Een vals beest

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: vervliegende tijd.

Tijd is een smeerlap. Een vals beest dat nooit luisteren wil. Als je wilt dat hij voortmaakt, bijvoorbeeld in de stoel van de mondhygiënist, dan heeft hij opeens geen haast. Dan strekt hij zich uit aan je voeten, maakt het zichzelf gemakkelijk en is niet van plan om op te schieten. Maar als je hem smeekt even stil te staan, bijvoorbeeld wanneer je na je werk thuiskomt en voor het koken even één glas wil drinken, dan zie je nog net zijn kale staart de hoek om glippen.

Tijd verstrijkt, natuurlijk, dat is nu eenmaal wat tijd doet, maar mag het wat gelijkmatiger? Dat je hem een beetje kan bijbenen. Neem nu de streek die hij uithaalde met mijn jongste dochter. Elke dinsdagavond vervoert zij haar dwerghamster van de ene ouder naar de andere. In de ene arm de kooi, aan de andere arm een roodgestipte weekendtas met lange hengsels. Aan het begin van dit jaar sleepte die tas nog over de grond. Nu bungelt hij opeens vijftien centimeter boven de grond. Vijftien centimeter! En ik heb het niet zien gebeuren.

Nog zoiets: je spreekt al zo’n anderhalf jaar over je ‘huidige verkering’, met dat ‘huidige’ wil je suggereren dat je een vitaal liefdesleven hebt dat volop in beweging is. Maar opeens, je zag het moment niet aankomen, ben je in december met hem plannen aan het maken voor de zomervakantie. Hallo! Wakker worden! Dat is iets dat je doet met een vaste verkering. Zomer 2013! Dat duurt nog eeuwen.

Althans, dat denk je. De tijd vliegt. Je knippert even met je ogen en het is opeens een jaar na de dood van je vader. Het gaat allemaal best hoor. Je doet gewoon elke dag alsof het een dag is zoals al die andere dagen toen hij nog wel leefde en je hem ook niet zag.

Al is het wel jammer dat hij mijn nieuwe kantoor niet meer kan zien. Als bouwvakker in hart en nieren zou hij dat prachtig hebben gevonden. Hij zou op de kozijnen kloppen, op de grond stampen en bewonderend knikken. En dan zou hij vragen wanneer ze het plafond kwamen dichtmaken. Geërgerd zou ik antwoorden dat die open constructie met industriële buizen juist heel eigentijds en grootstedelijk is.

Maar als hij nog geleefd had, dan was het van dit kantoorbezoek waarschijnlijk ook niet gekomen. Hij had niet durven rijden omdat er sneeuw voorspeld was, of ik had afgebeld, want druk. Dus wat is het verschil? Zijn afwezigheid schrijnt een beetje in het middenrif, maar dat deed die bronchitis laatst ook. Er is altijd wel wat.

Toch moet je dat smerige beest in de gaten houden. Want voordat je het weet lig je op je sterfbed te jeremiëren dat je te weinig aandacht aan je kinderen hebt besteed. Denk maar aan die Australische stervensbegeleidster die het boek The Top Five Regrets of the Dying schreef. Ze had aan het bed van veel stervenden gestaan en nooit – nooit! – had ze iemand horen zeggen: ‘Ach, wat heb ik toch een spijt dat ik niet harder gewerkt heb.’ Wel: ‘Had ik maar meer tijd met mijn vrienden doorgebracht.’ Maar hoe moet je dat doen (even los van de vraag of die vrienden ook zin in jou hebben)? Ik breng nota bene meer tijd door met mijn collega’s dan met mijn kinderen.

In 2013 ga ik proberen dat valse beest iets vaker van mijn broekspijp te schudden. Nee, wacht. Waarom niet hem nu meteen een rotschop verkopen? Het is na middernacht. Mijn dochters liggen te slapen. Ik ga gewoon heel zachtjes op de rand van hun bedden zitten. Even kijken hoe ze groeien.

    • Monique Snoeijen