Rice weg, Republikeinen blij

Susan Rice zal Hillary Clinton niet opvolgen als Amerika’s minister van Buitenlandse Zaken. Haar terugtrekking komt Obama nu niet slecht uit.

(FILES) File photo dated July 7, 2011 shows US Ambassador to the United Nations Susan Rice speaking about the independence of South Sudan during a briefing at the US State Department in Washington, DC. Susan Rice, on December 13, 2012, withdrew her name from consideration to be the next secretary of state, after becoming a lightning rod for the White House's handling of the raid on the US consulate in Benghazi. Rice, currently the US envoy to the United Nations, is close to President Barack Obama and emerged as the top target of Republican attacks on the administration's handling of the attack on September 11. AFP PHOTO / Saul LOEB / FILES AFP

Susan Rice was voor Barack Obama de gedroomde nieuwe minister van Buitenlandse Zaken. De president was zelfs bereid alle kritiek op de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties zelf te incasseren. „Als de Republikeinen iemand te grazen willen nemen, dan pakken ze mij maar”, zei hij vorige maand nog. Het was gisteren Rice zelf die een einde maakte aan de jacht die op haar was geopend. In een brief aan Obama schreef ze: „Als ik genomineerd zou worden, weet ik zeker dat het benoemingsproces lang, verstorend en duur zou worden – voor u en voor onze grootste binnenlandse en buitenlandse prioriteiten. Die afweging valt voor ons land ongunstig uit.”

Het komt zelden voor dat een kandidaat-minister die nog niet eens genomineerd is, een post weigert via een officiële brief. Maar Rice was vanaf het begin geen gewone kandidaat. Obama en de meeste Democraten zagen in haar de ster van Obama’s tweede termijn, iemand die de vertrekkende Hillary Clinton zou doen vergeten. Maar Republikeinen vinden haar ideeën over buitenlandse politiek te progressief.

In een felle campagne, geleid door senator John McCain, benadrukten de Republikeinen dat Rice moedwillig het Congres en het Amerikaanse publiek om de tuin heeft geleid in de kwestie-Benghazi. Rice had een paar dagen na de aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi in interviews gezegd dat het om een uit de hand gelopen protest ging. Dat deed ze, zeggen de Republikeinen, om te verdoezelen dat het om een terreurdaad ging – iets wat Obama in zijn verkiezingscampagne slecht kon gebruiken. De toon van de aanvallen is opmerkelijk, omdat Rice in deze kwestie nauwelijks een rol speelde. Rice zei daarbij dat zij zich baseerde op informatie van de CIA.

Deze week kreeg Rice ook kritiek uit andere hoek. The New York Times schreef een kritisch verhaal over de manier waarop zij als gezant van toenmalig president Bill Clinton opereerde in Afrika. Ze zou onvoldoende hebben gedaan om de Rwandese president Kagame ervan te weerhouden banden te onderhouden met Congolese rebellen. Daarbij kreeg Rice een steeds slechtere pers. Ze werd hard en persoonlijk aangevallen door columnist Lloyd Grove op de gezaghebbende website The Daily Beast. Rice heeft volgens haar „een persoonlijkheidsstoornis”, is „bruusk, agressief, ondiplomatiek”.

Susan Rice, die na Condoleezza Rice (geen familie) de tweede zwarte vrouw op Buitenlandse Zaken had kunnen worden, was bereid met de protesterende Congresleden te praten om de lucht te klaren. Ze reisde eind november voor gesprekken naar Washington. Daar liep ze regelrecht in het mes van de ervaren McCain. De oud-presidentskandidaat zei na het gesprek dat Rice de onduidelijkheid over haar rol in ‘Benghazi’ alleen maar groter had gemaakt.

Obama steunde haar aanvankelijk voluit, maar was de afgelopen paar weken opvallend stil over Rice. Maar de president heeft ook andere belangen. Hij speelt een spel van geven en nemen met de Republikeinen, die hij nodig heeft om een compromis te bereiken over de fiscal cliff, de naderende begrotingsafgrond. De terugtrekking van Rice komt hem daarom goed uit. Haar benoeming zou zeker een prijs hebben gehad.

Gisteren lekte uit dat Obama een Republikein als minister van Defensie wil benoemen: John Hagel, een voormalige senator uit Nebraska. Als dat was bedoeld als een gebaar van goede wil aan de Republikeinen, dan was het effect gering. De reacties in het Republikeinse kamp waren lauw. Hagel staat in de eigen partij bekend als een dissident, met name op buitenlands beleid. Hij hekelde de oorlogen van George W. Bush in Irak en Afghanistan, en is tegenstander van sancties tegen Iran. De conservatieve columnist Jennifer Rubin noemde hem onlangs in The Washington Post een nog slechtere kandidaat dan Susan Rice.

Senator John Kerry, de ervaren voorzitter van de commissie voor Buitenlandse Zaken, is nu de belangrijkste kandidaat voor de opvolging van Hillery Clinton. Daarmee hebben de Republikeinen hun zin. Kerry, presidentskandidaat in 2004 namens de Democraten, hield tijdens de Democratische conventie afgelopen zomer nog een vurig betoog tegen Mitt Romney. Maar hij kan deals sluiten met conservatieven, iets wat van Rice niet werd verwacht.

    • Guus Valk