In bed zie ik de haas op me afkomen

Ellen Mookhoek eet van moestuin en wildpluk. Zelf vlees oogsten is voor haar een logisch vervolg. Sinds kort heeft ze haar jachtakte, en maandag ging ze voor het eerst het veld in. „Dat gelukzalige gevoel, dat zal na-ebbende jagersadrenaline zijn.”

Nederland, Garijp, 10-12-2012. Hollands Dagboek, Ellen Mookhoek. Foto: Olivier Middendorp

Donderdag 6 december

Vanochtend dronk ik koffie met een jager die jarenlang aangereden damherten, afkomstig uit de Amsterdamse Waterleidingduinen, afgemaakt heeft. Hij had een laptop vol foto’s van bloedende herten, de meeste met gebroken poten. Echt heel naar. Hij schoot ze af in het bijzijn van twee agenten – om zijn eigen veiligheid te garanderen.

Er worden dagelijks duizenden dieren gedood in Nederland, in fabriekshallen. Dat roept vrij weinig emoties op. Maar als je een aangereden hert uit z’n lijden verlost, zijn er mensen die je willen aanvliegen. Terwijl, wat is het verhaal? Na de bronst, als er is uitgemaakt welke potente mannen de dienst gaan uitmaken, vertrekken jonge en oude mannetjes. De damherten kijken vervolgens slecht uit bij het oversteken. Wat zou het fijn zijn als de populatie beheerd wordt en er minder herten buiten de duinen gaan zwerven.

Na de koffie kreeg ik een poot van een reekalf mee. Op een van de plekken waar hij jaagt, is die er in het kader van populatiebeheer uit geschoten. Ik ben heel dankbaar dat ik de bout van het dier met mijn familie mag opeten. Als we vlees eten, zijn we ons er steeds van bewust: dit was een levend wezen en door zijn dood kunnen wij ons voeden.

Vrijdag

Het is zoals het is en niet altijd zoals je wilt. Nu is er sneeuw, en met sneeuw wordt er niet gejaagd, dat is ‘onweidelijk’. Jagers zijn nogal strikt in wat we wel en wat we niet doen. En jagen als je de dierensporen zo makkelijk kan zien, dat mag niet. In theorie ben ik het hier helemaal mee eens en ik heb ook respect voor de Jagermeester die de hazenjacht voor morgen heeft afgeblazen. Maar ik baal.

Vandaag de hele dag aan mijn website gewerkt. Ik word daar nooit echt blij van, zo’n dag achter de laptop, ik krijg wiebelbenen. Op zo’n dag voel ik me een opgesloten natuurmens. Mijn website wordt gelukkig wel mooi.

Aan het eind van de dag zet ik de reebout op, lekker met boter, laurier, ui en donker bier. Na een paar uur heel zacht pruttelen zet ik de bout uit, morgen is ie nog malser.

Zaterdag

De dag van de afgelaste hazenjacht werd een stralend mooie dag. Zon en net een paar graden vorst.

Met Yvonne en Douwe, collega-nieuwbakken jagers, naar de kleiduivenbaan in Ommeren gegaan. Nog wat oefenen voor maandag, de dag dat ik voor het eerst als jager het veld in ga.

’s Middags op en rond de Albert Cuyp lekkere dingen gekocht. Vanavond komen vrienden en mijn schoonmoeder eten. Ik heb zin om ze, naast de reebout, nog meer lekkers voor te zetten.

Zondag

Met de hele familie een dagje naar het Archeon. De medewerkers in het park weten veel over de periode waarin ze werken. Mijn favoriete prehistorie-man heeft een hele reeënhuid gelooid, met oortjes, gewei en al, om er een prachtig prehistorisch jachtpak van te maken. Terwijl ik het zit te bewonderen is hij alweer een muskusrat aan het villen.

Die middag luisteren we nog naar Noorse sagen, veel middeleeuwse muziek en genieten we van alle prachtige gebouwen en gebouwtjes.

Maandag

In alle vroegte verlaat ik mijn huis om naar Friesland te rijden. Johan, de vader van Douwe heeft me uitgenodigd om te komen jagen. We rijden naar de plek waar vaak ganzen zitten. Ze zijn daar de afgelopen dagen niet gezien, met vorst zitten ze ergens anders, zo ook vandaag. We rijden nog wat velden langs, maar niks. Dus gaan we ‘op de hazen’, we klimmen met gebroken geweer het hek over. Ik doe mijn patronen in mijn Beretta en ik loop met geladen geweer het veld in.

Plotseling komt er een haas op mij af, prachtig beest, ik mik, denk nog even na over waar en hoe hem het beste te raken en weg is ie. Alleen de Jagermeester heeft een haas geschoten. Hij heeft gezien hoe ik de haas niet raakte en legt uit hoe het wel moet.

Met één haas en heel koude handen gaan we terug naar de boerderij. Lieny blijkt de perfecte jagersvrouw, als we aankomen is er dampende koffie om ons aan te warmen. Na de koffie stappen we de auto weer in. Met één haas kom je de kerst niet door. We lopen nog een heel aantal weilanden door, in de verte huppelen de hazen, maar ze komen niet binnen schotsafstand. Sjouwen door de klei, prachtige vergezichten, natte sneeuw op mijn wangen, ook zonder buit is het gelukkig echt heerlijk.

’s Avonds ga ik naar de zeer aangeklede borrel van Slowfood Amsterdam. Heerlijk gegeten, wel iets te veel gedronken, kwam nog net niet zingend thuis. Maar dat gelukzalige gevoel kan ook door de nog na-ebbende jagersadrenaline veroorzaakt zijn. In mijn bed zie ik de haas steeds weer op me afkomen, inmiddels zo groot als een paard. Ga laat en gelukkig slapen.

Dinsdag

In de middag werk ik met de mannen van de HVO (Hulp Voor Onbehuisden) in hun moestuinbakken. We wieden wat en oogsten lekker veel groenlof, om er in de keuken mee aan de slag te gaan. De groenlof wordt gebakken met wat knoflook en daarna gestoofd met zoutvlees. De fris-bittere smaken van deze groente zullen helemaal tot hun recht komen bij de Surinaamse maaltijd die vanavond op het programma staat.

Woensdag

Overleg met Luc en Xavier van restaurant Bolenius. Ik heb de leiding over de moestuin van het restaurant aan de Zuidas in Amsterdam. Op de agenda staat het volgende tuinseizoen, willen we meer verschillende soorten of juist meer kilo’s en minder soorten? We doen én meer soorten én meer kilo’s. We gaan op zoek naar samenwerkingspartners, meer vrijwilligers en beginnen een moestuinjaartraining in de tuin van het restaurant. Luc en Xavier zijn aanpakkers, echt geweldig om mee samen te werken.

’s Middags krijg ik het mailtje met groen licht voor wederom een seizoen ganzeneieren rapen. Daar ben ik blij mee, de ganzeneieren waren mijn eerste wild geoogste eiwitten. Vanaf maart ga ik wekelijks met een klein groepje het veld in om de eieren te rapen.

Donderdag

’s Middags sta ik weer met Yvonne op de schietbaan. Nu met instructeur Dick, poging 1 om links te gaan schieten. Ik leerde, te laat, uit Amerikaanse vakliteratuur voor jageressen, dat de meeste rechtshandige vrouwen een linksleidend oog hebben. De meeste vrouwen schieten dus het best als ze links over de loop kijken. Ik heb ook een linksleidend oog. De schietbaan waar Yvonne en ik hebben leren schieten, doet hier niet aan, iedereen die rechtshandig is, schiet rechts. Nu wil ik kijken of ik beter schiet als ik wel gebruik maak van mijn leidend oog.

Ik zag erg tegen de les op, maar dat blijkt onterecht. Dick is super geduldig en alhoewel ik minder raak dan wanneer ik rechts schiet, is het een verademing. Ik zie ineens veel meer, mijn linker oog is in alle opzichten mijn beste oog.

Het allerbelangrijkste wat me nu te doen staat, is kilometers in het veld maken. Dus nu hard op zoek naar een plek waar ik regelmatig kan jagen!

    • Ellen Mookhoek