Gevoel

Vorig jaar had ik het geluk een persoonlijke held te ontmoeten: Mr. Frank Visser, alias de Rijdende Rechter. Bij die gelegenheid zei Mr. Frank iets waar ik vaak aan moet denken. Collega’s van hem deden – vooral tijdens de eerste jaren van zijn programma – vaak meewarig over de zaken die hij op televisie behandelde. Dat was toch klein bier? Niks moordzaken, roofovervallen, geweld en verkrachting, maar overhangende takken, blaffende honden bij de buren, een onbetaalde rekening, vieze luchtjes en te harde muziek. Geen zware criminelen, maar wrokkige burgers met vertrokken mondhoeken, die wakker lagen van de buurman die zo schaamteloos misbruik maakte van hun goedheid. Het is maar wat je belangrijk vindt.

Mr. Frank Visser stelde dat zware criminaliteit in de levens van de meeste burgers zelden een rol speelde. Het waren deze kleine ergernissen waar iedereen mee te maken kreeg die de leefsfeer konden bederven. De overheid moest juist wel oog hebben voor zulke nietige zaken.

De afgelopen weken leek Nederland even op een aflevering van de Rijdende Rechter. Terwijl de crisis tektonische schokken in de economie veroorzaakt en in Europa kleine stappen met een enorme betekenis voor Nederland worden gezet, zeurde het hier verder over ons sociale onvermogen, dat natuurlijk in de eerste plaats het onvermogen van anderen is.

De aanleiding was steeds een schokkend incident – het doodtrappen van een grensrechter, een tweede zelfmoord vanwege pesterijen – maar de achterliggende discussies gingen over maatschappelijk onbehagen, over het zuur dat langzaam het hele sociale weefsel aantast: de agressieve sfeer rondom het amateurvoetbal, de gruwel van het dagelijkse treiteren op scholen, het gezuig van piepjonge bontkraagjes. Dan was er nog de staatssecretaris die aftrad omdat hij had gesjoemeld met declaraties. En een journalist die de sociale media ontvluchtte omdat hij bedreigd was door reaguurders – in een onbewaakt moment had hij verslaggevers van PowNews toegewenst wat reaguurders iedereen de hele dag toewensen.

Genoeg stof voor een weekje Twitter Tourette.

Ik vergat het Polenprobleem. En het PVV-probleem – de partij die aangifte gaat doen tegen de afgetreden staatssecretaris beschermt zelf baantjesstapelaar Machiel de Graaf, die jarenlang vergoedingen opstreek voor wat bij elkaar een achtdaagse werkweek was.

In een mail aan collega’s schreef de afgetreden Verdaas dat van zelfverrijking geen sprake was. Dat geloof ik, maar hij maakt een denkfout: het gaat niet om die lullige 900 euro, het gaat om vertrouwen. Juist omdat hij op een alledaags niveau niet betrouwbaar is gebleken, heeft hij het zwabberende kabinet nog meer schade toegebracht. In een samenleving waarin wantrouwen overheerst, gaat het kleine aan het grote vooraf: je kunt geen geloofwaardige staatssecretaris van Economische Zaken zijn wanneer je met bonnetjes sjoemelt. Net zo zijn het niet de keiharde maatregelen die door Rutte worden aangekondigd, die de populariteit van de man zo snel hebben doen kelderen, maar het grijnzende gemak waarmee hij zijn beloften breekt. Hoe kun je een beroep op saamhorigheid doen wanneer je zelf onbetrouwbaar bent?

De overheid kan het publieke zuur niet zomaar wegnemen, maar ze kan wel vertrouwen herstellen. Allereerst door zelf eens wat betrouwbaarder te worden – en door zich met elan aan de publieke zaak te committeren. Afgelopen week wees minister Schippers de amateurvoetballers op hun eigen verantwoordelijkheid – terecht, alleen jammer dat ze er zelf maar niet in slaagt enig wij-gevoel uit te stralen. Altijd reagerend, altijd achteraf. Bestuurlijk Nederland is geobsedeerd door autoriteit en gezag, terwijl betrokkenheid wonderen zou doen.

Het een kan ook niet zonder het ander. Kijk naar de Rijdende Rechter.

Deze week ook schreef Mark Rutte een open brief aan de jonge cabaretier Jeffrey Arenz, die hem als slachtoffer van pesterijen een open brief had gestuurd. Uit het antwoord: „Je schrijft terecht dat pesten een groot maatschappelijk probleem is dat duizenden kinderen raakt. Helaas is er niet één oplossing waarmee we pesten van de ene op de andere dag uitbannen. We moeten het echt samen aanpakken, met kinderen, ouders, scholen, gemeentes, (sport)clubs en alle andere mensen en organisaties die hierin iets kunnen betekenen. Het kabinet helpt waar het kan.”

Ik weet niet van wie dit zaaddodende proza afkomstig is, maar het probleem zit wat mij betreft juist in die vlakke ambtenaarstaal. Dat kan beter, Mark. Nog een keer – nu met gevoel.

    • Bas Heijne