IJstocht

Survivallen in koud Chili. Nee dank u, zegt . Maar ooit zei hij ja.

Het was in mijn jonge jaren van overmoed dat ik ja zei op een barre invitatie: of ik mee ging met de Camel Trophy, een avontuurlijk reisfestijn voor durfals die zich totaal afbeulen onder erbarmelijke omstandigheden tijdens een uitputtende trektocht. Internationale teams moesten daarbij opdrachten uitvoeren zoals skiën van hoge gletsjers en abseilen in diepe ijsspelonken. Iets voor keiharde mannen dus die elkaar naar het leven stonden voor het behalen van de eerste prijs. Wat zelden zonder kleerscheuren geschiedde – er waren al eerder slachtoffers gevallen tijdens een Camel Trophy –, ondanks de aanwezigheid van hulpverlenende EHBO’ers met reddende helikopters die bruusk afgerukte ledematen weer op hun plaats zetten.

Enfin, ik zei om mij nu dus volstrekt onbegrijpelijke redenen ‘ja’ om als participerend journalist mee te gaan. De tocht vond plaats in Chili en Patagonië, op ’t allerkoudste tijdstip van hun toch al koude winters. Eerst moesten we oefenen op een ijskoude Noordzee, waar we iets deden met touwen en boten als voorproefje. Daarna kregen we onze survival outfits uitgereikt: loodzware bergschoenen (‘Adventure Boots’ staat erop, ik heb ze nog in de kast staan), fleece jacks, thermosondergoed, drielaagse jassen met tussenvoeringen, speciale mondkappen, want het zou bitter koud worden op de besneeuwde toppen van de Chileense bergen en de ijsvlakten van Patagonië. Ik heb de uitnodiging nog, en als ik die nu bekijk denk ik, wat heeft me in vredesnaam bezield om mee te gaan? Het thema van de reis staat er in grote letters op: ‘The Road to Hell’.

Als ik nu zo’n ontberinginvitatie zou krijgen bij de post, zou ik er hartelijk voor bedanken („Ivo Weyel regrets…” maar niet heus), en dan thee gaan zetten en met een goed boek en een plaid over de benen op de bank gaan zitten genieten van mijn centraal verwarmde huis.

Maar toen dus niet. Bepakt en bezakt vloog ik naar Santiago de Chile waar het allemaal zou beginnen. In het vliegtuig zaten de ruige binken van het Nederlandse team, instant herkenbaar aan armen en benen die regelmatig aan lianen hangen en krokodillen met één welgemikte zwiep tegen de grond kunnen werken.

De opwarming van de aarde moet toen al een rol hebben gespeeld, want toen we aankwamen in Chili was het – hartje winter – bloedheet. T-shirts en korte broekenweer. We zaten in de zon bij het zwembad. We dronken verkoelende biertjes. De organisatie was in rep en roer. Sneeuwschoenen werden sandalen. IJstochten werden pootje baden.

Het werd een heerlijke reis.

    • Ivo Weyel