Ik moet al veertig jaar dat beeld bijstellen

Louis van Gaal stond na het compleet mislukte EK van afgelopen zomer voor de opdracht Oranje nieuw leven in te blazen. De bondscoach moet resultaat aan mooi voetbal koppelen. ‘Ik stel duidelijke kaders. Daarbinnen heeft iedereen vrijheid.’

Louis van Gaal: „In Nederland ben ik ook erg populair.” Foto Robin Utrecht

Louis van Gaal (61) leunt voorover en drukt op de toets van de iPhone die als dienstdoend opnameapparaat voor hem op tafel ligt. „Met één druk op de knop kom je nu de hele wereld tegen. Dat was bij mij nog niet. Vroeger had je te maken met je ouders, de pastoor en de onderwijzer. Nu druk je op een knop en de hele wereld staat voor je open.”

Het zijn de mixed blessings van de moderne tijd. Niet allemaal slecht, wil Van Gaal zeggen. Maar hij kan soms moeilijk geloven hoe kinderen tegenwoordig opgevoed worden. „Ouders overleggen met hun kinderen wat zij willen. Op een leeftijd van drie jaar! Mijn ouders waren niet zo. Ik ook niet. Er waren regels. Je moest doen wat er gevraagd werd. Zo heb ik het als vader gedaan, tot het moment dat mijn dochters er aan toe waren zelf te beslissen.”

De bondscoach van het Nederlands elftal ontvangt in zijn kantoor op het KNVB-complex in Zeist. Een gesprek over het Nederlands elftal en de media gaat via de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen over de samenleving die volgens hem al veertig jaar te weinig corrigerend is. En zijn eigen leiderschap, dat hij als „autoritair maar empathisch” omschrijft: streng en invoelend tegelijk.

Hoe dat werkt? Misschien wel zo. In zijn eerste weken na zijn terugkeer als bondcoach van het Nederlands elftal veranderde hij meteen de kamerindeling in hotel Huis ter Duin, uitvalsbasis van Oranje in Noordwijk. „De spelers sliepen op drie verschillende etages. Dat wilde ik niet”, zegt Van Gaal. „Ik wil ze allemaal op dezelfde etage hebben, omdat dan de kans groter is dat ze elkaar tegenkomen en met elkaar gaan communiceren. Op sommige plekken was geen internet, dat hebben ze daar dus laten aanleggen. Ja, dat is belangrijk. De spelers zijn bezig met games en ik heb begrepen dat daarvoor snel internet nodig is.”

In zijn eerste periode als bondscoach slaagde Van Gaal er niet in met een ervaren groep spelers zich te kwalificeren voor het WK in 2002. Met het maximale aantal van twaalf punten uit vier duels is hij nu met een jonge groep van wisselende samenstelling op weg plaatsing voor het WK in Brazilië veilig te stellen.

U zit in uw tweede termijn als bondscoach. Bent u veranderd?

„Ik ben ouder geworden. Als mens en als trainer. Ik heb sindsdien gewerkt bij Barcelona, Ajax, AZ en Bayern München. Maar de ervaring van mijn vorige bondscoachschap is het meest bepalend. Destijds selecteerde ik spelers die ik grotendeels zelf had opgeleid. Ik gaf hen vertrouwen. Achteraf bezien was dat niet goed. Mijn vertrouwen werd beschaamd. Ze deden niet alles wat nodig was om het beste uit zichzelf te halen. Daar verzet ik me tegen. Doe je dat niet, dan ga je achteruit. Voetbal is een vak. Nu schenk ik de spelers geen vertrouwen meer. Ik laat het vooral afhangen van hun fitheid, vorm en of ze in teamverband willen spelen. Dat is voor een bondscoach een betere methode. En gezien de resultaten is dat ook zo. In de richting van het WK in Brazilië gaan we werken aan een vast elftal.”

Had u verwacht een tweede kans te krijgen?

„Dat weet je natuurlijk nooit. Er zijn niet zoveel trainers die twee keer bondscoach worden. Ik heb altijd gezegd dat ik een lijstje had met vijf landen die ik nog wilde coachen. Nederland is voor mij het mooist. Mijn eigen land. Dus toen de vraag kwam, hoefde ik niet lang na te denken. Bert van Oostveen [directeur betaald voetbal van de KNVB] heeft wel zijn nek uitgestoken door mij te nemen. Knap, want het was een beslissing tegen de mediastroom in.”

U heeft het vaak cynisch over ‘mijn vrienden van de media’. In uw afscheidsspeech in 2001 beoordeelde u hun werk met ‘min min’. Hoe staan ‘we’ er nu voor?

„Op een dubbele min min. Er zijn altijd uitzonderingen. Maar het zou andersom moeten zijn. De journalist die zich níet aan de feiten houdt, zou natuurlijk juist de uitzondering moeten zijn. Helaas is dat niet zo.”

Hoe gaat u daarmee om?

„Ik ga de strijd niet aan. Dat heeft geen zin. Maar ik geef bijvoorbeeld geen interviews aan De Telegraaf. Ik wil mij niet inlaten met mensen die alles doen om het mij zo moeilijk mogelijk te maken. Dat het de grootste krant is, maakt mij niets uit.”

Van Gaal leeft al langer in onmin met De Telegraaf. De relatie kwam op scherp te staan toen hij tegen de wens van Johan Cruijff naar voren werd geschoven als de beoogd directeur van Ajax. Van Gaal verwijt journalisten van de krant dat ze zich „niet aan de feiten houden”.

Kijkt het publiek anders tegen u aan dan de media?

„Ja, dat maak ik iedere dag mee. Mensen gaan toch af op wat ze horen, zien en lezen. Als ze me dan in werkelijkheid meemaken is het verwachtingspatroon niet zo hoog. En dan valt het altijd mee. Ik moet al veertig jaar dat beeld bijstellen. Daar lig ik niet meer wakker van.”

Wordt de mens Van Gaal milder?

„Ze zeggen dat dat meestal zo is. Maar ik ben altijd mild en flexibel geweest.”

U werd bondscoach na een dramatisch EK. Voor uw voorganger vast een nachtmerrie.

„Natuurlijk. Maar niet alleen voor Bert van Marwijk. Ook voor de spelers en alle andere betrokkenen. Voor de rest kan en wil ik er niet te veel over zeggen. Ik kijk vooruit.”

Anders gesteld: zou het bij Oranje nu nog denkbaar zijn dat Robin van Persie eigenhandig besluit niet met de pers te praten?

„Nee, dat soort zaken gebeurt bij mij niet. Ik stel duidelijke kaders. En daarbinnen hebben spelers, de trainer en andere stafleden de vrijheid om te werken.”

Hoe heeft u dat duidelijk gemaakt aan de internationals?

„Ik gebruik elk middel om de spelers te beïnvloeden. Ik toonde bij ons eerste samenzijn een documentaire over de toenmalige bondscoach Guus Hiddink. De situatie leek na het mislukte EK in 1996 als twee druppels water op die van nu. Daarom moest ook nu een begin worden gemaakt met nieuwe gedragsregels. Maar die moeten wel worden nageleefd. Dat controleren wij, zowel spelers als de staf! En ik zeker. Als ze zich niet aan de regels houden, dan moet je stappen ondernemen.”

Heeft u al moeten ingrijpen?

„Nee. Ik denk wel dat de spelers heel goed begrijpen dat er aan misstappen consequenties verbonden zijn.”

Ze denken wel twee keer na voordat ze iets doen?

„Dat hoop ik, ja. Corrigeren gebeurt vandaag de dag in de maatschappij vaak niet meer. Maar als ik het zeg, ben ik weer de bovenmeester. De schoolmeester, een dictator met sektarisch gedrag. Wat is er allemaal niet geschreven door mijn vrienden van de media?”

Na de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen bezint het voetbal zich. Heeft het betaald voetbal een voorbeeldfunctie?

„Aan de ene kant wel, aan de andere kant is het onzin. Het komt steeds vaker voor dat een scheidsrechter agressief wordt bejegend. En dan hoor je de dooddoener: ‘de verantwoordelijkheid ligt bij iedereen’. Nee! Want dan doe je de mensen tekort die zich wel kunnen gedragen en zich wel weten te beheersen. In mijn ogen ligt daar een verantwoordelijkheid voor de KNVB en de tuchtrechtspraak. Er moeten duidelijke kaders worden vastgesteld. En die moeten gecontroleerd en toegepast worden. Datzelfde geldt voor het grote geheel, de Nederlandse samenleving. Daar moet de politiek de kaders aangeven.

„Ik heb altijd al verwoord dat het anders moet. Als speler heb ik dat ook in interviews gezegd. Dat kun je allemaal teruglezen. Toen vond ik al dat het niet goed ging. De huidige cultuur hebben we met z’n allen gekweekt. Alleen moeten we niet denken dat als we nu even samen de verantwoordelijkheid pakken, je alles zomaar oplost. Daarom zeg ik: je moet altijd controle uitoefenen. Neem het verkeer op de A2. Nu daar camera’s staan, wordt er echt wel honderd gereden. Wij mensen hebben die controle nodig.”

Uw autoritaire leiderschap is in Nederland niet erg gebruikelijk.

„Volgens mij zei ik: ik ben autoritair maar empathisch. Dat moet je er wel bij zeggen. Ik ben niet voor autoritair leiderschap, ik geef juist een differentiatie aan: empathisch. Ik heb volgens mij meer kennis dan mijn spelers over voetbal. Ik zit al zoveel jaar in het vak, ik heb zelf op enig niveau gevoetbald. Ik heb ervoor gestudeerd en ik heb het bewezen bij zoveel clubs in binnen- en buitenland. Dus dan kán ik ook zeggen dat ik meer weet. Maar dat wil nog niet zeggen dat je je niet moet verdiepen in de speler.

„En dat zou een leraar ook moeten doen: die moet zich verdiepen in een leerling en in wat hem beweegt. Maar dat wil niet zeggen dat die leerling bepaalt wat hij voor les moet krijgen. Want zover zijn we nu. Daarvoor moet je wel een autoriteit zijn. Maar ja, het wordt door de maatschappij niet altijd gewaardeerd als ik het zo zeg. Maar gelukkig door mijn collega’s wel!”

Voelt u zichzelf eigenlijk begrepen in Nederland?

„Volgens mij word ik zeer goed begrepen in mijn vakgebied.”

Voelde u zich in Duitsland meer begrepen?

„Net zoveel of net zo weinig als in Nederland. Daar had ik ook met media te maken. Ik ben in Nederland trouwens ook erg populair, want ondanks sommige campagnes tegen Van Gaal had ik in alle enquêtes ruime voorsprong op alle vermeende kandidaten voor het bondscoachschap. In Spanje was ik ook redelijk populair, maar als ik het zou moeten inschatten was ik het populairst in Duitsland. Daar was ik écht populair. Maar door de media-invloed van meneer Hoeness [voorzitter van Bayern München], was ik binnen no time helemaal niet meer populair. Dat is een van de redenen waarom ik daar geen coach meer ben. De aandacht van de media ging meer naar mij dan naar hem.”