opinie

    • Karel Knip

Nul- en vijfprocentkegels

Fotodienst NRC

Ruikt de gebruiker van alcoholvrij bier na zijn consumpties wel of niet naar ‘drank’, daar gaat het om vandaag. En het eerste wat een modern mens zich afvraagt is: staat dat niet gewoon op internet, wat zegt Google, anderen hebben dat vast ook wel eens willen weten.

En ja hoor, het effect van drankgebruik op de chemische samenstelling van uitgeademde lucht krijgt op internet alle aandacht. Het heeft bijna uitsluitend te maken met alcoholcontroles en het gebruik van blaaspijpjes – hoe groot is de kans op een vals positieve uitslag en met welke trucs is de alcoholtest te bedotten – maar het is toch heel leerzaam. Lees het Wikipedialemma van de gedupeerde die al zijn twijfels over bruikbaarheid van de breathalyzer bijeen bracht. Ook het lemma blood alcohol content (BAC) geeft veel nuttige informatie.

We noteren dat het befaamde blaaspijpje echt reageert op alcohol in de ademlucht, en niet op een of ander nevenproduct, en dat de alcoholconcentratie in het bloed (en dus in de ademlucht) ongeveer drie kwartier na een geïsoleerde consumptie op zijn hoogst is. Al heel snel begint de lever, die de alcohol oxideert tot ethanal (meestal nog ‘aceetaldehyde’ genoemd) de bloedwaarde te verlagen. De lever kan ongeveer één consumptie per uur wegwerken. Het aceetaldehyde wordt tamelijk snel omgezet in stoffen waarmee het lichaam heel vertrouwd is en die ook van nature ontstaan.

Helaas krijgt de typische mondgeur van de stevige drinker, de drankkegel, niet veel technisch-wetenschappelijke aandacht. Voor mondgeur as such is belangstelling genoeg maar die helpt ons vandaag niet verder. Als na enig zoeken eindelijk een hoekje op het web is gevonden waar de alcoholkegel ter sprake komt, blijkt daar een onbeschrijflijke chaos te zijn aangericht. De contradicties en onwaarschijnlijkheden buitelen er over elkaar.

Tot de hardnekkigste misverstanden behoort het idee dat alcohol van zichzelf geen enkele geur of smaak zou hebben. Weinig mensen krijgen in het dagelijks leven echt zuivere alcohol in handen, bijna altijd is die met een of ander middeltje gedenatureerd, en van lieverlee is men ervan overtuigd geraakt dat de stof zonder denaturatiemiddel naar niets ruikt. Maar wie ooit in een laboratorium zuivere alcohol nodig had voor spectrografie of chromatografie die weet: alcohol (‘ethanol’) heeft een heel aangename geur en smaak. Het zijn geur en smaak van brandewijn en wodka.

De overtuiging dat alcohol geen eigen geur heeft en dat wodka en brandewijn weinig meer zijn dan mengsel van uitsluitend alcohol en water heeft geleid tot een ander misverstand: dat de wodka-drinker geen dranklucht verspreidt. Hij kan wodka drinken tot-ie omvalt maar een kegel krijgt-ie niet. Dit is het internettijdperk ten voeten uit. Met één voor de hand liggend experiment is de uitspraak binnen het uur verworpen, maar er is nooit iemand die de proef op de som neemt.

Een paar glazen wodka wekken net zo’n drankkegel op als een paar glazen jenever. De kern van de kwestie is dat je in die kegel de zoet-frisse geur van ethanol niet terugvindt. Waar hij dan wel naar ruikt, valt moeilijk te zeggen en er viel op korte termijn ook geen analyse van de kegel te vinden, al is die er waarschijnlijk wel. Het ligt voor de hand dat het eerste omzettingsproduct van alcohol, ethanal (aceetaldehyde dus) ook makkelijk in de ademlucht terechtkomt, en waarachtig, dat blijkt zo te zijn. Literatuur te over. Ook ethanal heeft een typische geur, lezen we op een site van het RIVM: fruitig maar soms wat muf. Dat komt al meer in de richting.

Wat er, afgezien van stikstof, zuurstof, CO2 en waterdamp, in principe allemaal in longlucht kan terecht komen wordt beschreven in het prachtig handboek Comprehensive Physiology dat John Wiley and Sons integraal op internet plaatsten. Natuurlijk staat daar ook aceton bij. Zoals bekend gaan mensen die lang en extreem vasten en van de weeromstuit vet gaan verbranden (en mensen die een extreem vet dieet volgen) op den duur aceton produceren dat ruikbaar in de ademlucht terecht komt.

Spelenderwijs zijn nu al alcoholen, aldehyden en ketonen genoemd als stoffen die zomaar van het bloed in de longlucht kunnen belanden. Ethers horen er ook bij, schrijft het handboek. En er is natuurlijk nog heel veel meer, denk aan allylmethylsulfide, het hoofdbestanddeel van de typische knoflookgeur. Zó zit het in het bloed, zó in de longen.

Al met al lijkt het aannemelijk dat de beruchte drankkegel niet alleen uit het geurige ethanol en het soms muffe ethanal bestaat maar uit tal van andere verbindingen die in wijn, bier of jenever aanwezig waren. Misschien heeft elke dranksoort wel zijn eigen kenmerkende kegel. Omdat alcoholvrij bier als twee druppels water lijkt op gewoon bier (het wordt op dezelfde manier gemaakt, maar aan het eind van de rit van zijn alcohol ontdaan door middel van vacuümdestillatie of omgekeerde osmose e.d.) lijkt de kans groot dat de alcoholloze biervariant dezelfde mondgeur veroorzaakt als gewoon bier.

Die indruk heeft men ook op internet, lees het droevige verslag van de vrouw van de Amerikaanse alcoholist die zijn vrouw had beloofd voortaan altijd non-alcoholic beer (N/A beer) te drinken maar die op een goede avond toch met een forse drankkegel in bed belandde. (‘The characteristic beer breath came wafting over the bed.’) Mevrouw schrijft te beseffen dat N/A beer ook een kegel geeft, en haar man zal dat wel onderstreept hebben, maar dat helpt haar niet uit de brand, natuurlijk.

Geeft alcoholvrij bier nu wel of niet een dranklucht? Donderdagmorgen heeft het AW-laboratorium de proef op de som genomen. Vier proefpersonen kregen 6 flesjes Bavaria 0,0 te drinken. Zonder een spat alcohol. Na een half uur kon worden vastgesteld: aan de mondlucht was niets veranderd, ook niet bij de twee personen die bereid waren geweest twee flesjes 0,0 naar binnen te werken. Heel in de verte schemerde soms wat koffie of mandarijn. Maar geen kegel.

Ach, sloppy science dreigt overal. Gistermiddag schoot te binnen dat het beter was geweest meerdere mensen aan de monden te laten ruiken. En dat een blanco met alcoholhoudend bier niet had misstaan. Haastjerepje is zesmaal 33 cc. Grolsch 5 procent aan vijf proefpersonen uitgereikt. Nu werd na 40 minuten geroken, want dat leek verstandiger. Het resultaat was precies zoals je het niet had willen hebben. Niet positief, niet negatief maar iets ertssen in. Bij 2 van de 5 proefpersonen was een begin van een alcoholkegel ontstaan. Het onderzoek wordt voortgezet.

    • Karel Knip