Opinie

    • Sjoerd de Jong

Afkomst en geweld: eerst de feiten, graag, maar dan ook geen taboes

Ze spugen. „Het druipt van zijn arm en gezicht.” En ze schelden: „Jij maakt onze buurt te schande. Jij komt in de hel, we maken je dood.”

Weinig harde feiten, maar veel duiding van het voetbaldrama

Aldus een passage uit een reportage uit NRC Handelsbladover een Utrechtse homo van Marokkaanse afkomst die na een verhuizing wordt getreiterd door Marokkaanse jongens die hem eerder hadden „bedreigd en bespuugd” (Utrechtse homo na verhuizing weer gepest, door dezelfde groep, 3 maart 2012).

En kunnen de ouders er dan niks aan doen? „Marokkaanse jongens zijn altijd prinsen”, zegt de „weggepeste” homo in het stuk.

En dan was er Je bent Nederlander of Marokkaan (28 januari 2012), waarin jongerenwerker Jamal Challiui uit Zaltbommel praat over ‘zijn’ probleemjongeren die „schreeuwen, pochen en dreigen”. Wat te doen? Hij zegt: „Je moet ze met respect benaderen en keihard zijn als ze lopen te kloten.”

Ik wil maar zeggen, het is niet zo dat NRC Handelsblad – zoals sommige lezers vermoeden – de etnische achtergrond van straatcriminelen stelselmatig verdonkeremaant. Ook in deze krant duiken geregeld Marokkaanse straatjongens of verdachten op.

Die lezers schreven me dat, naar aanleiding van de gewelddadige dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen in Almere, die vorige week het nieuws domineerde.

Geert Wilders was er snel bij om het gruwelijke voorval te reduceren tot de jongste uitwas van het „Marokkanenprobleem”. Ook op internet gonsde de vraag waarom „de media” niet direct meldden dat het ging om een elftal met veel allochtonen en dat de verdachten van Marokkaanse afkomst waren.

De Telegraaf deed dat laatste wel, Het Parool bracht op dinsdag, een dag na de dood van de grensrechter, een reportage over „de korte lontjes” van het elftal. Daarin stond vermeld dat de meeste spelers van Marokkaanse afkomst zijn. „Niet de allerbeste voetballers, maar ook geen crimineeltjes in de dop”, volgens betrokkenen.

NRC Handelsblad deed die dag verslag uit Almere, interviewde een KNVB-topman en een sportpsycholoog – maar had geen stuk over Nieuw Sloten. Dat kwam pas een dag later (‘Zoveel negatieve verhalen, dat heeft deze club niet verdiend’, 5 december), maar zonder vermelding van etnische achtergronden van spelers of verdachten.

Het antwoord op de vraag waarom is simpel, zegt verslaggever Bas Blokker: „We wisten het niet zeker.” De Telegraaf meldde donderdag, vier dagen na het incident, dat van de drie verdachten er twee Marokkaans „zouden zijn”, en de derde Antilliaans. Blokker noemde in zijn stuk overigens wel één verdachte bij (voor)naam, Yassin D.

Het StijlboekNRC Handelsblad zegt dat het vermelden van de etnische afkomst van personen „relevant kan zijn”. Maar wanneer? „Vuistregel daarbij is, dat etnische afkomst wordt vermeld wanneer die nauw samenhangt met het behandelde onderwerp, of leidt tot een beter begrip daarvan.”

Het is dus niet zo dat de krant etnische afkomst verzwijgt. Maar ja, wanneer „begrijp” je iets beter als afkomst wordt vermeld, en hoe weet je of die „nauw samenhangt” met het onderwerp? Dat was hier nu juist de vraag.

Dan geldt: liever prudentie en eerst nader onderzoek naar de feiten dan het premature gelijk van de borreltafel, die al weet hoe het zit.

Toch begrijp ik de verbazing van die lezers wel. Want ondanks de weinige feiten zette de krant direct in op een brede duiding.

Op woensdag bracht de krant op de voorpagina een algemeen stuk (Voetbal heeft even geen antwoord, 5 december). De vraag naar een mogelijk verband met afkomst werd pas op vrijdag expliciet behandeld (Eén zaak is zeker, clubgevoel is aan het afnemen, 7 december). Sportredacteur Koen Greven en verslaggever Arjen Schreuder concludeerden, op basis van cijfers, dat het koppelen van etniciteit en sportgeweld „hachelijk” is, signaleerden wel een gebrek aan betrokkenheid bij allochtone ouders, en legden, in één kernachtige alinea, een verband met de straatcultuur van „bijvoorbeeld Marokkaanse jongeren”.

Dat laatste is dan wel weinig.

Als je het verband toch legt, wil je meer lezen over die straatcultuur van snel gekrenkt eergevoel – liefst met die jongens zelf. Die cultuur lijkt me overigens niet iets ‘typisch’ Marokkaans, maar zal evengoed te vinden zijn in de achterbuurten van Parijs, Los Angeles of Rio. De Volkskrant liet er criminoloog Jan Dirk de Jong over aan het woord, die er onderzoek naar deed. Folkert Jensma behandelde het in zijn column als een probleem van jonge mannen (Tot hun 24ste zijn veel mannen gevaarlijk, 8 december).

Nu al zeker weten dat dit incident puur het gevolg is van één oorzaak lijkt me meer iets voor polemisten dan voor journalisten. Verruwing van de sport, doorgeschoten assertiviteit in de hele samenleving, ‘Marokkaans’ machogedrag – het is er allemaal in te vinden. Maar de krant belichtte vooralsnog wel uitvoerig, en terecht, de verruwing van het voetbal, en veel minder die straatcultuur van jongens in achterstandswijken.

NRC Handelsblad besteedt geregeld aandacht aan de opkomende Marokkaanse middenklasse. Dat zijn vaak opgewekte succesverhalen: de mode van moslima’s, een – nogal zoetig – verslag van een jonge Rotterdamse uit Mekka.

De weerbarstige keerzijde komt ook aan bod, zoals de stukken uit Utrecht en Zaltbommel laten zien: de fricties in Marokkaanse gezinnen, de ambivalente houding tegenover de Nederlandse samenleving die aantrekt en afstoot tegelijk, de criminaliteit onder jongens, de rol van de islam als bron van eigenwaarde en exitstrategie.

Alleen, bij alle duiding had ik zo’n stuk ook nog wel willen lezen – met of zonder voetbalveld.

    • Sjoerd de Jong