Brief over online-onderwijs

Online leren is leuk, maar je leert er geen vak mee

In haar artikel ‘Dat gratis online Harvard komt ook hier concurreren’ schetst José van Dijck de groei van het online particulier hoger onderwijs in de Verenigde Staten (Opinie&Debat, 9 december). Haar conclusie is dat we manieren moeten vinden om online-educatie in te passen in de publieke sector. De plaats die deze nieuwe vorm van leren in het reguliere onderwijs kan hebben, wordt bepaald door de mogelijkheden en beperkingen ervan.

De door Van Dijck geschetste hoorcolleges zijn aantrekkelijk en afwisselend, „zonder al te lange monologen en onderbroken door quizzes en tutorials waarmee getest wordt of studenten de stof begrepen hebben”. Daar kan geen klassiek hoorcollege aan tippen. Voor het verwerven van kennis en inzichten is online leren uitstekend geschikt.

Toch zijn dit de lagere vormen van kennis. Ik vraag me af of vaardigheden als analyseren, synthetiseren en problem solving kunnen worden ontwikkeld achter een laptop –eventueel met hulp van chatcontacten met medestudenten.

Dit geldt ook voor het het leren van complexe beroepsvaardigheden. Het verwerven van dit soort competenties is een complex en tijdrovend leerproces. Begeleiding van studenten door vakbekwame docenten is onontbeerlijk.

Sociaal-emotionele, maatschappelijke en ethische vorming zijn meer dan ooit van het grootste belang. Ook hiervoor is een dialoog tussen studenten onderling en met hun docent onontbeerlijk. Attitudevorming vindt alleen plaats als een emotionele laag wordt geraakt. Ook dat lijkt me lastig achter een laptop.

„Nederland zou voorop kunnen lopen in manieren om online educatieve middelen in het publieke domein beschikbaar te maken en te houden”, stelt Van Dijck. Dit zal nog wel even duren.

Theo H.J.M.Lamers

Onderwijskundige en onderwijspsycholoog

    • Theo H.J.M. Lammers