Blanco

D e Rabo’s worden Blanco’s. Renners en ploegleiders spreken van een metamorfose met veel symboliek, ja zelfs met een moreel engagement. Blanco, zo zei Robert Gesink „is de weg waar we naartoe willen en naartoe moeten”. Erik Dekker: „We hebben het hoofdstuk Rabobank afgesloten, met de nieuwe teamnaam staan we een stap verder. Je creëert door frisse opwinding een ander gevoel in de ploeg.”

Een ander gevoel?

Door een nieuw tricot (blauw-wit-zwart) aan te trekken met daarop een zotte naam? Zo makkelijk wis je het verleden niet uit. In het nieuwe kalenderjaar zullen de Blanco’s nog altijd Rabo’s zijn. Wielerfans zijn oudtestamentisch in geloof, hoop en liefde. Symboliek zit in de koers, niet in een shirt of hip zeemvel.

De kop van Gesink blijft een Rabokop.

Blanco: proef het woord. Je mond plakt van de kinderachtige koketterie. Zie ons eens: helemaal blanco. Blanco strafblad, blanco cheque, blanco toekomst. Alleen maar witte zieltjes op de fiets. Ik zou alvorens in deze morele superioriteit te treden toch graag eerst Tirreno-Adriatico en Parijs-Nice afwachten.

Een bloedzakje kan tegenwoordig zomaar verdwalen.

Het is veelzeggend dat er voor de ex-Rabo’s geen nieuwe sponsor is gevonden. Dat ligt niet alleen aan een paar dopingkrassen. Het ligt eerder aan de afwezigheid van charisma in de versteende wielerformatie. De volksliefde voor de Raboploeg ging verloren in hautain gedrag van de leiding, persboycotten en leugenachtige informatie. De renners zelf beoefenden in hun publieke verschijning de kunst van het catenaccio. Stugge zinnen van drie woorden.

Ben benieuwd of Robert Gesink en Bauke Mollema in het Blancoshirt zullen transformeren tot een waterval van woorden en kwinkslagen.

Tot enige gezelligheid, wie weet.

Over een paar weken trekt het peloton zich op gang, Down Under. Niets te vroeg want de schitterende volkssport was de voorbije maanden herleid tot een grimmige soap. Tot een machtskluwen tussen partijen, vooral. De mooie zingzang van de spaken was ver weg. Er ging geen dag voorbij zonder communiquéoorlog. LeMond versus McQuaid, Contador versus het CAS, de UCI versus de dagdromers van de nieuwe World Series Cycling, het CONI versus Michele Scarponi. En er was de duistere schrapping van Katjoesja uit de WorldTour. De ploeg nota bene met de beste renner van de wereld in het afgelopen seizoen: Joaquin Rodriguez.

Team Sky dwong renners en ploegleiders tot een verklaring van eeuwenoude onschuld in dopingpraktijken. Ploegleider Steven de Jongh hield de eer aan zichzelf – hij mag nu gebrandmerkt door het leven.

Natuurlijk bleef de Nederlandse wielerbond niet achter: er komt een eigen onderzoek naar dopinggebruik onder leiding van oud-minister van Justitie Winnie Sorgdrager. Winnie is zoals Anna Enquist van hogere sferen, van literatuur en klassieke muziek. Het goede mens heeft nog nooit een renner van dichtbij gezien.

Ideale bloempot voor de KNWU.

Na maanden van institutionele oorlogen, verdachtmakingen en marchandage, ketelmuziek en machtsmisbruik kan ik niet wachten tot de benen weer geschoren zijn en er op kasseien amechtig wordt gedemarreerd.

Ik wil gekromde ruggen zien, blanco of oranje maakt niet uit. Het wielrennen dreigde kapot geprocedeerd te worden door moraalridders en inhalige hervormers. De enige redding is: stoempen. Tegen de schoonheid van de sport kunnen kwade dampen van dominees en koopmannen niet op.

Straks, op de Cauberg, hoor je niemand over de ellende van de voorbije maanden. Wielerharten zijn niet blanco. Zij zijn gevuld met bewondering en dweepzucht, met ontroering zelfs. Dat laatste kennen ze niet meer bij de inrichtende machten van het cyclisme.

Renners en publiek moeten de macht naar zich toehalen.

In een aanvallend halleluja.

    • Hugo Camps