).

Het bont dat wordt gebruikt in Furlab is vaak Nederlandse nerts. Andere bontsoorten die Furlab verstrekt, hebben het Origin Assured label, dat garandeert dat ze afkomstig zijn uit landen met dierenwelzijnswetgeving. China heeft zulke wetten bijvoorbeeld niet.

Studenten die met bont willen werken, kunnen bij Furlab, dat onderdeel is van het Nederlands Bont Instituut, ook terecht voor gratis materiaal. Elk jaar studeren tussen de 15 en 25 modeontwerpers af met collecties waarin bont is verwerkt dat door Furlab is verstrekt.

In de kasten bij Furlab hangen voorbeelden van verschillende soorten bont, en er zijn bontnaaimachines waar de ontwerpers mee aan de slag kunnen, onder begeleiding van Furlabs creatief manager Django Steenbakker. Modeontwerper Steenbakker, winnaar van de eerste editie van de tv-wedstrijd Project Catwalk, trad vorig jaar toe tot Furlab, nadat hij eerst een keer door de organisatie was gesponsord.

Ook gevestigde namen maken gebruik van Furlab. Het bont in Viktor & Rolfs vrouwenshow voor dit najaar, bijvoorbeeld, werd gesponsord door Furlab. En dat was nogal wat: drie bontjassen, vier jassen die voor een groot gedeelte van bont waren gemaakt, plus nog eens flink wat kleren en accessoires die waren afgezet met een rand nerts of wasbeerhond. Haarman: „Wat ik nou zo mooi vind, is dat ze na afloop van de show een verklaring hebben afgegeven. ‘Wij werken alleen met nerts uit Nederland. Dat is het beste van de wereld als het gaat om dierenwelzijn.’”

Hoogtepunt

De verkoop van bont bereikte in maart van dit jaar een hoogtepunt; er werd wereldwijd voor zo’n vijftien miljard dollar aan vellen verhandeld, zeven procent meer dan vorig jaar en liefst zeventig procent meer dan in 2000.

Dat is vooral te danken aan de modewereld. Tot ver in de jaren tachtig waren de bontwereld en de modewereld totaal gescheiden werelden, zegt Haarman. Modeontwerpers maakten mode, en bontmerken – in de woorden van Haarman – „oma-uniformen”. Tot de bontfederatie eind jaren tachtig besloot het roer om te gooien: bont moest worden gepromoot als modemateriaal, dat samen met andere stoffen kon worden gebruikt. Met name Saga Furs, een Deens bontbedrijf heeft in de loop van de jaren veel ontwerpers gesponsord, en uitgenodigd in Denemarken om daar te experimenteren.

In de jaren negentig was de stemming overigens nog behoorlijk anti-bont. Supermodellen als Naomi Campbell poseerden bloot voor Peta (People for the ethical treatment of animals), onder het motto: liever bloot dan in bont. Campbell, en veel van van haar collega’s, hebben die principes allang weer naast zich neergelegd. Ook de Nederlandse couturier Mart Visser, die na protesten verklaarde geen bont meer te zullen gebruiken, is daar weer snel van teruggekomen. Bont is de laatste jaren enorm in trek in de modewereld. Luxe is in, en weinig dat zoveel luxe uitstraalt als bont.

Bekende modehuizen die principieel geen bont gebruiken zijn op één hand te tellen: Stella McCartney, Vivienne Westwood, Tommy Hilfiger, Calvin Klein en Ralph Lauren. Die laatste twee gebruiken overigens wel krokodillenleer, dat door Bont voor Dieren op dezelfde lijn wordt gesteld als bont. (Het enige bont waar de stichting wat minder moeite mee heeft is schapenvacht, omdat het een restproduct van de vlees- en wolindustrie is. Konijnenbont is dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, niet.)

De bontspeciaalzaak is in Nederland zo goed als uitgestorven – er zijn er nog drie – maar toch kopen Nederlanders volop bont. Welke bedragen er in Nederland precies in omgaan, is niet na te gaan, zegt Haarman. Wel heeft, volgens onderzoek van het Nederlands Bont Instituut, één op de drie damesmodezaken tegenwoordig bont in de rekken hangen. Dat zijn meestal geen hele bontjassen, maar jassen en andere kledingstukken die gedeeltelijk van bont zijn gemaakt, of die met bont zijn gedecoreerd. En dan zijn er natuurlijk nog de bij jongeren immens populaire jassen met een rand van wasbeerhondenbont aan de capuchon. Dankzij die jassen is wasbeerhond nu de populairste bontsoort in Nederland. Konijn staat op twee, nerts op drie. Van wasbeerhondenbont is overigens lang niet altijd duidelijk waar het vandaan komt, zegt Haarman. „In dat segment kom je veel vaker bont uit China tegen. Je weet dus niet hoe die dieren daar zijn behandeld.”

Anti-bontvirus

In Nederland is de anti-bontlobby lange tijd bijzonder fel geweest. Vooral in de jaren tachtig werd stevig geprotesteerd tegen met name het doodknuppelen van zeehonden, en dat heeft, zegt Haarman, „een hele generatie beïnvloed”. „Die zijn allemaal besmet met het anti-bontvirus.” Bij een bontwedstrijd voor jonge ontwerpers in 2000 werd nog bijzonder weinig pers uitgenodigd. Haarman: „Na afloop zei een van de ontwerpers tegen me: ‘Jij zit nog veel te veel in de verdediging. Dat stadium zijn we allang voorbij.’ Jongeren staan er veel nuchterder in.”

Tegenwoordig, zegt hij, is het te woord staan van actiegroepen nog maar een klein gedeelte van zijn taak. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen verzet meer is tegen bont. Zo heeft Bont voor Dieren onlangs, in samenwerking met een aantal ontwerpers en andere modeprofessionals een brief aangeboden aan de Amsterdam Fashion Week, om te proberen die bontvrij te krijgen, net als de modeweek van Oslo. Dat is niet gelukt, maar Bont voor Dieren mag wel een lezing verzorgen tijdens de modeweek. „We moedigen bontshows niet aan”, zegt Carlo Wijnands, de programmadirecteur van de modeweek. „Het ligt toch gevoelig.”

Ondanks de populariteit van bont heeft Haarman te maken met flinke tegenslag. In 2009 stemde de Tweede Kamer in met een verbod op de nertsenfokkerij. Niet zozeer omdat de dieren slecht zouden worden behandeld, maar omdat ze alleen voor luxeproducten worden gefokt. Twee keer heeft de Eerste Kamer fundamentele bezwaren geuit tegen de wet, omdat de nertsenhouders onvoldoende zouden worden gecompenseerd. Aanstaande dinsdag wordt de wet, in aangepast vorm, vrijwel zeker alsnog aangenomen. De fokkerijen moeten dan in 2024 ontmanteld zijn.

„Dat is natuurlijk geen goed nieuws, om maar een understatement te gebruiken”, zegt Haarman. „Maar ik me geen zorgen over het gebruik van bont in Nederland. Die trend is zo manifest, dat gaat gewoon door.”

furlab.nl, bontwijzer.nl. bontvoordieren.nl

    • Milou van Rossum