Ik wil niet zoveel moois verliezen

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

Proloog

Drie kwartier na ons gesprek stuurde zij deze e-mail: „Er bleef een zoete smaak bij mij achter, wat misschien betekent dat ik de positieve dingen wat te veel nadruk heb gegeven. Zo wil ik het ook, maar de negatieve dingen hoeven niet onbenoemd te blijven. Er is heel veel pijn en verdriet in mij, bij Daan, de kinderen, mijn moeder, zussen, vriendinnen, schoonfamilie, op school, familie, buren, bij iedereen. Overal tranen en knopen in de buik. Dat snap je natuurlijk wel.

Daarom een citaat uit mijn eigen dagboekje, oktober 2012: ‘Ik wil geen afscheid nemen. Ik wil niet langzaam van alles een beetje loskomen. Ik WIL niet die afstand, die eenzaamheid. Ik wil leven, warm, nabij, verbonden zijn in het ‘hier en nu en later’. Ik wil niet ‘dit kleine stukje nu’, zonder perspectief. Ik wil niet zo veel moois verliezen, telkens weer zo veel verdriet voelen. Ik wil niet weghoeven. Ik wil gewoon blijven.’”

„Dood zijn lijkt me geen ramp. Integendeel. Tien jaar geleden dacht ik: dood is dood, over, uit, klaar. Nu denk ik: er is een hemel. Misschien niet zo’n bijbelse hemel, met God op een troon en altijd lekker weer – dat zijn metaforen. Ik bedoel: wij zijn deel van een groter geheel. Onze energie, onze geest, of hoe je dat allemaal noemen wilt, maakt deel uit van iets Groots. De scherpe contrasten van dit leven, met enerzijds prachtige dingen en anderzijds ook zoveel pijn en verdriet, bestaan daarin niet. Heerlijk.

„Soms denk ik: ik heb het makkelijker dan Daan, mijn man. Ik ben straks van alle ellende verlost. Hij moet in z’n eentje verder, met onze jongens. Maar vaker denk ik natuurlijk: wat is dit toch verschrikkelijk, ellendig, rampzalig. Waarom gebeurt dit niet vijftien jaar later? Dan was onze jongste achttien jaar geweest. Of veertig jaar later? Dan had ik echt niks te klagen gehad.

„Tegelijk denk ik: Daan en ik hebben drie superzonen gekregen. Zij zijn ons grootste geluk, dat is ons gewoon overkomen. Mijn ziekte komt ook zomaar op ons pad. Kan gebeuren. Laten we dus maar proberen hier ook zo gewoon mogelijk mee om te gaan.

„Ik heb boeken en films in huis gehaald over verdriet, afscheid nemen, doodgaan. In gesprekken met onze jongste heb ik dat nog niet aan mijzelf gekoppeld. Wel heb ik tegen hem gezegd dat ik een speciale, grote ziekte heb, geen kleine. Vorig jaar overleed de oma van Daan. Ward zegt: ‘Oma Mo is dood, maar we hoeven haar niet te missen, want we hebben een foto van haar.’

„Aan Hugo en Tobias hebben we wel verteld dat ik weinig kans heb nog beter te worden. Dat is vreselijk moeilijk. De eerste weken heb ik ’s avonds veel bij hen in bed gelegen. We hebben gehuild, tot diep in onze tenen.

„Hugo wil het naadje van de kous weten. ‘Denk je dat je 80 wordt.’ Nee, dat denk ik niet. ‘En 70? 60? 50?’ Ik zou het heel graag willen, maar ik weet het niet. Zodra ik ooit meer weet, zal ik ’t je vertellen. ‘Ja, dan wil ik het twee weken en tien dagen van tevoren weten!’

„Hij vraagt: ‘Ik blijf toch wel bij papa wonen?’ Ja, tuurlijk. ‘Maar ik wil niet dat jij hier dan niet meer woont!’ Dat snap ik – maar misschien krijgt papa wel een andere, hele lieve vrouw. ‘Dat wil ik niet.’ Misschien gaan jullie dan wel met z’n allen aan de rand van een heel mooi bos wonen…

„Zo probeer ik hun positieve verbeeldingskracht te stimuleren, juist nu. Bij al dat verdriet hebben ze lucht en licht nodig.

„Tobias praat er moeilijk over. Hij zegt dingen die net iets te wijs zijn voor zijn leeftijd: ‘We moeten maar rustig afwachten of de chemokuren aanslaan.’ Maar in z’n gedrag thuis kan hij opeens weer jaren jonger zijn: druk, opstandig, moeilijk. Van binnen weet hij zich, denk ik, geen raad met de situatie.

„Zelf heb ik altijd dicht bij mezelf geleefd. Ik heb mijn eigen pad gevolgd, ben openhartig, daadkrachtig. Dat helpt nu ik ziek ben. Dan kom je jezelf behoorlijk tegen en ik moet zeggen: dat valt me niet tegen, door alle ellende heen kan ik gelukkig ook de mooie kanten zien. Ik voel sterk dat ik omhuld ben, dat ik niet alleen sta in deze rotsituatie, ja, dat ik omhuld ben door liefde.

„Dat is wat ik ook aan onze jongens wil meegeven: blijf jezelf, durf te zeggen wat je voelt en denkt en weet dat ik – en heel veel andere mensen – ontzettend veel van jullie houden. Dat blijft, ook als ik hier straks niet meer ben.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord

    • Gijsbert van Es