Rijk en doodongelukkig in Zuid-Korea

Studeren tot je erbij neervalt. En je daarna kapotwerken. Dat is het lot van veel Zuid-Koreanen. Velen zijn niet bestand tegen de druk. Bijna nergens zijn de zelfmoordcijfers hoger.

A therapist hypnotizes students retaking the college entrance exams, during a meditation session at Deung Yong Moon Boarding School in Kwangju, some 40 km (25 miles) southeast of Seoul October 30, 2012. South Korea's exam hell is an annual event so full of pressure that many students are driven to despair, with some even taking their own lives. Some 140,000 of the test takers signed up for this year's entrance exam on November 8, 21 percent of the total, are high school graduates, according to government data. The really determined, or desperate, may decide to spend nine months at one of 40 private boarding schools like Deung Yong Moon ("Gateway to Success") to dedicate their waking hours for the test. Picture taken October 30, 2012. REUTERS/Kim Hong-Ji (SOUTH KOREA - Tags: EDUCATION SOCIETY) REUTERS

Jun Hyeok Hwang, een tengere Zuid-Koreaanse jongen met een glunderend gezicht waar nog niet alle jeugdpuistjes van zijn verdwenen, bezorgde zijn ouders twee jaar geleden de schrik van hun leven. Net had hij tot hun vreugde een schitterende score geboekt voor het gevreesde toelatingsexamen tot de universiteit of hij deed dit succes in hun ogen weer te niet: hij koos niet voor een topuniversiteit maar voor een studie sociologie aan een tamelijk onbekende universiteit.

Dit toelatingsexamen is niet zomaar een test. Het hele land komt op die dag, vanouds in november, tot stilstand. Busroutes langs scholen worden tijdelijk verlegd om maar geen afleidend lawaai te produceren. Kinderen die door files te laat dreigen te komen, mogen op de dag van het examen zelfs een beroep doen op de politie om hen alsnog op tijd op school te brengen.

De uitslag kan de verdere maatschappelijke loopbaan van jongeren maken of breken. Wie toegang krijgt tot een van de drie topuniversiteiten in Seoul (bekend onder de toepasselijke afkorting SKY) kan rekenen op een prestigieuze baan bij de overheid of, beter nog, bij een paradepaardje van de Zuid-Koreaanse industrie als Samsung, Kia of Hyundai. De droom van alle ‘Tiger Moms’ en ‘Tiger Dads’ en dat zijn de meeste ouders in Zuid-Korea, een land met ruim 47 miljoen inwoners.

„Ik wilde niet zoals mijn vrienden, die nu wel naar de beste universiteiten gaan, steeds tot drie uur ’s nachts zitten blokken om dan vier uur later al weer te moeten opstaan”, vertelt de 20-jarige Jun Hyeok, in de kantine op de campus van de Sungkunghoe universiteit. „Nu heb ik tijd om discussies met anderen te voeren en aan sport en andere leuke dingen te doen die volgens mij bij je studietijd horen.”

Zijn verdere toekomstplannen bezorgen zijn ouders, die de laatste jaren tienduizenden euro’s per jaar in de opleiding van hun zoon hebben gestoken, ook al rillingen, erkent Hwang. „Ik wil milieuactivist worden of me inzetten voor de net opgerichte Groene Partij. Dat zorgt voor wrijving met mijn ouders”.

Jun Hyeok Hwang hoort tot de weinige jongeren in Zuid-Korea die een poging durven doen om te ontsnappen aan de enorme druk in de samenleving om altijd het maximale te bereiken. Beter dan wat ook weerspiegelt het onderwijs het ultracompetitieve karakter van de Zuid-Koreaanse samenleving. Dat heeft het land grote voorspoed gebracht maar ook kwalijke neveneffecten die steeds zichtbaarder worden.

Het uit zich met name in een onrustbarend aantal zelfmoorden en een extreem laag geboortecijfer. „We leven in een klifsamenleving”, zegt de socioloog Cho Hee-yeon, hoogleraar sociologie aan diezelfde Sungkonghoe-universiteit. „Je valt makkelijk over de rand.”

Die enorme druk begint al op school, waar kinderen door hun ouders worden opgezweept altijd maar harder te werken, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Veel Zuid-Koreaanse kinderen lijden aan chronisch slaapgebrek, niet omdat ze steeds de bloemetjes buitenzetten maar omdat ze altijd maar zitten te blokken. Kinderen van middelbare-schoolleeftijd zie je in de steden dan ook zelden op straat: ze zitten te studeren, al dan niet op een duur betaalde hagwon, een bijlesinstituut.

Sommige kinderen bezwijken onder de constante pressie. Elk jaar weer zijn er in november, wanneer het beslissende toelatingsexamen wordt gehouden, jongeren die zich van gebouwen storten of dodelijke doses pillen slikken. Per jaar doen een paar honderd jongeren dat. Uit een peiling in 2009 bleek dat een op de vijf middelbare scholieren wel eens speelt met de gedachte zelfmoord te plegen. „Jongeren zijn tegenwoordig veel gedeprimeerder dan vroeger”, zegt Charlie Hong, zelf een goedlachse veertiger die onder meer films en cd’s produceert.

„Al dat studeren tot ze er lichamelijk bijna bij neervallen, zuigt alle creativiteit en energie uit de jongeren”, erkent de historicus T.G. Park, zelf hoogleraar aan de Seoul National University, een van de drie SKY-universiteiten.

Maar voor de meeste ouders is het volkomen vanzelfsprekend hun kinderen steeds verder op te jagen en hiervoor grote bedragen neer te tellen. Het past in hun oude Confucianistische overtuiging dat een goede opleiding voor je kinderen van het allergrootste belang is. Meer nog dan in de meeste andere landen is het onderwijs de afgelopen decennia een van de hoekstenen van het succesvolle Zuid-Koreaanse ontwikkelingsmodel geweest.

Voor zichzelf zijn de ouders net zo veeleisend. Uit cijfers van de OESO, de organisatie van de rijkste geïndustrialiseerde landen, blijkt dat de Zuid-Koreanen op de Mexicanen na het langste werken: 2.090 uur per jaar. Al zijn ze dikwijls zo moe dat hun productiviteit niet altijd even hoog is tijdens al die uren op kantoor of in de fabriek. Vakanties nemen de Zuid-Koreanen zelden, hooguit een paar dagen vrij om te golfen of wat bergen te beklimmen.

Hun enorme werklust heeft ze ver gebracht. Voor wie de hoofdstad Seoul bezoekt is het bijna onvoorstelbaar dat deze stad zestig jaar geleden – na een vernietigende oorlog met Noord-Korea – in puin lag. Zuid-Korea, een land zonder natuurlijke hulpbronnen van betekenis, hoorde toen tot de armste landen ter wereld en niemand gaf een cent voor zijn toekomst.

Nu ligt datzelfde Seoul, sindsdien onstuimig gegroeid tot een stad van ruim tien miljoen inwoners, er blakend van welstand bij, met zeeën van blinkende wolkenkrabbers en brede boulevards vol nieuwe auto’s, grotendeels made in Korea. In het dichte netwerk van Seouls metro zit vrijwel elke Zuid-Koreaan met de laatste Samsung telefoons of Apple iPads op schoot en, alsof het vanzelf spreekt, is ervoor gezorgd dat er ook onder de grond overal wifi-netwerken zijn waardoor iedereen onder alle omstandigheden kan blijven praten, mailen, twitteren enz.

Zuid-Korea, de armoedzaaier van de jaren vijftig is uitgegroeid tot de twaalfde economie van de wereld. Sinds kort verleent het zelfs ontwikkelingshulp aan landen in Afrika en elders in Azië.

Ook veel oudere Zuid-Koreanen zelf kunnen nauwelijks vatten hoe snel hun land zich heeft ontwikkeld. „Ik weet nog heel goed hoe arm we het hadden. We hadden helemaal niets”, zegt een man van een jaar of zestig, die als vrijwilliger fel gele en rode herfstbladeren opveegt in het Tapgol-park in het centrum van Seoul, waar veel gepensioneerde mannen graag wat met elkaar komen kletsen. „En kijk nu eens om je heen”, zegt hij, met zijn bezem wijzend op de imposante skyline.

Maar op het terrein van de sociale zekerheid zijn de voorzieningen in Zuid-Korea nog karig. Dat ondervonden vorig jaar ook 2.460 mensen, die werkzaam waren voor autofabrikant SsangYong, toen het bedrijf werd overgenomen door het Indiase bedrijf Mahindra. Dit bekommerde zich niet om de Zuid-Koreaanse zeden, die min of meer voorschrijven dat grote bedrijven in ruil voor hard werken op bijna vaderlijke wijze voor hun werknemers zorgen.

Van de ene op de andere dag waren ze alles kwijt: hun baan, hun financiële zekerheid en hun sociale status. Sommigen zagen er geen gat meer in en pleegden zelfmoord, in enkele gevallen met hun gezin. De ontslaggolf bij SsangYong leidde tot de dood van 23 werknemers en familieleden.

Ze zijn de enigen niet. In 2009 deden dagelijks veertig Zuid-Koreanen dat. Ook zangers, acteurs en zelfs een in opspraak geraakte oud-president Roh Moo-hyun maakten vroegtijdig een einde aan hun leven. Alleen in Litouwen zijn het er naar verhouding meer. Dit terwijl er op zelfmoord van oudsher een taboe ligt. „In ons land geldt het volgens de Confucianistische principes als een zonde als je voor je ouders sterft”, zegt Charlie Hong.

De 47-jarige Park Chung-man, een kleine gedrongen man die achttien jaar bij het autobedrijf had gewerkt, leeft nog. Maar al ruim een jaar vertoeft hij met een handjevol collega’s in een tentjeschuin tegenover het hypermoderne stadhuis van Seoul . Daarmee protesteren ze tegen de gang van zaken en eisen ze hun baan terug. Volgens hem staan hij en zijn ontslagen collega’s op een zwarte lijst, omdat ze als activisten bekend staan. Mahindra heeft inmiddels nieuw personeel aangetrokken.

Park wrijft in zijn handen, er staat een ijzige wind. In de tent prijkt een affiche met 23 zwartgemaakte hoofden. „We willen niet nog meer doden”, zegt hij. Park heeftde grootste moeite zichzelf en zijn vrouw en dochter te onderhouden. Zijn enige inkomstenbron is een kleine toelage, waarop hij als veteraan in het leger recht heeft.

„De huidige president Lee Myung-bak en zijn regering zetten zich alleen in voor rijken”, zegt Park. Dan wordt verder praten hem belet doordat pal achter hem met veel tromgeroffel de wisseling van de in traditionele kostuums gestoken wachtposten van een oud koninklijk park plaatsvindt.

Park staat niet alleen. Veel Zuid-Koreanen klagen dat ze onvoldoende profiteren van de enorme vlucht die de economie van hun land heeft genomen. Ook de manier waarop de grote bedrijven (chaebols genoemd) straffeloos hun gang kunnen gaan (toplieden van bedrijven die worden veroordeeld krijgen steevast gratie) irriteert veel mensen. „Veel mensen aan de top misbruiken hun macht”, zegt prof. Cho Hee-yeon.

Volgens Cho, die in de jaren tachtig nog enige tijd gevangen zat wegens zijn rol bij demonstraties voor meer democratie, is de meest dringende kwestie van het moment de toenemende kloof tussen rijk en arm. „De Koreanen hebben vanouds een tamelijk egalitair ethos en de meesten koesteren hoge verwachtingen van de toekomst. Maar hoe hard ze ook werken, ze komen nauwelijks meer vooruit. “

Tegelijk zien ze dat het rijke establishment, dat woont in chique wijken als Gangnam, in weelde baadt. Een van de redenen dat de zanger/danser PSY met zijn hit ‘Gangnam Style’ zoveel enthousiasme in eigen land ontketende, is dat hij die hang naar luxe op de hak nam.

Vooral de mensen in de provincie hebben het gevoel dat ze steeds verder achterop raken. Een doorn in het oog van velen is ook dat de kinderen van de rijken zich in toenemende mate van de fel begeerde plaatsen op de beste universiteiten meester maken.

Zuid-Korea stuit zo steeds meer op de beperkingen van zijn eigen groeimodel. De nadruk op het onderwijs is zo groot dat ruim 80 procent van alle Zuid-Koreaanse jongeren uiteindelijk de poort van de universiteit of hogeschool met een certificaat op zak uitwandelt. Volgens velen het hoogste cijfer ter wereld, al valt er volgens sceptici het nodige af te dingen op de kwaliteit van al die diploma’s. Creatief denken is vaak niet hun sterkste kant.

Maar nu de wereldeconomie hapert, vinden lang niet al die jongeren – soms zelfs afgestudeerden met een SKY-graad op zak – even gemakkelijk een baan.

Een fundamenteler probleem is misschien nog de extreem snel gedaalde vruchtbaarheid van Koreaanse vrouwen. Kregen die zestig jaar geleden gemiddeld nog zes kinderen, nu is dat gereduceerd tot 1,2 kind per vrouw. Veel te weinig om de huidige economie op den duur gaande te houden, te meer omdat de Zuid-Koreanen ook steeds langer leven. De oorzaak van dat verminderde geboortecijfer is onder meer dat veel vrouwen zelf ook hard werken en geen tijd hebben voor veel kinderen. Bovendien zijn kinderen, vooral door de hoge onderwijskosten, zo duur geworden dat veel jonge echtparen het bij één kind laten.

„Dat geboortecijfer is ook een teken van de crisis in de Koreaanse samenleving”, zegt prof. Cho. „We leven nog volgens de principes van een ontwikkelingsland. Onze samenleving past niet meer bij het ontwikkelingsstadium van onze economie. We moeten dingen veranderen.”

Uit een internationaal overzicht over de tevredenheid van burgers met hun leven stonden de inwoners van het welvarende Zuid-Korea enkele jaren geleden slechts op de 102e plaats, vlak voor Madagascar, Bangladesh en Congo.

Maar niemand weet nog precies hoe de Zuid-Koreanen kunnen omschakelen. De huidige regering heeft zich er ook niet erg om bekommerd. Critici beweren dat Lee Myung-bak en de zijnen meer zijn geïnteresseerd in de verkoop van nog meer telefoons en auto’s in het buitenland. Volgens velen zou eerst in het onderwijs moeten worden ingegrepen om een kentering te weeg te brengen, bij voorbeeld door het toelatingsexamen voor de universiteit af te schaffen of minder zwaar te maken.

Maar voorlopig is de kans dat dat gebeurt gering, zeker in Seoul. „De meeste Zuid-Koreanen willen juist graag in Seoul wonen omdat ze dan dicht bij de beste universiteiten zitten, waar ze hun kinderen op hopen te krijgen”, zegt de bejaarde vrijwilliger in het Tapgol Park, terwijl hij zijn handschoenen weer aandoet om meer verdorde bladeren te rapen. „Zo belangrijk is dat voor hen.”

Professor T.G. Park, die als hoogleraar ziet hoe studenten soms bezwijken onder de druk, herkent dit dilemma. „Ik heb zelf ook kinderen en ik zou ze dit liever besparen maar vrees dat dat me niet zal lukken. Als iedereen verder op deze trein springt, heb je als ouder weinig keus.”