Leraar moet pester hard aanpakken

Het 15-jarige meisje dat deze week zelfmoord pleegde, werd gepest. Wat kun je doen? „Schouders recht, niet naar de grond kijken.”

Briefje bij de spoorwegovergang waar dinsdag een 15-jarige scholiere voor de trein is gesprongen. Foto Sake Elzinga

Of ze kan begrijpen dat een meisje zelfmoord pleegt na pesterijen op school? Ja, want Megan (16) wilde het zelf ook doen. In de onderbouw van de middelbare school werd ze regelmatig uitgescholden voor ‘dikke’, of ‘hoer’. Leerlingen maakten grapjes over haar ‘rare’ schoenen. Ze werd aangeraakt op plekken waar ze dat niet wilde. Megan: „Ik reageerde altijd door ‘hou je bek’ te zeggen. Maar dat hielp niets.”

Megan zit op het Olympia College, een school voor praktijkonderwijs en VMBO met driehonderd kinderen in Rotterdam-Zuid. Sinds twee jaar organiseert de school verplichte antipestprogramma’s. Megan deed er ook aan mee. Ze leerde dat ze niet naar de grond moest staren, maar omhoog. Megan voelt zich nu zekerder. „Ik heb overal meer schijt aan.”

Pesterijen hebben deze week geleid tot de zelfdoding van een 15-jarig VMBO-leerlinge uit Staphorst. Een maand eerder maakte de 20-jarige Tim Ribberink een einde aan zijn leven. Ook hij werd gepest, maakten zijn ouders duidelijk in een rouwadvertentie. Eén op de zeven schoolkinderen wordt gepest.

Kunnen scholen daar iets tegen doen? Ja, zegt directeur Monique Helling van het Olympia College. „Je kunt pesters keihard aanpakken en met slachtoffers in gesprek gaan.” Helling spreekt uit ervaring. Toen zij vorig jaar directeur werd was het Olympia een onveilige school. Kwetsbare leerlingen waren regelmatig slachtoffer van pesterijen of werden zelfs bestolen. Elke maand was er wel een vechtpartij. Na haar aantreden stelde de school veiligheidsregels op. Petjes, schoolverzuim, pesterijen – de leraren spraken af er direct op te reageren. Leerlingen van wie werd vermoed dat zij pestten, moesten zich met hun ouders melden. Er kwamen weerbaarheidstrainingen en antipestcursussen. Op die trainingen wordt gepeste kinderen geleerd een andere lichaamshouding aan te nemen, vertelt Helling. „Een ander loopje bijvoorbeeld, dat je meer uitstraling geeft.” In rollenspellen leren kinderen weerstand te bieden aan groepsdruk. Pesters leren tijdens de cursus iets over hun eigen onzekerheid. „Al moet je daar wel voorzichtig mee zijn”, zegt Helling, „want voor je het weet draaien ze de rollen om. Dan worden de slachtoffers de pesters”.

Ook docenten krijgen trainingen, om pestgedrag te herkennen. „Gepeste jongeren ontwikkelen een houding waarbij ze niet opvallen. Ze proberen als het ware te verdampen. Een leraar is geneigd te denken: lekker, zo’n rustig kind. Maar dat kan dus ook een signaal zijn.”

De rol van de leerkracht is essentieel bij het tegengaan van pesten, blijkt ook uit onderzoek. Volgens het boek Pesten op school van drie Nederlandse wetenschappers doen leraren soms te weinig tegen pesten. Als ze het al opmerken, grijpen ze niet altijd in. Dit speelt vooral bij subtiele vormen van pesten, zoals roddelen en buitensluiten. Volgens de onderzoekers lijkt het er op „alsof leraren sociaal pesten min of meer oogluikend toestaan en de gevolgen hiervan bij leerlingen onderschatten”.

Simone Hadders, lerares en zorgcoördinator, heeft soms een „machteloos gevoel”. „Je merkt dat er geroddeld wordt in het lokaal. Moet je dan meteen ingrijpen? Door zo’n leerling in bescherming te nemen kun je het ook erger maken. Dan ziet de klas die leerling als het schoothondje van de docent. En dan gaan ze verder in de tram en in de bus. Pesten stopt niet bij het schoolhek.”

Leerlingen op het Olympia College zeggen dat er veel is veranderd. Het is „rustiger”. Docenten zijn „strenger”. Er zijn geen vechtpartijtjes meer. „Leraren luisteren goed naar je”, zegt Cigder, een 16-jarig meisje. Ze hangt met vriendinnen op een bankje in de kantine. Twee jaar geleden sneed ze zichzelf met scherpe voorwerpen, na pesterijen. Klasgenoten zeiden „rare dingen” over haar. Cigder volgde de training. „Weet je wat ik altijd deed als ik praatte? Ik deed mijn schouders naar voren. Zó.” Ze krimpt ineen. „Dan straal je dus onzekerheid uit.” Als Cigder nu praat, zorgt ze dat haar schouders recht staan.

    • Andreas Kouwenhoven