Boerenkip uit de oven met gestoofde groenten Hoofdgerecht

2 winterpenen

4 peterseliewortelen

1 kleine knolselderie

10 kleine rode uien

4 schorseneren

4 preien, alleen het wit

1 kilo in de schil gekookte aardappelen

1 bol knoflook

2 citroenen

6 takjes rozemarijn

8 takjes tijm

Eventueel: overgebleven aardperen, 3 struikjes lof, champignons

2 biologische kippetjes (bijvoorbeeld Kemper Landhoen of Franse Label Rouge, of van een plaatselijke leverancier)

koolzaadolie of neutrale olijfolie

Doe een eetlepel olie onderin één of twee aardewerken ovenschalen of een braadslee – de kip moet straks ruim liggen, omringd door de groenten die niet te veel gestapeld moeten hoeven worden. Wel een beetje natuurlijk, ze hoeven niet allemaal naast elkaar te komen liggen.

Schil de peterseliewortel en de gewone wortel, de ui, de schorseneren en de knolselderie. Hak alles in grove stukken. De groenten moeten gelijk gaar zijn, dus groenten die sneller gaar worden gaan in grovere stukken dan groenten die langzaam garen. Verdeel de stukken over de twee ovenschalen, als het er twee zijn.

De winterwortel is het weerbarstigst, snijd die een keer in de lengte doormidden en daarna in stukken van ongeveer een centimeter.

De peterseliewortel in stukken van gelijke grootte in de schaal. De knolselderij in flinke dobbelstenen. De ui in de lengte in vieren (snijd de onderkant er niet af, dan blijven het partjes en geen losse schillen).

De prei gaat het snelst, die kan in flinke stukken die nu nog niet in de schaal gaan. Wie lof gebruikt (in de lengte in tweeën snijden) of paddenstoelen (champignons gewoon heel laten) laat die ook nog even buiten de schaal. De bol knoflook hoeft niet geschild, alleen in teentjes verdeeld.

Snijd de citroenen in plakjes. Doe ook de rozemarijn en de tijm bij de groenten. Besprenkel de groenten met olie, bestrooi ze met wat zout en peper en meng alles even met de handen door elkaar.

Verwarm de oven voor op 160 graden voor een heteluchtoven, op 175 voor een gasoven.

De kip wordt eerst aangebraden, bij de lage oventemperatuur waarop het geheel gebakken wordt, krijgt-ie anders geen bruin korstje.

Meng een royale hoeveelheid zout (ongeveer 2 eetlepels) en wat minder peper in een kommetje. Wrijf daar vooral de binnenkant van de kip ruimschoots mee in, verdeel de rest over de buitenkant. Wees niet te zuinig, het scheelt in de smaak om het nu onbekrompen te doen. Bind de poten van de kip bij elkaar als de kip niet al opgebonden is.

Verwarm een scheut olie in een koekenpan, de olie moet warm zijn maar niet roken. Leg de eerste kip op zijn zijkant, dus met één borsthelft en een pootkant naar beneden, in de koekenpan en beweeg hem af en toe een beetje terwijl hij licht goudbruin bakt. Draai hem om en doe hetzelfde aan de andere kant. Leg de kip bovenop de groenten en herhaal het procedé met de andere kip, leg die ook bovenop de groenten. Zet de schaal of de schalen in de oven.

De kip moet ongeveer een uur bakken en elke tien minuten bedropen worden om uitdroging te vermijden. Zet de keukenwekker op tien minuten. Bedruip de kip de eerste keer met wat olie, er zit dan nog niet zoveel vocht in de schaal, de keren daarna is er kookvocht ontstaan dat over de vogels heen gelepeld kan worden. Is er nog te weinig kookvocht bij de tweede keer, neem dan gewoon een juslepeltje water.

Voeg na 2 keer bedruipen de stukken prei en lof toe.

Haal de kip na een uur uit de oven en controleer of hij gaar is: steek een vleesvork van onderen in de kip met een punt in de kippenholte en de andere punt er langs, zodat het vlees nergens wordt ingeprikt. Houd de kip nu verticaal boven de ovenschaal. Als het vocht dat eruit komt lopen helder is, is de kip gaar. Als het roze is of met roze-rodestreepjes, moet de kip nog wat langer garen.

De kippen kunnen in hun geheel in de schaal worden opgediend en aan tafel worden aangesneden, maar wie geen mooie ovenschaal heeft of er tegen opziet om en plein public een kip te moeten aansnijden, doet de groenten over in een mooie (voorverwarmde) schaal en verdeelt de kippen op een snijplank ieder in vier stukken: twee bouten en twee borsten. Leg de rest van het karkas opzij, daar zit nog veel vlees aan dat de volgende dag op brood, in een slaatje, of los door een restje van de groenten goed zal smaken.