Waarom ik neestem

Morgen stemt Egypte over de nieuwe grondwet. Monique Samuel, de Egyptisch-Nederlandse schrijfster, legt uit wat er mis mee is.

Het is erop of eronder voor het jonge post-revolutionaire Egypte. Met het referendum over de nieuwe grondwet zal morgen de toekomstige koers van Egypte voor langere tijd worden vastgesteld. Vooral de jonge revolutionairen en de grote christelijke minderheid, de kopten, verkeren in een staat van angst. De huidige machtsstrijd laat echter geen enkele Egyptenaar onberoerd – van het arme boertje in de Saïd (Opper-Egypte) die amper nog zijn kinderen kan voeden, tot de rijke zakenman in havenstad Alexandrië die worstelt met een vrijwel geheel tot stilstand gekomen economie.

Eens verenigd in de collectieve afkeer van oud-president en dictator Hosni Mubarak, is de Egyptische bevolking nu in twee kampen opgesplitst. De spanningen lopen steeds hoger op. Tijdens de grote protesten van afgelopen vrijdag klonk voor het eerst openlijk de roep om het aftreden van die „president van de Moslimbroeders”. De oppositie gelooft niet langer in een dialoog met een president die zich slechts uitspreekt in moskeeën na het vrijdagmiddaggebed en de oppositionele krachten in Egypte geen duimbreed tegemoet komt. Ondertussen jagen de aanhangers van de Moslimbroederschap en de salafistische beweging in grote, soms gewelddadige tegenbetogingen het hele land schrik aan. De negentig jaar lang min of meer onderdrukte strijd tussen de conservatief-islamitische krachten enerzijds en spaarzame liberaal-democraten anderzijds nadert een anti-climax. Egypte stevent af op een gijzeling door een nieuwe, autoritaire, religieuze kliek rond Morsi en zijn handlangers, die er alles aan doet om zijn macht boven de wet te stellen – en dat in naam van Allah en de islam.

Het unilaterale decreet van president Morsi op donderdag 22 november verraste vriend en vijand. De president die in een aantal woorden de facto dictator van Egypte was geworden, stelde zijn volk een ultimatum: accepteer de grondwet of erken mijn heerschappij als farao over Egypte. Zijn onverwachte actie stuwt het land richting aanname van een grondwet die op geen enkel democratisch beginsel is gebaseerd. Na maandenlang getouwtrek over de aard en omvang van de constitutionele raad en de terugtrekking van een kwart van de leden uit de democratische en seculiere hoek, namen de resterende 75 islamitische leden (aangevuld met 10 ‘back benchers’) binnen 19 uur alle 234 artikelen van de grondwet met vrijwel constante unanimiteit van stemmen aan. Zelfs het enige artikel dat 16 tegenstemmen opleverde en daarmee 48 uur vertraging op zou leveren, werd onder de vermanende vinger van de voorzitter uiteindelijk binnen een halve minuut met slechts vier tegenstemmen aangenomen. De 85 leden van de Constitutionele Raad zijn allen direct of indirect gelieerd aan de islamitische krachten van Egypte die nu vrijwel elk orgaan en instituut domineren. Mocht de grondwet worden aangenomen dan zal de transformatie van een redelijk gematigd soennitisch Egypte naar een conservatief-religieuze samenleving verder worden aangewakkerd. Niet alleen zijn de grondwetartikelen expres zodanig vaag geformuleerd dat zij ruimte laten voor een nadere islamitische invulling (wat dat ook moge zijn), ook geeft zij vergaande bevoegdheden aan de „maatschappij en de familie” om de moraal en goede zeden van Egypte te beschermen. Dit kan mogelijkerwijs leiden tot ‘mob justice’ of een civiele zedenpolitie zoals we die kennen uit Saoedi-Arabië en Iran. Overigens komen dergelijke patrouillerende buurtwachten die iedere vrouw staande houden zonder hoofddoek steeds vaker voor in conservatieve stadswijken in Kairo.

Mochten de Egyptenaren met de nieuwe grondwet instemmen dan zijn zij nog steeds niet van hun nieuwe dictator af. De president krijgt namelijk meer bevoegdheden dan Mubarak ooit heeft gehad en kan straks alle controlerende organen zelf benoemen. Publicaties mogen worden verbannen, journalisten opgepakt en berecht en kranten kunnen op wettelijke basis worden afgeschaft. Daarnaast komen ook de steeds sterker wordende vakbonden in zwaar weer. Niet alleen kunnen hun leiders voor de rechter worden gesleept, ook mag opnieuw „op basis van de wet” de vakbond worden ontbonden. Hiermee wordt de opkomende civil society – waaronder de uit vakbonden voortgekomen 6 April Beweging die zo belangrijk was voor de val van Mubarak – een zware slag toegebracht.

Het zorgwekkendste element van de nieuwe grondwet is echter de toenemende macht van het soennitisch-islamitische instituut de Azhar, dat straks iedere wet zal toetsen aan de sharia en daarover bindend advies zal doen. Diende de sharia ten tijde van Mubarak uitsluitend „ter inspiratie”, nu wordt zij leidend en zal zij een heel nieuw stempel drukken op de Egyptische politiek. Niet alleen de invloedrijke Azhar is echter omwille van zijn breed gedragen steun onder het soennitische deel van de bevolking gepaaid, ook de macht van het leger wordt vergroot. Als dank voor bewezen diensten krijgt het leger een status aparte, waardoor het straks geheel parallel aan de civiele overheid functioneert zonder onderworpen te zijn aan de wetgevende of rechterlijke macht. Daarnaast krijgen politici nog steeds geen inzicht in de defensie-uitgaven.

Daarmee lijkt alles waar de revolutie voor stond tenietgedaan. In een blinde overwinningsroes hebben de Moslimbroederschap en president Morsi zich echter verkeken op de grote tegenbeweging die er de afgelopen maanden tegen de ‘vermoslimbroederisering’ van de samenleving op gang is gekomen.

„Ze moeten een keer verliezen”, wordt er door steeds meer opiniemakers en activisten openlijk op tv gezegd. Niet alleen brachten dertien kranten uit protest geen ochtendblad uit en gingen verschillende commerciële stations op zwart, ook in de grote steden gonst het en gaan de verschillende pro- en tegenbewegingen met elkaar op de vuist. Rechters spreken zich fel uit tegen de inperking van hun onafhankelijkheid en vakbonden kondigen massale stakingen aan.

De Koptische Kerk probeert samen met de oppositie het belang van rechten van minderheden en persoonlijke vrijheid te garanderen en heeft zich demonstratief uit het grondwettelijk proces teruggetrokken. De vele demonstraties en uitingen van protest, juist ook door bebaarde mannen en gesluierde vrouwen, stemmen hoopvol. Morsi’s beslissingen worden zeker niet door een meerderheid van de Egyptenaren gesteund.

Maar de mobilisatiekracht van de Moslimbroederschap is nog steeds ongekend, zeker op het platteland waar in ruil voor een zak meel of suiker de mensen de straat opgaan en de uitspraken van de weledele al-Azhar blindelings worden opgevolgd. De simpele overtuiging dat de Moslimbroederschap gelijkstaat aan dé islam en daarom standaard goed doet, is moeilijk te doorbreken.

De revolutionairen staat dan ook een zware taak te wachten. Een seculiere dictator kun je immers verjagen, maar hoe krijg je God van het pluche?

Monique Samuel (1989) is politicoloog en auteur van o.a. ‘Mozaïek van de Revolutie: een kijkje achter de voordeur van mijn nieuwe Midden-Oosten’ (de Geus).