Protest angstvisioen van Kremlin

Morgen protesteren in Moskou weer burgers tegen president Poetin. Het zijn er elke keer wel minder. Waarom is het Kremlin toch bang?

Sergej Oedaltsov bij betoging ter gelegenheid van 95ste verjaardag van de Oktoberrevolutie. Foto Reuters

Moskou. - De politie zal weer klaar staan om provocateurs op te vissen, morgen bij de gisteren feitelijk verboden ‘mars van de vrijheid’ vanaf het Loebjankaplein in Moskou.

Maar waarom? Bij de laatste betoging in september waren er zevenduizend agenten op de been. Er was voor hen toen lang niet genoeg werk. Dienders liepen wat rond met flesjes cola. In geparkeerde pantserwagens zaten ME’ers tevergeefs te wachten op echte actie. Verspreid langs het traject stonden burgerwachten met rode lintjes om hun arm klaar om onruststokers te rapporteren. In ruil voor hun diensten krijgen zij een gratis jaarabonnement op het openbaar vervoer in Moskou.

Maar de meeste van de enkele tienduizenden deelnemers aan de mars toen wachtten de toespraken van de leiders („Rusland zonder Poetin!”) op het eindpunt niet af.

Het vuur leek eruit. Wat heeft de macht nog te vrezen van een optocht van vlaggen wuivende nationalisten, liberalen en neocommunisten?

De burgemeester Sergej Sobjanin van Moskou lijkt er vooral op gebrand om rellen, zoals die ontstonden na een protestmars in mei, te voorkomen. Sobjanin heeft gezegd dat Moskovieten zo veel mogen demonstreren als ze willen, op een door het stadhuis goedgekeurde route. Maar tegen diegenen die geweld uitlokken zal hard worden opgetreden.

Volgens de burgemeester waren namelijk provocateurs schuldig aan rellen tussen oproerpolitie en demonstranten, bij een betoging aan de vooravond van de inauguratie van president Vladimir Poetin in mei. Volgens de organisatoren was het juist de opstelling van de ME die leidde tot geweld.

De regering intussen lijkt vooral te vrezen dat de overgebleven harde kern de financiële middelen vindt om de onvrede die leeft onder die Russen die niet op Poetin stemden (zeker 36 procent) opnieuw tot leven te brengen. Met een revolutie zoals eerder in Oekraïne en Georgië.

De televisiezender NTV, loyaal aan de regering, zegt bewijs te hebben gevonden dat naar Londen uitgeweken Russische oligarchen de meest linkse leider van het protest indirect aansturen en (willen) financieren. Het contact met deze man, Sergej Oedaltsov, zo werd in een reportage verteld, loopt via de Georgische parlementariër Givi Targamadze, die ook betrokken zou zijn geweest bij de kleurenrevoluties in Georgië, Oekraïne en Kirgizië.

NTV toonde opnames met een verborgen camera, waarin Targamadze tegen Oedaltsov en zijn kompanen zegt: „We hebben een beetje een belachelijk idee, het is té, dat wil zeggen, avontuurlijk. Maar ik vind het wel een leuk idee. Namelijk gewoon proberen in Kaliningrad de macht te grijpen.” (Kaliningrad is de Russische enclave die ligt ingeklemd tussen Litouwen en Polen.) „Wat het gave aan die situatie is? Ze moeten dan extra mensen sturen. Maar hoe? Ze moeten immers via territorium van de NAVO.” Oedaltsov reageert: „Als je het goed doet, doe je Kaliningrad, Moskou, Vladivostok en nog een paar plekken.”

Een kleurenrevolutie in Rusland? Oedaltsov riep eerder op tot „Majdannen”, naar het Majdanplein in Kiev waar in 2004 de Oranjerevolutie tegen de op Rusland georiënteerde zittende macht plaatsvond. „We zijn nu vaak genoeg gekomen. Ik ga hier niet meer weg”, riep hij door de megafoon, alvorens te worden afgevoerd door de oproerpolitie.

Volgens de Nationale Recherche stapelt het bewijs voor het revolutiecomplot zich op. Oedaltsov (35) is niet de populairste rebel: bij door de protestbeweging zelf georganiseerde verkiezingen eindigde hij op plaats twintig.

Voor andere en ook populairdere protestleiders, zoals corruptiebestrijder Aleksej Navalny, is de boodschap duidelijk: neem geen geld aan uit het Westen.

Twee Amerikaanse instellingen (USAID en het National Democratic Institute) die financiële hulp geven aan Russische maatschappelijke organisaties die de democratische waarden van de VS delen, hebben Moskou recentelijk verlaten. Russische ngo’s die nog geld van Westerse financiers ontvangen, moeten zich sinds vorige maand ‘buitenlandse agent’ noemen.

President Poetin sprak zich deze week ineens mild uit over de deelnemers van de straatprotesten zelf, onder wie zich volgens hem ook verstandige mensen bevinden. „Buitenlandse inmenging in binnenlandse aangelegenheden” zal echter niet worden getolereerd, herhaalde hij eergisteren in zijn jaarlijkse toespraak van 12 december tot de natie.

Wie geld aanneemt van buitenlanders kan hier geen politicus zijn, aldus de president. „En criminelen ook niet”, voegde Poetin eraan toe.

Intussen vonden er deze week opnieuw huiszoekingen plaats bij leden van de protestbeweging en bij de maker van een serie korte internetfilmpjes over het protest. De regisseur heeft zijn project nu stilgelegd.

Voor zover de huiszoekingen en het grote aantal agenten op de demonstraties niet uit angst voor een revolutie voortkomen, werken ze in elk geval ontmoedigend.