Satellieten rondom een planeet van trackers

ING koppelt haar beleggingsfondsen in een reclamecampagne aan Ranomi Kromowidjojo. „Beleggen is net als topsport”, staat er onder een foto van de zwemkampioene. Het ING First Class Obligatie Fonds presteerde in de periode 2005-2011 vier van die zeven jaren slechter dan zijn benchmark. Bij het ING Renta Fund Emerging Markets Debt (Hard Currency) was dat vier van de tien jaar (2002-2011).

Topsport? Jochem Baalmann reageert hoofdschuddend. De partner van vermogensbeheerder Indexus tekent een grafiekje van de markt in Duitse, Nederlandse en Amerikaanse staatsleningen. Sinds de kredietcrisis loopt de lijn steeds steiler omhoog. Bange beleggers vluchtten massaal in zulke obligaties. Daardoor stegen de koersen en daalde de couponrente – nu 1,5 procent. „Dit jaar was de koerswinst zo’n 10 procent”, zegt Baalmann. Dan trekt hij een scherpe lijn naar beneden. „De rente kan bijna alleen nog maar omhoog. Als dat gebeurt gaan al die leningen met lage coupons fors in koers dalen. En op welk moment adviseren de grote banken hun klanten om in te stappen?” Hij krast een rondje om het omslagpunt van zijn grafiek. „Hier! Goed idee zeg!”

Onze huizen en pensioenen worden minder waard en Vadertje Staat trekt zijn handen van ons af. Wij zullen zelf een aanvullend vermogen moeten opbouwen. De meeste Nederlanders zijn de beurs beu en sparen vooral. Door de lage rente schiet dat niet op. Beleggen moet, maar hoe? Baalmann: „De grote banken beleggen je geld één keer volgens het gekozen profiel – van Defensief tot Offensief – en laten het daarbij. Maar kapitaal heeft onderhoud nodig, net als je auto of je tuin.”

Sinds 2000 bouwt Indexus zijn klantportefeuilles vanaf één ton op rond een harde kern van goedkope en simpele ETF’s ofwel trackers. Rondom die 60 tot 70 procent cirkelen voor kleinere percentages ‘satellieten’: individuele aandelen en obligaties, opties, derivaten. Die bieden extra rendement en de flexibiliteit om in te spelen op veranderingen in de markt – zie daar het onderhoud.

Zo beperk je de kosten én de onvermijdelijke verliezen, blijkt uit de gemiddelde rendementen die Indexus de laatste vijf jaar voor klanten behaalde. In 2008: van min 3 procent (Defensief) tot min 17 procent (Offensief), na aftrek van alle kosten. Niet slecht, verhoudingsgewijs. In 2009: plus 12 tot plus 42 procent. „Dat jaar schóten de koersen op en neer. Daar speelden we op in met opties. Nu gebruiken we bijna geen opties meer.” 2010 was ook goed, 2011 weer slecht: plus 2 tot min 5 procent. „Vanaf augustus 2011 was het twee maanden lang pompen of verzuipen met Europa, iedere dag opnieuw. Toen zijn we relatief fors in cash gegaan. Achteraf de foute keus.” Dit jaar gaat het weer goed: tot 1 december plus 7 tot plus 9,2 procent.

Indexus is niet de goedkoopste maar wel een „complete” vermogensbeheerder „voor (bijna) iedereen”, aldus de VEB in een recent onderzoek. De beleggersclub laat zijn leden voorlichten door Baalmann c.s. „Daar zijn we supertrots op.”

Journalist Joost Ramaer schrijft elke zaterdag over beleggingszaken.

    • Joost Ramaer