Florange vecht voor zijn ‘strategisch belang’

De twee hoog- ovens van staal- gigant Mittal in het Franse Flo- range gaan dicht, op termijn. Stads- bestuur en werk- nemers voelen zich verraden.

‘S.O.S.’ staat in manshoge letters naast het Mariabeeld dat de stomende fabrieken in de Fensch-vallei vanaf een heuveltop overziet. Een noodkreet voor behoud van de staalindustrie, zoals die hier in de Lorraine, op de grens van Luxemburg en Duitsland opduikt bij gemeentehuizen, kerken, scholen en, vooral, fabriekspoorten.

‘Mittal, doder van de regio’, meldt de entree van staalgigant ArcelorMittal in het stadje Florange. ‘Uitverkoop’, heeft iemand door het bedrijfslogo gekalkt.

Pal tegenover de ingang van het bedrijf, dat hier twee hoogovens wil sluiten, ligt het zenuwcentrum van de lokale bonden. Het is vijf uur, eind van de werkdag, en bestuurder Edouard Martin van de CFDT, de grootste vakbond, zwaait het sobere kantoor binnen.

Het geroezemoes in de vergaderzaal valt stil. Als ‘Florange’ het symbool is geworden van de moeizame pogingen van de Franse regering om de zware industrie overeind te houden, dan is de charismatische Martin het niet te missen gezicht van het volhardend verzet.

Martin – feloranje werkjas, doorgroefd hoofd, sigaret in de mondhoek – legt een stapel kleurrijke grafieken op tafel. Het „bewijs”, zegt hij, dat de fabriek in Florange rendabel is. „Dit is de enige plek in Europa waar hoogovens en een staalfabriek op hetzelfde terrein staan. Volgens Mittal zouden we te ver van een haven zitten, maar de transportkosten wegen niet op tegen het economisch voordeel van een operatie waar staal geproduceerd en meteen verwerkt kan worden”, dreunt Martin op. „Mittal liegt en bedriegt, Florange is compleet competitief.”

Maar dat is niet het grootste probleem. De staalindustrie in Europa lijdt volgens analisten aan een overcapaciteit van ongeveer 20 procent. Door de dalende vraag in de bouw en in de auto-industrie ziet ArcelorMittal, dat een schuldenlast heeft van zo’n 20 miljard dollar (ongeveer evenveel als de marktwaarde van de multinational) zijn kans schoon om te herstructureren. Het kondigde begin oktober aan de twee hoogovens te willen sluiten. De staalfabriek kon open blijven. Frankrijk kreeg twee maanden om een koper te vinden.

Volgens Arnaud Montebourg, als minister van Herindustrialisatie gladiator van links Frankrijk, waren kopers alleen bereid om het hele complex over te nemen en niet slechts de hoogovens. Hij dreigde eind vorige maand de vestiging van ArcelorMittal zelfs te nationaliseren, omdat het bedrijf Frankrijk „niet gerespecteerd” had.

Vakbondsman Edouard Martin steunde Montebourg op televisie in een dramatische oproep aan president Hollande. „Neem dit dossier ter hand en zeg tegen Mittal dat het genoeg is, eruit!”, brieste hij recht in de draaiende camera.

Een enkele dagen later gepresenteerd compromis tussen grootaandeelhouder en bestuursvoorzitter Lakshmi Mittal en Frankrijk – waarbij de hoogovens wel gesloten worden maar het bedrijf 180 miljoen euro zou investeren en 630 bedreigde banen behouden bleven – werd door Martin direct als „ongeloofwaardig” van de hand gewezen.

Martin voelde zich „verraden” door Mittal en eerste minister Jean-Marc Ayrault, die de deal bekendmaakte. In februari, tijdens de verkiezingscampagnes, had kandidaat François Hollande Florange nog bezocht en wetgeving voorgesteld die bedrijven zou verplichten eerst op zoek te gaan naar een koper, voordat een fabriek gesloten wordt.

„Eerst zijn we gepakt door president Sarkozy en nu door Hollande”, vat fabrieksarbeider François Lopéra het sentiment samen. Al 36 jaar werkt hij in de staalindustrie, zijn familie kwam er twee generaties terug speciaal voor uit Portugal.

Het was drie dorpen verderop in Gandrange, zegt Lopéra, waar Hollandes voorganger Sarkozy beloofde de vestiging van ArcelorMittal open te houden: de arbeiders stemden toen rechts. In 2009 sloten de deuren. Bij de laatste verkiezingen stemde de regio links. „Dan blijft alleen extreemlinks of extreemrechts voor ons over”, zegt hij.

Het is woensdagavond en Lopéra is met collega’s afgekomen op een bezoek aan Florange van politicus Jean-Luc Mélenchon, voorman van de Parti de Gauche. Die zegt precies wat de arbeiders en de vakbondsbestuurders horen willen. Dat Mittal „geen staalarbeider, maar een man van het geld” is, „zonder hart voor deze industrie”, bijvoorbeeld.

Verder, dat de staalindustrie van „strategisch belang” is en daarom overheidsingrijpen behoeft. En ten slotte, dat de arbeiders trots moeten zijn op hun product. „Alle socialisten in deze regio willen de fabriek nationaliseren”, weet Mélenchon. „Er is één tegenstander: meneer Mittal, en er is er één die bang is: de premier.”

Lopéra knikt instemmend. „Als de markt aantrekt, dan is Europa voor staal afhankelijk van import uit verre buitenlanden. Dat is toch levensgevaarlijk? Stel dat er oorlog komt.”

Wat Mélenchon kan doen? „Ook niet veel, vrees ik. Probleem is dat Frankrijk zijn macht heeft weggegeven. Europa is de baas en Europa is een project van ultraliberalen. Frankrijk moet zijn eigen keuzes maken, anders is iedereen hier straks werkloos.”

Maar het conflict draait om meer dan arbeidsplaatsen. „Vanaf de negentiende eeuw is dit gebied ontwikkeld dankzij de ijzermijnen en de staalindustrie”, zegt de socialistische burgemeester Phillippe David van Hayange, het tegen Florange liggende centrum van de sector.

Ook aan zijn gemeentehuis hangt een spandoek dat belooft ‘de strijd’ voort te zetten. Phillippe David: „Zouden we de hoogovens sluiten, dan is dit werkelijk het eind van een tijdperk.”

    • Peter Vermaas