Verkouden

Omdat ik snipverkouden ben, klink ik alsof ik op het punt sta zachtjes te gaan wenen. Dat geeft gewone conversaties een andere lading. „Baar… hebben wij nou komende zondag (snif) een afspraak?” De ander: „Ja, maar we kunnen anders tussendoor nog bellen? Als je dat fijn vindt?” Ik: „Dee, dat hoeft diet. (snif).” Heel moeilijk

Omdat ik snipverkouden ben, klink ik alsof ik op het punt sta zachtjes te gaan wenen. Dat geeft gewone conversaties een andere lading. „Baar… hebben wij nou komende zondag (snif) een afspraak?” De ander: „Ja, maar we kunnen anders tussendoor nog bellen? Als je dat fijn vindt?” Ik: „Dee, dat hoeft diet. (snif).”

Heel moeilijk om niets te zeggen als iemand een blauw oog heeft

Ik probeer te compenseren in vrolijkheid, wat niet goed lukt omdat ik er ook uitzie alsof ik net heb gehuild. Daarbij treedt het effect op: als je huilerig klinkt, voel je je op een gegeven moment ook huilerig.

Ik zeg de hele dag: „Dee, ik ben gewoon verkouden hoor!” Ik zie dat mensen dat betwijfelen.

Het is net als met mensen met een blauw oog, die moeten ook tegen de klippen op verdedigen dat ze heus niet het slachtoffer zijn van huiselijk geweld. Hoe meer je je verdedigt, hoe ongeloofwaardiger het wordt. Zouden er weleens mensen zijn geweest die pas ná hun blauwe oog een mep hebben gekregen? Doordat ze er zo slachtofferig uitzagen? Om het blauwe oog als het ware ‘kloppend’ te maken?

Het is heel moeilijk om er niets van te zeggen als iemand een blauw oog heeft. Ook al weet je dat je of een saai antwoord krijgt („Ik ben tegen een deur aangelopen”) of een onwaar antwoord („Ik ben tegen een deur aangelopen”), toch moet iedereen er iets van zeggen.

Laatst is het me met bovenmenselijke kracht gelukt om een vrouw met een blauw oog gewoon te behandelen alsof ze geen blauw oog had. Ik was er zo trots op dat dat lukte, dat ik het eigenlijk wilde zeggen: „Is het je opgevallen dat ik niets over je blauwe oog heb gezegd?” Maar ja, dat is hetzelfde als er iets van zeggen. Ik hield me in.

In plaats daarvan ben ik bezig mijn eigen verkoudheid helemaal kapot te benoemen. Tijdens deze epische verkoudheid zoen ik mensen trouwens wel. Ze willen dat niet, dat zie ik ook wel, maar ik zeg, terwijl ik ze stevig omklem: „De besmettelijke fase is nu toch al voorbij.”