Financiële crisis klinkt nog voortdurend door

De Amerikaanse staat verkocht deze week het laatste stuk AIG. De bailout heeft 22,7 miljard dollar winst opgeleverd.

Met een winst van 7,6 miljard dollar voor de Amerikaanse schatkist is gisteren de verkoop afgerond van de laatste tranche aandelen van de verzekeringsmaatschappij AIG die de overheid nog in handen had. Tegen de verwachting van velen in, is de omstreden redding van het bedrijf door de regering – op het hoogtepunt van de kredietcrisis in 2008 – een succes geworden.

Het ministerie van Financiën verkocht deze week ruim 234 miljoen aandelen AIG, voor 32,50 dollar per stuk. Dat was een belang van 16 procent in de verzekeraar, die de overheid direct na de crisis voor 92 procent in zijn bezit had. De opbrengst brengt de totale winst van de bailout van AIG, de duurste redding van de crisis die de Amerikaanse overheid in 2008 zo’n 182 miljard dollar kostte, op 22,7 miljard dollar.

Het is een opmerkelijke ommekeer voor een reddingsactie die destijds door tegenstanders werd verguisd. AIG, dat tijdens de kredietcrisis bijna omviel wegens zijn activiteiten in creatieve financiële producten als credit default swaps gerelateerd aan slechte hypotheken, werd als geen ander bedrijf synoniem voor de excessen van de financiële sector. Woede tegen de verzekeraar bereikte een kookpunt toen bleek dat het bedrijf kort na de bailout miljoenenbonussen had uitgekeerd.

AIG bleek echter in staat om te reorganiseren en binnen korte tijd weer winstgevend te worden. De omvang van het bedrijf is ongeveer gehalveerd, en de verzekeraar richt zich weer op zijn kerntaken. Met de verkoop van de laatste tranche aandelen door de overheid is volgens bestuursvoorzitter Robert Benmosche „een hoofdstuk afgesloten”, zei hij tegen persbureau Bloomberg.

De gevolgen van de financiële crisis klinken echter nog voortdurend na. Rechtszaken rond de wanpraktijken die leidden tot de crisis zijn dit jaar in volle gang. Zo heeft een federale werkgroep die in januari is ingesteld door president Obama om het wangedrag van investeringsbanken op de hypotheekmarkt te vervolgen, dit najaar een aanklacht ingediend tegen zakenbank Bear Stearns wegens fraude bij de verkoop van effecten met riskante hypotheken als onderpand. Bear Stearns, nu onderdeel van JPMorgan Chase, zou investeerders hebben misleid door niet voldoende na te gaan of de hypotheken goed waren, en ze toch aan klanten te verkopen als veilige investeringen.

Op dezelfde gronden heeft het Nederlandse pensioenfonds ABP deze week een schikking getroffen met JPMorgan. ABP kocht in 2006 en 2007 hypotheekobligaties van Bear Stearns en het eveneens door JPMorgan overgenomen Washington Mutual, die leidden tot zware verliezen. In een aanklacht betoogde het pensioenfonds eind vorig jaar dat het was misleid over de risico’s van de onderliggende hypotheken.

JPMorgan ontkent die beschuldiging, maar is desalniettemin akkoord gegaan met een schikking van een niet bekendgemaakt bedrag. ABP, dat zich tevreden toonde over het akkoord, heeft soortgelijke klachten lopen tegen andere banken, waaronder Goldman Sachs, Morgan Stanley en Credit Suisse.

Aanklachten tegen grote banken hebben echter niet alleen betrekking op de financiële crisis. De crisis heeft tot grotere bereidheid geleid bij autoriteiten om financiële instellingen aan te pakken voor ander wangedrag, zoals het witwassen van geld door criminelen. Waarnemers zien er een trend in van toegenomen strengheid tegenover grote banken.

Spectaculair voorbeeld is de Britse bank HSBC, die deze week een schikking trof van 1,9 miljard dollar met Amerikaanse autoriteiten wegens beschuldigingen dat de bank zaken deed met landen ondanks handelssancties van de Verenigde Naties, en drugskartels in Mexico en Colombia in staat stelde hun opbrengsten van honderden miljoenen dollars wit te wassen. De bank heeft erkend fouten te hebben gemaakt, maar in ruil zal het bedrijf niet juridisch worden vervolgd.

De schikking is de hoogste van zijn soort ooit – een dubieus record dat tot deze week toebehoorde aan de ING Groep. Die kreeg in juni een boete van 619 miljoen dollar van Amerikaanse autoriteiten wegens zakelijke activiteiten in Cuba en Iran, in strijd met handelssancties.

Ondanks de fikse boetes is niet iedereen tevreden over de gekozen aanpak. Critici vinden dat grote banken in staat worden gesteld om hun wandaden af te kopen. Zij menen dat misdaden in de bankwereld wel degelijk juridisch moeten worden vervolgd, om te komen tot het afleggen van volledige verantwoordelijkheid. „Als veroordelingen buiten beschouwing blijven”, schreef The New York Times, „dan worden boetes en dwangsommen een kostenpost bij het zakendoen, een risicofactor op de weg naar winsten.”

    • Frank Kuin