Opinie

De knoppencirkel

Lang geleden, ergens in het laatste kwart van de vorige eeuw denk ik, heeft een genie ontdekt dat onder zekere omstandigheden de mens kan worden vervangen door tien drukknopjes met de cijfers, van nul tot negen. Ik herinner me nog goed hoe ik met die uitvinding kennis heb gemaakt. Wie bij een luchtvaartmaatschappij een retourtje heeft gekocht, moet zijn terugvlucht herbevestigen, een paar dagen van tevoren. Ik was in New York, belde de KLM die toen al samenwerkte met een Amerikaanse maatschappij. Hoorde een vrouwenstem op een bandje. Had ik klachten? Press one. Wilde ik naar Latijns-Amerika? Press two. Naar Europa? Press three. Zo ging het verder.

Automaten die niet doen wat je wilt, wekken een eigenaardig gevoel waarvoor we nog geen woord hebben. Angst is het niet. Een mens is niet bang voor een mechaniek. Bezorgdheid komt er dichtbij, maar zolang het ding werkt, is er eigenlijk weinig aan de hand. Waarschijnlijk heb je zelf iets verkeerd gedaan, maar wat? Dat zegt de automaat niet. Zo sta je daar in toenemende radeloosheid gemengd met afnemende hoop op de knoppen te drukken. Ik bereikte de nul en verdomd, een menselijke stem. „Can I help you?” Ik zei, uit de grond van mijn hart: „Thank God, a living human being!” Ze lachte en binnen een minuut was mijn herbevestiging in orde. Dit is allemaal in het allereerste begin van het knoppentijdperk gebeurd.

De tijd verstrijkt steeds sneller. Vandaar dat het steeds minder lang duurt voor een jaar dat voorbij is, in de oertijd wordt opgenomen. Het spraakgebruik getuigt ervan. Als iemand zich aan ouderwets gedrag schuldig maakt, zeggen we: Dat is zóóóó 2010. En degene die het gedaan heeft, krijgt een kleur. Ik schaam me om het te zeggen, maar ik tik dit stukje op een laptop met een Windows Vista-programma. Al twee jaar word ik daarmee op mijn wenken bediend, het wil me veel meer geven dan ik in mijn wildste dromen kan verzinnen maar intussen is het als ouderwets ontmaskerd en vervangen door programma Acht. Louter de aanblik van dit nieuwe scherm imponeert me dusdanig dat ik het niet wil hebben. Maar toch, ik zal wel een keer moeten.

Omstreeks het begin van deze eeuw zijn de postkantoren verdwenen. Er groeit nu een generatie op die niet meer weet wat een postkantoor is. Een gezellige ruimte met loketten waar je bij echte, over het algemeen vriendelijke mensen postzegels en gefrankeerde briefkaarten kon koppen, brieven laten aantekenen, telegrammen opgeven. Het had een internationale allure. Toen het postkantoor bij mij in de buurt werd gesloten, heb ik er een in memoriam over geschreven. En omdat ik er een paar dagen geleden toch in de buurt was, ben ik het oude Amsterdamse hoofdpostkantoor even binnengelopen. Geopend in 1899, architect C.H.Peters. Een gebouw, zo indrukwekkend dat er toeristen waren die dachten dat dit het koninklijk paleis was. Eind vorige eeuw werd het gesloten en sinds 1992 is er het winkelcentrum Magna Plaza gevestigd. Winkels, roltrappen, snackbar, café, restaurant. De wildste droom van de consument wordt werkelijkheid. Een postzegel heeft hij niet meer nodig.

Ik dwaal af. Een paar dagen geleden werd ik gebeld door een oude vriend die na jaren uit Duitsland was teruggekeerd en nu een nieuw groot kantoor in Amsterdam had betrokken. Ik was juist even de deur uit, trof zijn boodschap op mijn antwoordapparaat. Daar hoor ik ook allerlei mensen die me geweldig voordelige aanbiedingen doen, maar tegen die nieuwe marskramers kun je je wapenen, ook automatisch. Ik belde hem terug en kwam meteen terecht in de maalstroom van de knoppenbediening. Wilt u Piet, druk 1. Wilt u de afdeling export, druk 2. Enzovoort. Zo bereikte ik weer de 0, en toen ontdekte ik dat ik op een of andere manier in de vicieuze knoppencirkel terecht was gekomen. Dat was niet mogelijk. Het moest aan mijn gebrekkige druktechniek liggen, ik probeerde het opnieuw. Zelfde resultaat. Maar ik heb me niet uit het veld laten slaan, en zodoende werd ik na drie rondjes toch beloond. Hoe ik het gedaan heb weet ik niet, maar ik kreeg hem te pakken.

Zo’n eerste gesprek na jaren is een avontuur op zichzelf. Maar hier gaat het over de knoppen. Ik vertelde hem mijn ervaring. Ik ken het, zei hij, maar weet je dat ze in Duitsland hoe langer hoe meer van die praktijk terugkomen? Springer Verlag bijvoorbeeld heeft een levend en verstandig mens in de centrale zitten. Mensen bellen niet zomaar. Ze hebben een boodschap en ze stellen er prijs op een medemens aan de telefoon te krijgen en geen automaat. Het is gewoon een kwestie van respect. Ik kon het niet dieper met hem eens zijn.