Tante aborteert dolgraag

Voor Hart Wan, verloskundige van beroep en hoofdpersoon in de roman Kikkers van Mo Yan, is de Chinese eenkindpolitiek een kwestie van logica: ‘Als iedereen zomaar kinderen mag krijgen, worden het er dertig miljoen in een jaar, dat betekent driehonderd miljoen in tien jaar, en over vijftig jaar zal dan de aarde zijn platgewalst door de Chinezen. Daarom mogen we kosten noch moeite sparen om het geboortecijfer omlaag te brengen, dat is de bijdrage van de Chinezen aan de gehele mensheid.’ Toch wordt dit nobele principe slecht begrepen, zowel door de eigen bevolking als door critici in het Westen.

De belevenissen van Hart Wan worden niet door haarzelf verteld, maar door de zoon van een neef, een toneelschrijver die Voet Wan heet; in het district Gaomi is iedereen naar een lichaamsdeel genoemd, op iedere bladzijde figureren personages als Wenkbrauw Chen, Galblaas Bai of Grote Handen Hao, wat de exotische leeservaring sterk bevordert.

Voet Wan is het type dat altijd met de stroom mee roeit, en dat is in zijn geval geen kwestie van Tao, maar van een slap karakter. Hij kijkt op tegen zijn onbuigzame ‘Tante’ en tekent haar levensverhaal op in vier lange brieven aan Yoshihito Sugitani, een beroemde Japanse schrijver die zelf ook een band met Tante blijkt te hebben. In zijn brieven maakt Voet Wan meldt een toneelstuk over Tante te willen schrijven, en het boek wordt inderdaad afgesloten met het toneelstuk ‘Kikkers’. Uit de heterogene structuur van Kikkers – met lange, verhalende fragmenten die slechts brieven mogen heten, omdat Voet Wan zich nu en dan obligaat tot Sugitani richt, vergezeld van korte ‘normale’ brieven, en met een surrealistisch toneelstuk tot besluit – volgt dat Tantes levensverhaal onsamenhangend, met tijdsprongen verteld wordt. Wat de lezer met die fragmentatie opschiet, is de vraag.

Onbetwist

Tante is de belichaming van de Chinese geboortepolitiek. Zolang de staat werknemers tekort doet, helpt ze ijverig kinderen ter wereld te brengen, met onbetwist vakmanschap. Na 1965 begint de overheid ongerust te worden over de explosieve bevolkingstoename en lanceert de leus: ‘Eentje is al niet slecht, twee is precies goed, drie is te veel.’ Het bioscooppubliek krijgt voorafgaande aan de hoofdfilm anticonceptiepropaganda op het scherm te zien – ‘[het] werkte als een waar afrodisiacum’. Wanneer het eenkindbeleid zijn intrede doet, daalt Tantes prestige bij de bevolking omdat ze ongevraagd een spiraaltje plaatst bij elke vrouw die ze heeft helpen bevallen. Daarna wordt haar bemoeienis nog grimmiger: wie ondanks haar voorzorgen weer zwanger raakt, is in overtreding en wordt tot abortus gedwongen. Meedogenloos, indien nodig bijgestaan door een politiemacht, speurt ze in de regio naar illegale zwangerschappen.

Tante is een spectaculair personage. Zelf is ze kinderloos. Natuurlijk, zeggen de moeders, ze wreekt zich op ons. Haar trouw aan de Communistische Partij is onvoorwaardelijk, hoewel ze zelf tijdens de Culturele Revolutie tijdelijk in ongenade is gevallen. Ze is buitengewoon moedig bij de uitoefening van haar werk, dat door het verzet van de bevolking steeds gevaarlijker wordt. Ze vecht tegen het hardnekkige vooroordeel dat een dochter minder is dan een zoon. Maar bovenal is ze iemand van krankzinnige plichtsbetrachting, zoals blijkt uit een cruciale scène waarin ze met een speedboot de achtervolging inzet op een illegaal zwangere vrouw die per vlot over de rivier tracht te ontkomen.

De spanningen van de opgejaagde vrouw leiden tot een riskante voortijdige bevalling, en Tante verandert in een oogwenk van duivelse aborteuse in een voorbeeldige vroedvrouw, indachtig de reglementen: ‘Wanneer het kind eenmaal voorbij het deksel van de kookpot is, dan is het een menselijk leven, dan is het een burger van de Chinese Volksrepubliek, dan geniet het bescherming.’

Reputatie

Mo Yan (pseudoniem van de in 1955 geboren Guan Moye) laat zien dat Tante met haar loyaliteit aan Voorzitter Mao beslist niet de gemakkelijkste weg heeft gekozen. Het is mogelijk dat hij daarbij ook aan zijn eigen reputatie heeft gedacht. Voor sommigen is die zodanig bevlekt door zijn banden met de Communistische Partij dat hij zijn Nobelprijs niet verdient. Alvorens de prijs in Stockholm in ontvangst te nemen, afgelopen maandag, ging de schrijver zo ver de censuur in zijn land te verdedigen. Zou Mo Yan – van wie onlangs ook een kleine bundel opstellen onder de titel Veranderingen verscheen – zich eerder zien als de toneelschrijver, die zich noodgedwongen en allerminst uit overtuiging conformeert aan de overheid?

Dat Tante op hoge leeftijd door schuldgevoel gekweld wordt en een panische angst voor kikkers ontwikkelt (in het gesproken Chinees betekent ‘wa’ zowel ‘baby’ als ‘kikker’, bovendien staat de kikker symbool voor talrijk nageslacht), komt psychologisch niet geloofwaardig over. Dat is geen ramp, want Mo Yan heeft duidelijk niet op realisme gemikt: Kikkers bevat groteske, soms opzettelijk sentimentele scènes, en heeft in het algemeen een hoog fantastisch gehalte. Het verhaal blijft – zeker voor Westerse ogen – steken in anekdotiek, maar is grotendeels onderhoudend en levert wel degelijk maatschappijkritiek, zowel op communistisch fanatisme in het verleden als op commerciële uitwassen in de hedendaagse Chinese economie.

Mo Yan: Veranderingen. Vert. Daan Bronkhorst. De Geus, 116 blz. € 12,50.

    • Marco Kamphuis