Piep! We kunnen uit het ei

Stel, je bent een schildpad en je zit nog in het ei, diep begraven in het zand, vlakbij een rivier. Je staat op het punt om uit het ei te komen. Naast je, in hetzelfde nest onder het zand, liggen zo’n honderd broertjes en zusjes precies zo. En in de buurt, in aparte nesten, liggen er zo nog eens duizenden schildpadjes in hun ei. Zodra jullie uit het ei komen moeten jullie met z’n allen een stuk over het strand sprinten om bij de rivier te komen. Maar overal zitten vijanden te wachten om jullie op te eten. Roofvogels bijvoorbeeld. Wat nu?

Dat vroegen onderzoekers uit Brazilië en Amerika zich ook af, en daarom hebben ze een heleboel jongen van de grote Zuid-Amerikaanse rivierschildpad gevolgd. Ze deden dat in Noord-Brazilië, op de oevers van de Amazonerivier. Zo ontdekten de wetenschappers iets wat tot nog toe niemand wist. In hun ei maken de schildpadjes allerlei geluiden. Hoog, laag. Korte, snelle geluidjes, maar ook langzame. Soms is het een soort gekras, soms zijn het korte pulsen heel snel achter elkaar, soms is het ook een meer harmonisch geluid.

Waarom? De wetenschappers denken dit. Als de jongen klaar zijn om uit het ei te komen, beginnen ze geluidjes te maken. Eerst begint er eentje. Dan een tweede. En steeds meer. Als er genoeg gepiep, gekras en gezang is, komen de schildpadjes met z’n duizenden tegelijk uit het ei. Omdat ze met zo veel zijn is de kans kleiner dat ze allemaal worden opgegeten.

Maar de schildpadjes lokken meer uit met hun gepiep en gekras. Ze roepen zo hun moeders, die vlakbij in de rivier al weken liggen te wachten. Als er genoeg herrie wordt gemaakt komen de moeders uit de rivier. Met honderden tegelijk. De moeders beschermen de jongen op weg naar de rivier.

Ook de moeders maken trouwens geluiden. De wetenschappers denken dat de moeders met hun jongen communiceren. Van krokodillen en vogels was dit al bekend. Nu ook van schildpadden.

Marcel aan de Brugh