Een bloedhekel aan bonnetjes en balansrekeningen

In 2012 lag het aantal zzp’ers dat stopte bijna net zo hoog als het aantal starters. Dat komt niet alleen door de crisis. Veel kleine zelfstandigen onderschatten de administratieve last van het ondernemerschap.

Het rommelt behoorlijk op de zzp-markt. In 2008 stonden er bij de Kamer van Koophandel 450.671 zzp’ers ingeschreven, in 2012 staat de teller al op 721.966. Inmiddels is één op de tien werkenden in Nederland een zelfstandige zonder personeel. „Maar de omloopsnelheid is ook enorm”, zegt Mireille Mulder van de Kamer van Koophandel. In 2012 begonnen bijna 100.000 mensen voor zichzelf, maar het aantal dat stopte is bijna even hoog. Maar liefst 91.587 zzp’ers stopten afgelopen jaar met hun bedrijf. In de sectoren Cultuur en Recreatie, Gezondheid en Welzijn en Economische Diensten vallen de hardste klappen. “Het zijn ontluisterende cijfers”, zegt Mulder. “Niet minder dan de helft van de zzp-bedrijven houdt er na drie jaar alweer mee op.”

Cijfers over de redenen waarom ze er zo snel de brui aan geven, heeft de Kamer van Koophandel niet. Maar uit gesprekken met ondernemers en de geluiden op de zzp-fora maakt Mulder op dat het niet alleen de crisis is die zzp’ers parten speelt. “Veel startende ondernemers onderschatten met name de administratieve last die het zelfstandig ondernemerschap met zich meebrengt. Ze beginnen vaak uit een hang naar vrijheid, maar komen er achter dat er een flinke hoeveelheid werkgerelateerde taken aan vast zit.”

Myler Research, een online platform voor hoog opgeleide zelfstandige professionals, heeft becijferd dat ruim een kwart van de zzp’ers een bloedhekel heeft aan de administratieve ballast. Bonnetjes invoeren, facturen maken, de balans- en journaalrekening maken, btw-aangifte doen, je administratieve portfolio of je urendeclaratie bijwerken, achter je geld aanjagen, wet- en regelgeving bijhouden; er gaan behoorlijk veel niet declarabele uren inzitten. Bijna 40 procent zou alles het liefst willen uitbesteden, vooral om tijdwinst te behalen en stress te verminderen. Bij een taak als belastingaangifte doen, gebeurt dat overigens ook veelvuldig: bijna de helft van de zzp’ers besteedt dat geheel uit aan een administratiekantoor of een accountant.

Gemiddeld is een zelfstandige een dag in de maand kwijt aan administratieve handelingen, zo blijkt uit het onderzoek van Myler. Los van de eigen boekhouding gaan die uren op aan kleine zaken die je als zelfstandig ondernemer ‘eventjes’ moet regelen. Of je wilt of niet, je moet je inschrijven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel (KvK) en je moet in veel gevallen ook een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) aanvragen bij de Belastingdienst. De ene zzp’er vat het op als noodzakelijke rituelen die bij het ondernemerschap horen, de andere raakt geïrriteerd van de wet- en regelgeving waar je als zzp’er mee te maken krijgt. Ze voelen zich al snel gevangen in een web van regels waar ze nooit om gevraagd hebben.

Volgens Tijs van den Boomen, auteur van ZZP 2013 – Handboek voor Zelfstandigen, valt het erg mee met de bureaucratie voor de zzp’er in Nederland. „De VAR-aanvraag of inschrijving bij de Kamer van Koophandel zijn kleine handelingen die weinig tijd en geld kosten. Daar moet een zzp’er eigenlijk niet over zeuren. De Nederlandse overheid doet juist erg zijn best om de administratieve regeldruk zo laag mogelijk te houden.” (Zie kader: 5 lichtpuntjes voor zzp’ers in 2013.) „Het probleem is eerder dat de Belastingdienst te weinig tijd en mankracht inzet om het speelveld van de zelfstandigen zuiver te houden”, zegt Van den Boomen. “Een Verklaring Arbeidsrelatie wordt nu veel te soepel afgegeven en nauwelijks gecontroleerd. Dat levert veel schijnzelfstandigen op, die slechts één opdrachtgever hebben.”

Dat er echt vorderingen gemaakt worden in het verminderen van de regeldruk voor ondernemers, blijkt uit de voortgangsrapportage van het Programma Regeldruk van het ministerie van Economische Zaken van juni 2012. De afgelopen twee jaar zijn de administratieve lasten voor ondernemers, waaronder de zzp’ers, met 11 procent gedaald, zo beweert het rapport. Dat scheelt niet alleen irritaties bij ondernemers, het levert ook een besparing op van bijna 950 miljoen euro. Het kabinet Rutte II is van zins de regeldruk nog verder te verminderen in de komende vijf jaar. Door onnodige regels en voorschriften te schrappen of te vereenvoudigen en het aantal verplichte vergunningen te verminderen, verwacht het nog 2,5 miljard te kunnen besparen.

Desondanks kunnen er administratieve gedrochten opduiken die zelfs een door de wol geverfde zelfstandig ondernemer tot waanzin kunnen drijven. Zo kwam een zeer ervaren schrijftrainer uit Utrecht, die liever niet met zijn naam in de krant wil, twee jaar geleden in aanraking met het zogeheten CRKBO. Dat staat voor Centraal Register Kort Beroepsonderwijs. Al ruim vijftien jaar gaf hij, tot grote tevredenheid van zijn klanten – veelal overheidsinstellingen – trainingen in rapporteren. Om zijn werk te kunnen blijven doen moest hij zich registreren als ‘onderwijsinstelling’ bij het CRKBO. „Ik maakte me behoorlijk zorgen. Mijn voortbestaan hing af van die accreditatie.”

Vol ijver stortte hij zich op de auditformulieren. Het kostte hem weken om de nodige bewijsstukken te verzamelen en bijvoorbeeld een officiële klachtencommissie in te stellen. „Op de dag des oordeels stapte een meisje van Centrum Post Initieel Onderwijs (CPION) – ik schatte haar halverwege de twintig – mijn kantoor binnen om mijn accreditatieaanvraag te toetsen op de dertig auditeisen. Ik had de hele papierwinkel keurig in stapeltjes klaarliggen. In minder dan twintig minuten was het gepiept, ze wist inhoudelijk helemaal niks zinnigs te vragen.” Kosten? Elke vier jaar 1.150 euro, plus jaarlijks 75 euro om de accreditatie te mogen houden. Treurige en kostbare schijnkwaliteit, noemt hij het, en gouden handel voor de accreditatiebureaus.

Tijs van den Boomen worstelt elk jaar met de verplichte enquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor bedrijven. „Voor de statistieken ben ik een ontwerpbureau, ik val onder de ‘creatieve sector’. In de zomer ontving ik per post de inlogcodes waarmee ik de benodigde formulieren van het CBS kon downloaden. Het lukte niet om in het systeem te komen. Telefoontje naar Heerlen: ‘U heeft een Apple, dan lukt het ook niet’. Per post dan maar. „Uiteindelijk ben ik aan het formulier begonnen, maar wat moet ik met vragen als: ‘Wat is de inkoopwaarde van uw goederen?’ of ‘Hoeveel omzet behaalt u uit afvalbeheerprojecten?’. Gaat dit over zzp’ers in de creatieve sector?” En zo bleven de formulieren lang onaangeroerd op zijn bureau liggen. Te lang. Na een dreigende herinnering – ‘er volgen mogelijk sancties!’ – vulde Van den Boomen het formulier toch maar in. Getuige de bijlage kon de dwangsom bij herhaald weigeren oplopen tot 700 euro.

De anekdotes zijn talrijk als je zzp’ers vraagt om voorbeelden van bureaucratische ruis. Maar volgens Paul Wolbers, productmanager wet- en regelgeving van de Kamer van Koophandel, zijn er in 2013 vooral lichtpuntjes voor de zzp’ers. De discussies over de administratieve regeldruk voor ondernemers lijken nu hun vruchten af te werpen.