Blunderman, luister naar je hart

Anand - Michael Adams, London Classic 2012. Zwart begint en wint.

De opgewekte lijfspreuk ‘er komt wel wat’ van Wilkins Micawber, de brave vriend van David Copperfield in de roman van Charles Dickens, zou ook het motto van Magnus Carlsen kunnen zijn, hoewel de arme Micawber en de rijke Carlsen verder weinig gemeen hebben.

Als je Carlsen hoort praten over zijn partijen, spreekt daar een bijna Micawberiaanse blijmoedigheid uit. Wat deed hij in de opening? Niets bijzonders, maar er viel mee te spelen, antwoordt hij dan.

Anderen proberen thuis voor het computerscherm de opening tot de twintigste zet of soms nog verder uit te werken, maar hij niet. Een speelbare stelling is genoeg, dan komt er wel wat. Het lijkt archaïsch, alsof een toptennisser weer met een klein houten racket zou gaan spelen.

Bij Carlsen komt er inderdaad wel wat, of hij nu goed staat of slecht. In de London Classic stond hij slecht tegen McShane, Kramnik en Adams, maar uit die drie partijen haalde hij 2,5 punt. We zien het graag als de beste schaker van de wereld zijn successen in de toernooizaal bevecht en niet met huisvlijt, maar je kunt er ook anders naar kijken.

Vladimir Kramnik is wel iemand die zijn openingen tot in de puntjes voorbereidt. In Londen eindigde hij als tweede, met een half punt achterstand op Carlsen, maar hij speelde wel de mooiste partijen. Partijen uit één stuk, waar de tegenstanders konden denken dat ze tegen een hogere macht vochten en de toeschouwers het gevoel kregen dat ze zagen hoe het spel gespeeld moet worden.

Over wereldkampioen Anand schreef ik vorige week dat hij in Londen na lange tijd weer eens een partij won. De vreugde duurde kort, want een ronde later maakte hij tegen Michael Adams een verschrikkelijke blunder. Zie de opgave aan het eind van de rubriek.

Kunnen blunders vermeden worden? Op je handen zitten is een verstandig advies, maar je ziet het nooit iemand doen.

Een recent artikel op Chessbase.com van twee Argentijnse onderzoekers suggereert een andere oplossing. Ze registreerden de hartslag van schakers tijdens partijen met vijftien minuten bedenktijd. Tijdens het schaken is de hartslag sneller dan normaal, maar in de loop van een partij zijn er nog interessante variaties.

De Argentijnen zagen dat een paar seconden voor het uitvoeren van een normale zet de hartslag tijdelijk trager werd, om daarna weer het normale snelle schaaktempo te bereiken. Bij een blunder ging het heel anders. De hartslag versnelde, voor en na het uitvoeren van de blunderzet.

Het hart lijkt dus te reageren op een blunder, nog voor die begaan is. Het is de bekende James-Langetheorie: het lichaam weet iets eerder dan de geest.

Er moet iets mee te doen zijn. Zit op je handen en luister naar je hart.

Vladimir Kramnik-Luke McShane, London Chess Classic 2012

1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pf3 Pf6 4. Pc3 a6 5. g3 dxc4 6. a4 e6 7. Lg2 c5 8. 0-0 cxd4 9. Pxd4 Pbd7 10. Pc2 Dc7 Dit had Kramnik ook tegen Gelfand in Linares 1997. Toen speelde hij 11. Dd4 en vier zetten later werd het remise. ,,Dat was in de goede oude tijd toen je nog remise mocht aanbieden’’, zei Kramnik. 11. Lf4 Het begin van een strategie die de hele partij bepaalt. Wit gaat de witte velden beheersen. 11...e5 12. Ld2 Pc5 13. Lg5 Le6 14. Lxf6 gxf6 15. Pd5 Dd8 16. Pce3 Pb3 17. a5 Een mooi kwaliteitsoffer. Als zwart het aanneemt krijgt wit na 17...Pxa1 Da4+ Ld7 mooi spel met simpel 18. Dxa1 of 18. Dxc4 Tc8 19. Dh4 17…Tc8 18. Ta4 Pd4 Na 18...Pxa5 had Kramnik weer een kwaliteit willen offeren: 19. Txa5 Dxa5 20. Pxf6+ met sterke aanval. 19. Pb6 Tc7 20. Txc4 De derde keer dat wit een toren aanbiedt en nu pakt zwart hem. 20...Lxc4 McShane besloot met bezwaard gemoed om in zijn benarde positie in ieder geval wat materiaal te winnen. 21. Pexc4 Pb5 22. Db1 Ook wits dame mengt zich in de strijd om de witte velden. 22...Dd4 23. Td1 Dc5 24. e3 Le7 25. Df5 Kf8 26. Ld5 Kg7 27. Dg4+ Kh6 Het kan niet goed aflopen met zwarts koning en eigenlijk is het een wonder dat die later nog naar de andere kant van het bord kan vluchten. 28. e4 Pd4 29. Pe3 Dreigt mat door Txd4 en Pf5. 29...f5 30. Dh3+ Kg7

31. Txd4 Weer een kwaliteitsoffer, maar hier is er geen diep inzicht voor nodig. Het is het begin van de executie. 31...exd4 32. Pxf5+ Kf8 33. Dh6+ Ke8 34. Lxf7+ Kd8 Na 34...Kxf7 36. Dg7+ Ke8 (of 36...Ke6 37. Pxd4+) 37. Dxh8+ heeft wit met zijn dame en twee geweldige paarden een onstuitbare aanvalsmacht. 35. Dg7 Tf8 36. Pxd4 Dreigt mat. Zwart moet materiaal teruggeven. 36..Tc6 37. Pxc6+ bxc6 38. Dg4 Kc7 39. Dd7+ Kb8 40. Dd2 Iets nauwkeuriger was meteen 40. Kg2. 40...Kc7 Want nu had zwart nog kunnen vechten met 40...Lg5, al is het eindspel dat na 41. Pd7+ Kc8 42. Pxc5 ontstaat vrij simpel gewonnen voor wit. 41. Dd7+ Kb8 42. Kg2 Zwart heeft geen nuttige zet meer. 42...Ld6 43. b4 Dd4 44. Dxc6 Ka7 45. Kh3 Dd1 46. Pc8+ Txc8 47. Dxc8 Df1+ 48. Kg4 h5+ 49. Kxh5 Zwart gaf op.