Een niet-dierenartserige Volvo

De nieuwe V40 lijkt niet op een Volvo, constateert .

Jaren geleden, Volvo’s werden ronder en modieuzer, vroeg ik de toenmalige ontwerpchef Steve Mattin of het niet weer eens tijd werd voor een fijne, ouderwetse Zweedse baksteen. Bezorgd zag ik mijn merk wegglippen uit de beschavingsniche voor gedegen Estates met stoelverwarming, twee meter laadruim en een sluw oprolbaar hondenrek. In plaats daarvan kwam Volvo met onpraktische C30’s voor het jongvolk. En de met onbespoten offroadplastic afgetimmerde crossovers voor de nachtmerrie van ons soort mensen: thrillseekers. Elitair behoedzaam bepleitte ik de weg terug naar af.

Geen kwestie van, sprak Mattin nurks. Volvo moest spannend worden. Streng dreunde hij de turbo-speerpunten van de pre-crisisjaren op. ‘Emotie’ en ‘dynamiek’, met masculiene uitbundigheid geserveerd, hadden de toekomst. Ik vond het aangekondigde geluk niet in zijn ogen terug en taaide af, teleurgesteld.

Mattin vertrok, zijn voorganger Peter Horbury maakte als een boemerang zijn comeback, maar Volvo werd spannender. Zo spannend dat de Zweden nu een kind hebben gebaard waar alle duffe logica op doodloopt. Het is louter stijl met zijn hoge, oplopende schouderlijn en het velgenassortiment van een tuningboer. De barokke derrière is als van ongestreken zijde, een halfverwilderde sculptuur van krommingen en vouwen. De origami-look.

De auto’s waarmee de nieuwe V40 in de arena staat verslaan hem in het C-segment puissant op ruimte en ten dele op prijs, al is die voor dit kwaliteitspeil concurrerend. Hij is solide maar benauwder dan een Golf of Focus. Een deel van zijn motoren, erfstukken van het Ford-regime bij Volvo, leent hij van de Focus, zodat zijn meerwaarde ook daar niet schuilt. De nieuwe kleine Volvo is het fulltime-animeermeisje dat het uitsluitend van haar looks zal moeten hebben.

Mens en dier

De markt lacht me uit. De versies met 20 procent bijtelling – diesel en benzine, de diesel wegenbelastingvrij – hebben de zakelijke afzet opgestuwd tot ver boven de jaarprognose.

Maar de V40 was toch een station? Het kleine, softe zusje van de 940’s en V70’s? De laatste uit de tijd waarin de ingetogen, veilige verplaatsing van mens en dier, de hond, in Göteborg de brandendste kwestie was?

Dat was toen.

Het dashboard van de V40 oogt als Volvo, moderne orde met een vleug Bang & Olufsen. Het staat pront rechtop om zijn massieve impact te verhogen. Maar in dat stijlmeubel is een Xbox-parasiet gekropen. Het meterpaneel is digitaal. In de Performance-stand, ode aan de tijdgeest, kleurt het display spannend rood, een bloedend digitaal aquarium. Over de middentunnel glijden sierstreepjes die ’s nachts subtiel worden belicht door pitjes in de dakconsole. Emotie, kinderspel.

Ik heb de T4, 180 pk. Een hot hatch is het net niet, maar in zijn liga bluft hij aardig mee. Dit is de eerste Zweed met de koersvastheid van een BMW. Mijn jongere collega’s zijn verrukt van hem (‘messcherp’), en ik sta met de mond vol tanden. Het zou een gotspe zijn je te beklagen over de best rijdende Volvo op je test-cv, maar de bezwaren tegen de formule houd ik staande. Een jaar geleden voorspelde ik dat een succesvolle V40 voor de toekomst van het merk een grotere bedreiging zou kunnen worden dan een kansloze. Zijn leaseklanten zijn shophoppers die trouweloos hoereren met de coolste dienstbak voor hun centen. Mooi als dat een Volvo is die Volvo-vooroordelen tart, niks dierenartserigs – maar de eerstvolgende vlam zal weer gewoon een BMW zijn. De V40 is de bijl aan de wortel van het clubgevoel dat Volvo-klanten bij de les hield. Met het bourgeoise schuldgevoel over die theorie heb je te leven. Wie ben ik om te zeggen dat dit geen echte Volvo is, alleen omdat ik romantische burgerherinneringen koester aan bakstenen die stuurden als een natte krant? Ik kan niet ontkennen dat ik me met deze kwieke macho heb vermaakt.

Maar mijn T4 is niet het koninkrijk dat de leasemens zal geworden. Die krijgt een T3-benzine of de D2-diesel, een vermomde Focus. Voor lage bijtelling komt mijn testauto niet in aanmerking, ondanks start-stopsysteem en een verbruik van 1 op 17. ‘In de lease’ wordt hij te duur en leuk dat duur is kan niet leuk zijn. Dan wordt het animeermeisje toch vervoer voor de oppassenden.

Maar misschien vergis ik me, en kruipt achter het stuur van de V40 wel een Volvo-rijder nieuwe stijl. Postmodern stijlgevoelig, maar even nuchter als zijn voorzaten, het fiscale pragmatisme nieuwerwets bedrieglijk weggewerkt achter de blinkende façade. De sociologie van de consument blijft een mijnenveld.

    • Bas van Putten