De houtkachel doet zijn best

De houtkachel is populair. Hout stoken is sfeervol, goedkoop én milieuvriendelijk.

Van alle manieren om een huis te verwarmen is een houtkachel ongetwijfeld de meest poëtische. C. Buddingh’, de dichter van ‘De blauwbilgorgel’, wijdde zelfs een cyclus van dertien gedichten aan zijn eigen kachel, een reeks waarin hij het menselijk tekort kachelsgewijs tegemoet trad: ‘hoeveel men ook van elkaar houdt,/ op den duur kan men niet zonder kachel’.

Bij die existentiële waarheid kan Arjan van Manen, van Van Manen & Visser Openhaarden in Harderwijk, zich iets voorstellen: „Een houtkachel heeft een enorme sfeerfactor.” Volgens de haarden- en kachelverkoper wint de houtkachel de laatste jaren terrein ten opzichte van radiatoren, convectoren en vloerverwarming (volgens het CBS staat in 10 tot 15 procent van de huishoudens een houtkachel). Naast de toegenomen behoefte aan gezelligheid in het interieur wijst Van Manen op een tweede verklaring voor de groeiende populariteit van houtkachels. „Het is recessie; met hout kan je op stookkosten bezuinigen.”

Dat is voor een belangrijk deel te danken aan technische verbeteringen van houtkachels. Yvin Hei, verkoper van Weltevree, de kachelfabrikant die drie maanden geleden een winkel opende in het complex van designwinkel Droog in Amsterdam, neemt de Stone Stove van ontwerper Dick van Hoff als uitgangspunt voor een rekensom. Deze stalen kachel is omhuld door vuurvaste betonnen elementen die de hitte van vuur opnemen en geleidelijk weer afgeven. Deze zogenoemde accumulatiekachel is zo energie-efficiënt, dat hij aan twee kilo hout genoeg heeft om een ruimte van 120 kubieke meter een uur te verwarmen, zegt Hei. „Dat betekent dat je op jaarbasis voor zo’n 300 euro aan hout verstookt. Een vergelijkbare ruimte met gas verwarmen kost zo’n 900 euro.” (Soortgelijke berekeningen zijn te vinden op de website heat-world.nl.)

Maar niet elke houtkachel heeft zo’n hoog rendement als de Stone Stove. Over open haarden zwijgen de specialisten; die hebben een verbrandingsrendement van hooguit 15 procent (wat betekent dat 85 procent van de warmte via de schoorsteen verloren gaat).

Grofweg zijn er drie soorten houtkachels, legt Arjan van Manen uit. De meest eenvoudige zijn de stralingshaarden, vaak van gietijzer, met een rendement van zo’n 45 procent. Een stuk geavanceerder zijn de convectiekachels. Die hebben een geïntegreerd systeem waarmee koude lucht wordt opgewarmd (rendement zo’n 75 procent). Het meest geavanceerd zijn de accumulatiekachels bekleed met beton, keramische tegels of speksteen, met een rendement oplopend tot 90 procent. Omdat zulke kachels de warmte direct afgeven in de ruimte waar ze staan, verslaan ze de qua rendement vergelijkbare cv-ketels op gas. Deze zogenoemde hoogrendementsketels geven een deel van hun warmte immers ook af aan de kelder of zolder waar ze staan opgesteld.

Milieuvriendelijk

Als warmtebron is hout ook milieuvriendelijker dan fossiele brandstoffen als gas, olie of kolen. Hout groeit immers en een boom houdt tijdens zijn leven evenveel CO2 vast als er later bij de verbranding weer vrijkomt.

Maar dat is de theorie. Slechte kachels, verkeerd stookgedrag en ondeugdelijke installaties (denk aan vuile schoorstenen) zorgen voor uitstoot van fijn stof en dioxines. Een nieuwe houtkachel moet tenminste voorzien zijn van de EU-verplichte CE-markering: die garandeert veiligheid van de kachel en een minimum rendement. Gebruikers dienen daarnaast kaphout te kopen uit een duurzaam beheerd bos, hout met een FSC-keurmerk. Het hout moet minstens acht maanden zijn gedroogd (want vers gekapt bevat veel water en geeft weinig warmte). En wie aan het milieu denkt, koopt uiteraard geen ovengedroogd hout uit Polen.

Hoe vollediger een kachel het hout verbrandt, hoe minder uitstoot en hoe hoger het rendement. Pelletkachels scoren wat dat betreft zeer goed. Dat zijn kachels die met houtpellets worden gestookt, kleine korrels geperst houtafval. Deze geavanceerde kachels, die ook op de centrale verwarming kunnen worden aangesloten, branden computergestuurd. Een chip zorgt voor een optimale verbranding.

Ten slotte nog een advies van Arjan van Manen: koop niet een te grote kachel. Voor een ruimte tot 40 kubieke meter is een kachel met een capaciteit van 3 à 4 kilowatts bijvoorbeeld afdoende. Van Manen: „Je kunt beter een kleine kachel lekker heet stoken, dan een grote op halve kracht laten branden.”

Een groot plezier van de houtkachel: de band die je er als gebruiker mee opbouwt. De thermostaat van de cv een graad hoger zetten, is een handeling waaraan minder vreugde valt te beleven dan aan een houtkachel aan de praat houden. En mocht het vuur eens uitgaan, denk dan aan de troostende woorden van C. Buddingh’: ‘natuurlijk doet hij zijn best,/ maar soms verstikt zijn vuur/ in slakken, sintels, as:/ een kachel is ook maar een mens’.