Leven en kunst in een spiegelpaleis

Toneelgroep Amsterdam speelt ‘Spiegelpaleis’

Na de repetitie/Persona bij Toneelgroep Amsterdam. Gezien 13/12 in Stadsschouwburg Amsterdam. T/m 18/5. Inl: tga.nl ,

Een spiegelpaleis, dat is Ivo van Hoves tweeluik Na de Repetitie/Persona bij Toneelgroep Amsterdam. Hij plaatst Ingmar Bergmans script uit 1984 en de film uit 1966 niet alleen naast, maar ook tegenover elkaar. Het één een filosofisch onderzoek van de kunst, het ander een onontkoombaar statement over het leven.

In Na de repetitie draait het om regisseur Hendrik Vogler (Gijs Scholten van Aschat), die een crisis doormaakt. Hij regisseert de jonge Anna (Karina Smulders) in Droomspel van Strindberg. Na hun repetitie raken ze verwikkeld in een rollenspel. Ze onderzoeken hoe ze minnaars zouden kunnen zijn, spelen het begin van de relatie, speculeren over de afloop, testen en tergen elkaar. Maar dat kan hun existentiële leegte niet verhullen: hij is een man die werkt omdat hij niet meer durft te leven. Zij bestaat, ook achter de schermen, enkel uit een reeks rollen.

Hoe interessant die materie ook is, en hoe virtuoos Smulders en Scholten van Aschat al hun rollen ook spelen, dit deel blijft iets te schematisch. Het artificiële gedrag van de personages, al is dat functioneel, staat emotionele betrokkenheid in de weg. Alleen Marieke Heebink mag, als droombeeld uit het verleden, even ‘echt’ zijn: aards, prozaïsch, grof, onbeholpen. Zij zorgt voor een intens moment van emotie, in een verder wat cerebraal geheel.

Die aarzelende aftrap maakt wel dat het tweede deel, Persona, aankomt als een vuistslag. Daarin zien we actrice Elisabeth Vogler (Heebink), die plots heeft besloten niet meer te praten, en zuster Alma (Smulders) die haar verzorgt, eerst in het ziekenhuis en later in een huisje aan zee.

Nu draait Van Hove alles om. Gaat Na de repetitie over het verdwijnen in de kunst, in Persona gaat het juist over kiezen voor het volle leven. De eerste ensceneerde Van Hove in een rommelig-realistische ruimte, de tweede tegen een imposant artificieel decor. En speelden de acteurs in Na de repetitie berekenend, op het kille af, in Persona mogen alle registers open.

Dat geldt met name voor Smulders, die als Alma vrijwel uitsluitend het woord voert. Zij doet dat meeslepend, en schakelt moeiteloos van geestig naar deerniswekkend en van charmant naar angstaanjagend. In de film speelt Bibi Andersson Alma constant hysterisch – zo erg dat het afstoot. Smulders maakt haar worsteling – hoe verenig ik hartstocht en trouw, eenvoud en ambitie, bescheidenheid en ijdelheid? – invoelbaar.

Heebink biedt prachtig stil tegenspel. Elisabeth heeft alle rollen afgelegd en begint de voorstelling geheel naakt. Haar blik is geamuseerd, verrast, gekweld of betrapt. Als Alma meedogenloos analyseert hoe Elisabeth worstelt met haar moederrol, zit Smulders met haar rug naar het publiek. Op het gezicht van Heebink is groeiend afgrijzen te lezen.

Zeer dwingend is in dit deel het decor. Van een kil ziekenzaaltje klappen de wanden weg, en onthullen rondom water. Met regen en windmachines ontstaat de perfecte toneelstorm – een fantastische, filmische scène. Het geluidsdecor en de oprukkende mist creëren een consequent spookachtige sfeer. Zo wordt theater, en wat het over het leven te zeggen heeft, onontkoombaar.

    • Herien Wensink