Toezicht is één, maar dan zijn we er nog niet

Europees toezicht op banken wordt in de Nederlandse financiële sector maar voorzichtig omarmd.

Amsterdam. Het is een stap in de goede richting. Een werkbaar compromis. Wie de eerste reacties gisteren aanhoorde van de Nederlandse banken op het Europese akkoord over centraal bankentoezicht, krijgt de indruk dat zij overwegend positief zijn gestemd. Maar daarachter schuilt kritiek. Er zijn nog veel vragen. Die hebben voor een belangrijk deel te maken met het compromis dat Duitsland er voor zijn eigen banken uit heeft weten te slepen.

Onder het akkoord gaat de ECB vanuit Frankfurt toezicht houden op de ‘systeembanken’ van Europa, de banken die too big to fail zijn. In Nederland vallen daar ABN Amro, ING, Rabobank en SNS Reaal onder. Maar voor kleinere banken wordt een uitzondering gemaakt. De ECB mag bij hen pas ingrijpen als het misgaat. Onduidelijk is nog hoe dat dan precies moet gebeuren.

Veel Nederlandse banken hebben eerder gepleit voor toezicht op alle banken. Inclusief de kleintjes. Een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Banken: „Kleine banken of een groep kleine banken kunnen samen ook een systeemrisico vormen.” Duitsland wilde dat kleine banken geheel werden uitgezonderd. Dat land heeft duizenden kleine, regionale Landesbanken.

„Het luistert heel nauw hoe de details van het toezicht worden uitgewerkt”, zegt de NVB-woordvoerder. „Hoe de afstemming verloopt tussen de nationale toezichthouder en de ECB.” Toezicht, zelfs al is het gedeeltelijk, is één, zeggen banken ook. Maar er is meer nodig. „Er zullen meer stappen nodig zijn om echt tot integratie van de financiële sector in Europa te komen”, zegt een woordvoerder van ING. Voor een bankenunie heb je ook een resolutiemechanisme nodig, een systeem dat voor oplossingen zorgt als het misgaat. Het gereedschap om de reparatie mee uit te voeren, als dat nodig blijkt.

Over die stappen moeten nog afspraken worden gemaakt. En ook die zijn cruciaal, maar complex. Bankiers vragen zich af hoe dat straks precies moet gaan gebeuren. Gaan ze in Frankfurt werkelijk tegen Madrid zeggen dat ze banken uit de brand moeten halen? En zal Spanje dan luisteren? Ook zijn er vragen waar het geld dan vandaan moet komen. In Brussel zeggen ze: het moet zo min mogelijk met publiek geld gebeuren. Maar is dat realistisch?

En wie heeft er nog iets te zeggen, als de ECB eenmaal bepaald heeft dat er ingegrepen moet worden? Toen ING staatssteun kreeg, legde Brussel strenge voorwaarden op. Er mochten geen concurrentievoordelen uit de steun worden gehaald. Dat soort zaken worden normaal met nationale overheden besproken.

Lees ook het Commentaar, p. 17