Overzicht Mike Kelley verbrijzelt en loutert

Garbage Bag V 1989 Mike Kelley Foto Courtesy Mike Kelley Foundation for the Arts

Mike Kelley in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Di-wo 11-17u, do 11-22u, vr-za-zo 10-18u. Inl stedelijk.nl

Het is onmogelijk om er niet bij stil te staan. Wie in het Stedelijk Museum in Amsterdam over de vrijdag geopende, reusachtige overzichtstentoonstelling dwaalt van de Amerikaanse kunstenaar Mike Kelley, denkt ongewild aan die dag in januari 2012 dat de kunstenaar zich van het leven beroofde. Is er iets af te lezen aan het werk van Kelley? Zit er een boodschap in het veelkoppige werk dat de kunstenaar naliet – in een foto, een installatie, een videoperformance, een werk op papier?

Het antwoord is: nee. Gelukkig. Maar dat antwoord is niet vanzelfsprekend. Want Mike Kelley – geboren in 1954 in een middenklassengezin in Detroit waar hij regelmatig te horen kreeg dat hij eens ‘wat normaler’ moest doen –, maakte werk dat persoonlijk is tot op het bot. Iets anders is niet mogelijk, vond Kelley. Wie kunst wil maken, moet zijn eigen angsten en onzekerheden, frustraties en trauma’s opgraven, ze onder ogen zien en dan: vooruit, aan de slag. Geen routine, geen werktijden van negen tot vijf, geen voortborduren op eerdere successen: alles alleen maar op het scherpst van de snede. Dat gebeurt even hard in 1974, aan het begin van zijn carrière, als aan het eind van zijn leven.

Op de tentoonstelling in het Stedelijk – waar je via een kermend geluidswerk op de lange roltrap naartoe wordt getrokken – blijkt aan de hand van bijna tweehonderd werken die min of meer chronologisch zijn opgesteld waar dat onderzoek van Kelley in de praktijk toe leidt. Schitterend komt naar voren hoe essentieel het verschil is tussen de bron waaruit een kunstenaar put, en het kunstwerk zelf. Je zou Kelley’s werk smadelijk te kort doen door het autobiografisch te noemen, laat staan therapeutisch. Kelley zocht en vond in allerlei genres en media manieren om zijn anarchistische creativiteit tot uitdrukking te brengen. Daarbij nagelt hij het doen en laten van de blanke burger en het kerngezin als ideaal opvoedmodel aan de schandpaal. Heilige huizen worden tot aan de fundamenten afgebroken. Taboes op het gebied van (kinder)seks, religie en patriottisme verbrijzeld.

Dat begint al in de eerste zaal op de benedenverdieping van de nieuwbouw, waar een aantal enorme vilten banieren de muur sieren. De banieren zijn opgemaakt als affiches. ‘Let’s talk about disobeying’ staat er furieus boven een knusse pot met koekjes. Het zou het motto van de tentoonstelling kunnen zijn, ware het niet dat je Kelley ook daarmee te kort doet. Want zijn werk gaat ook over falen, mislukking en liefde. Uit die werken spreekt een mededogen en menselijkheid, die ze doet uitstijgen boven activistische pamfletkunst.

Er zijn prachtige, secuur getekende, zelden getoonde werken op papier, waarop een huis op de prairie als het ware verstikt raakt door de jaarringen van bomen. Er is een beeld van de jonge ‘John-John’ Kennedy jr., zoon van de vermoorde president, die Kelley als eenzaam kind in een snoepblauw jasje op een apenrots van kralen neerplant. In performances en films vertolkt Kelley op sensationeel smerige manier het seksuele gekokkerel van het Zwitserse alpenmeisje Heidi, druk doende met grootvader, Peter en een heleboel worsten. Op een vroege film uit de jaren zeventig klampt de kunstenaar zich jammerend vast aan een moederfiguur van metaaldraad.

Er zijn verwijzingen naar strips, naar kitsch en esoterie, en natuurlijk zijn er de knuffeldieren, die liggen toegedekt onder een lap, tot lange ritsen aan elkaar zijn genaaid of verwerkt tot kolossale driedimensionale tableaus van kraalogen, wol en zacht vilt.

Alles wat naar goede, maar vooral gevéstigde smaak zweemt, licht Kelley beentje. Hij revolteert tegen het minimalisme en de conceptuele kunst die hij op CalArts, de beroemde kunstacademie vlak bij Los Angeles, krijgt ingestampt. Altijd zoekt hij zijn eigen weg, zijn eigen manier om tot uitdrukking te brengen wat hij denkt en voelt. Deze tentoonstelling is een afdaling in de onderbuik van het onderbewuste. En als je weer boven komt, voel je je gelouterd, vol levenskracht en boordevol inspiratie om nieuwe dingen te maken.

    • Lucette ter Borg