Sport en geld

Economie is een wetenschap die vaak achteraf pas met voorspellingen komt. De factoren die inwerken op economische ontwikkelingen zijn extreem divers. Daarom zijn economen dol op sport. De resultaten zijn eenduidig in cijfers te vangen. Het aantal mensen dat die resultaten bepaalt, is beperkt. En externe factoren zijn voor iedereen vergelijkbaar; er is een veld, een stadion, er juichen supporters. Eigenlijk is er maar één variabele – toevallig precies datgene wat economen interesseert: geld.

In het Amerikaanse Major League Baseball speelt geld een belangrijke rol. Zo staat het onomstotelijk vast dat teams die hogere salarissen betalen vaker winnen. Maar de belangrijke vraag is natuurlijk: wat veroorzaakt wat? Het kan zijn dat je met dure spelers vanzelf wint, maar ook dat een team dat veel wint dure spelers koopt. Vreemd genoeg is winnen de oorzaak en hoge salarissen het gevolg, zo blijkt uit een analyse van tientallen jaren baseball.

Tot 1976 was een speler het ‘bezit’ van een club en was er geen verband tussen zijn kwaliteit en zijn salaris. Maar sinds 1976 kunnen spelers een ‘free agent’-status krijgen, zodat zij openstaan voor een contract bij een ander team. Sindsdien verdienen free agents meer dan ze toekomt, en vastzittende spelers minder. Helemaal vrij is de spelersmarkt nog niet, want transfers zijn gebonden aan allerlei ingewikkelde regels die bijvoorbeeld dicteren dat min of meer vergelijkbare spelers worden uitgeruild. Het lijkt erop dat juist die restricties in de markt van spelers ervoor zorgen dat je als goede speler wel veel verdient, maar dat je als club met hoge salarissen nog geen winnend team maakt. Dat is dan meteen een groot verschil met het Engelse voetbal, waar transfers niet aan regels zijn gebonden. Met dure spelers koop je daar wél vanzelf een winnend team. Een half vrije markt is geen vrije markt, in ieder geval niet in sport. Leve het kapitalisme.

Een andere factor is nivellering. Een team kan het beschikbare geld eerlijk verdelen onder zijn spelers, of de sterren met een grote zak naar huis sturen en de rookies met een fooi. In het Amerikaanse baseball neemt de ongelijkheid in salaris sinds de jaren tachtig gestaag toe. In 2000 tekende Alex Rodriguez, op dat moment de beste speler van de wereld, een contract voor 252 miljoen dollar met de Texas Rangers. Daarmee at hij een kwart van het hele spelersbudget op. Verstandig? Niet echt: een team dat nivelleert wint vaker dan een team dat al zijn geld stopt in een handvol sterspelers. Leve het communisme.

Sport gedijt het beste in een volledig vrije, maar genivelleerde markt. Zouden Rutte en Samsom daar hun inspiratie vandaan hebben gehaald?

    • Victor Lamme