Ecocentrisch – waarom klimaattoppen sinds Kyoto steeds tegenvallen

Een schoon milieu is een collectief goed, maar hoe zorg je dat elk land, bedrijf of individu daar ook aan bijdraagt? Foto Foto ANP / Gerald van Daalen

Het resultaat van de klimaattop onlangs in Doha was wederom magertjes. Het is bepaald niet de eerste keer. En het kan ook haast niet anders. Er is immers geen mondiale instantie die snellere emissiereductie kan afdwingen. En zonder zo’n soort overheid ontstaat bijna automatisch een collectief actieprobleem.

Het dilemma van de collectieve actie ontstaat als mensen samen iets (willen) produceren, een collectief goed (zoals een schoner milieu), maar de mogelijkheid bestaat dat individuen van die goederen gebruik maken zonder dat zij ervoor betalen. Het is binnen de vrijemarkteconomie één van de hardnekkigste problemen, de reden waarom wij een overheid nodig hebben.

Voorbeeld van een collectief actieprobleem: de metro

Een voorbeeld is het gebruik van de metro. Tegenwoordig zijn er poortjes, maar een paar jaar geleden moest je zelf nog afstempelen in de ‘ondergrondse’ van Amsterdam. Dat deden veel mensen niet. Zij stapten gewoon bij Centraal Station in en stapten op de Wibautstraat of in Buitenveldert weer uit. Want ook zonder dat zij betaalden, reed die metro heus wel. En voor hen was deze manier van reizen een stuk voordeliger.

Het probleem is natuurlijk dat als iedereen op deze manier zijn eigen belang nastreeft (niet betalen voor de metro), er uiteindelijk een collectief probleem ontstaat (er zullen geen metro’s meer rijden). De zogenaamde freerider, hij die niet betaalt, kan dus alleen freeriden omdat hij erop vertrouwt dat anderen (indirect) vóór hem zullen betalen.

Zo is het ook met een schoon milieu. Net als de metro is dat een collectief goed. Alleen dan op mondiaal niveau. Ook een schoon milieu is iets waar iedereen wat aan heeft, maar waarvan de kosten die moeten worden gemaakt door individuele gebruikers makkelijk te ontduiken zijn.

Om te tonen hoe dit werkt, zette het Amerikaanse magazine Time vorige week een even korte als duidelijke animatievideo op zijn website.

Ondeelbaar en niet-uitsluitbaar

Het probleem met collectieve goederen is dat zij ondeelbaar en niet-uitsluitbaar zijn, stelde de Amerikaanse econoom Mancur Olson, die het dilemma van collectieve actie voor het eerst formuleerde.

Met ondeelbaar bedoelde hij dat het gebruik door de één niet ten koste gaat van het gebruik door de ander – het is niet zo dat iemand anders de metro níet kan gebruiken als jij dat doet.

Met niet-uitsluitbaar bedoelde Olson dat het niet mogelijk (of in ieder geval erg moeilijk) is mensen van het gebruik uit te sluiten zodra het collectieve goed eenmaal is gerealiseerd – je kunt niet alleen een dijk voor jezelf bouwen, die dijk zal normaal gesproken ook je buren tegen het water beschermen.

We hebben een mondiale eco-politie nodig

Bij de metro hebben we hier ondertussen iets op gevonden: poortjes. Wie niet betaalt, kan er niet meer in. Maar dat is niet zo eenvoudig bij het milieu. Je kunt geen land, stad of individu uitsluiten van schone lucht.

Wat het Kyoto-verdrag echter al wel een tijdje probeert, is het milieu deelbaar maken. Door een prijs te zetten op het niet ver genoeg terugdringen van vervuilende uitstoot, zijn een soort fictieve tolpoortjes gecreëerd. Wie te veel vervuilt, moet anderen die minder vervuilen betalen (in de vorm van over te kopen emissierechten). Een vernuftig plan.

Maar wat nu als iedereen illegaal over die tolpoortjes heen gaat klimmen, wie deelt dan op mondiaal niveau de boetes uit? Dat is het probleem waar nog geen klimaattop na Kyoto het antwoord op heeft weten te vinden. Zonder een soort mondiale eco-politiemacht blijven alle deelnemende landen als typische freeriders daarom dus alsnog vooral naar elkaar wijzen.