‘Kijk, Ko van Dijk!’

Acteur Gijs Scholten van Aschat is een van de curatoren van de veiling Revival of Captured Scenes van 150 podiumkunstfoto’s. Het Theaterinstituut, het Maria Austria Instituut en bijna alle Nederlandse theaterfotografen stelden werk beschikbaar. De opbrengst gaat naar een fonds voor jonge theatermakers. Van Aschat becommentarieert alvast een kleine selectie.

Toon Hermans (1942). „Dit is de klassieke artiestenfoto. Toon Hermans met hoed, schalks schuin omhoog kijkend, sigaret in de mond. Na de voorstelling gaat-ie dansen met de meisjes. Dat was het beeld dat je had vroeger, van dat leven. Dat sprak mij wel aan. Er spreekt grote romantiek uit: Het Theater! De Revue! Die romantisering is verdwenen uit de theaterfotografie. Dat vind ik soms wel jammer, eigenlijk.” Foto Jacob Merkelbach

‘Zo, kijk eens even, die is goed.” Acteur Gijs Scholten van Aschat (53) staat in kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae oog in oog met zijn jongere zelf, 26 jaar jonger om precies te zijn. Met de andere piepjonge acteurs Pierre Bokma en Peter Blok, en de inmiddels overleden regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen, verzorgt hij een optreden op Koninginnedag 1986, vastgelegd door fotografe Jutka Rona. Jongens zijn het; zelfs in zwart-wit kun je de blos op hun wangen zien. Ze zingen iets, vol overgave. Op hun gladde gezichten een mengeling van ernst en ironie. Scholten van Aschat kijkt er lang naar. „Jong waren we hè? Prachtige foto. Maar die heb ik natuurlijk niet uitgekozen.”

Scholten van Aschat is curator van de veiling Revival of Captured Scenes, van 150 podiumkunstfoto’s. Met medecuratoren Hans Aarsman en Anne Tilroe maakte hij een selectie uit 1.000 inzendingen, scènefoto’s, publiciteitsfoto’s en portretten. Het Theaterinstituut en het Maria Austria instituut openden genereus hun archieven en alle Nederlandse theaterfotografen stelden werk beschikbaar of lieten de curatoren kiezen. Helaas met uitzondering van Pan Sok, want die was op vakantie.

De foto van Jutka Rona hangt in een voorzaaltje, waar tijdens de kijkdagen de selectie uit het Maria Austria Instituut wordt getoond. Prachtige, bijna historische theaterfoto’s, van onder anderen Paul Huf, Philip Mechanicus, Sem Presser, Rona en Maria Austria zelf. We zien Wim Sonneveld, een piepjonge Herman van Veen (1968), een foto van de opnames van Bert Haanstra’s Fanfare, en de oude City-bioscoop, vol kinderen die met grote ogen en open mond een voorstelling van Scapino Ballet bekijken. Het is een wandeling door de Nederlandse toneelhistorie.

„Kijk, Ko van Dijk!” (op een foto van Paul Huf, 1945). „En daar!” Ko van Dijk en Ellen Vogel, tijdens de opnames van een hoorspel, op een foto van Jutka Rona uit 1961. Van Aschat raakt begeesterd door zeer uiteenlopende beelden. Hij blijft hangen bij een affiche van het Nationale Ballet van Johan Vigeveno. „Een iconisch beeld. Prachtig hoe die twee lichamen samen bijna een letter beschrijven.” Typisch een voorbeeld van gewoon een sterk, grafisch beeld, vindt hij. Andere foto’s vertellen natuurlijk meer. Zoals deze, wijst hij, van een circusdompteur. „Met die zoete tijgers ervoor! En dan draagt hij zelf ook nog een soort tijgeronderbroek. Fantastisch.”

Een zaal verder: nog eens ruim honderd theaterfoto’s uit de laatste vier decennia, van fotografen als Ben van Duin, Leo van Velzen, Sanne Peper, Joost de Haas, Bowie Verschuren en Jan Versweyveld. Plus de gelikte publiciteitsfotografie van Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin voor Mugmetdegoudentand, en Carli Hermès voor Het Nationale Toneel.

Binnen de selectie zie je de trends in de theaterfotografie gedurende de jaren subtiel verschuiven, constateert de curator. „Vroeger was het idee toch: je registreert heel precies een scène, om het publiek een duidelijk beeld te geven van wat voor voorstelling het is.” Hij pauzeert bij een serie uit 1946, van de voorstelling Lysistrata door het Amsterdamsch-Rotterdamsch Tooneelgezelschap. „God, als je dit ziet, dan ben je toch blij dat je niet meer in maillot op het toneel hoeft te staan hupsen.”

Na de klassieke registratie verschoof de nadruk naar de emotie, „ingezoomd op de koppen van de acteurs, op hun expressie. Dat kon Pan Sok heel goed.” En nu? „Iemand als Jan Versweyveld fotografeert heel erg in beweging. Zijn werk is bijna documentair. Ongepolijst op het kille af. Bij Leo van Velzen klopt alles: hij heeft een goed oog voor de situatie, hij kan heel goed én een mooi beeld vangen én het ook nog mooi kadreren en belichten. Ik hou erg van zijn werk. En dan heb je Sanne Peper: ruiger, swingender, kleurrijker ook.”

Hij is zelf geen fotografiekenner, dus liet Scholten van Aschat zich bij zijn voorkeuren ook leiden door het belang van een beeld binnen de theatergeschiedenis. „Hier, Carver, Café Lehmitz uit 1991. Daar werd een nieuw soort theater uitgevonden. Of deze: een scène uit Tulpen Vulpen (1988) van Gerardjan Rijnders bij de Toneelschuur. Het tijdperk-Rijnders mocht natuurlijk niet ontbreken. Hier: twee grootheden samen op toneel, Pierre Bokma en Carice van Houten in de Gravin van Parma.” Toch mist hij ook veel: „Guido de Moor, Anne-Wil Blankers, Paul Steenbergen, Ton Lutz. Er zit nauwelijks Publiekstheater tussen, niets van Globe. Hopelijk op een volgende veiling. Dit is echt maar een keuze uit een heel klein beetje.”

Wel biedt de selectie een fraai overzicht van uiteenlopende theatervormen. Van de klassieke pose van Liz Snoijink en Willem Nijholt (sigaret in de lucht) in Later is te laat van Noel Coward, via de boerenschuren en fabriekshallen van Hollandia tot het buitentheater van Oerol. „Je ziet heel mooi de ontwikkeling die het Nederlands toneel heeft doorgemaakt, van het vertellen van een verhaal op toneel, in een soort hyperrealisme, via de avantgarde en het modernisme naar nu, naar alles is mogelijk. Theatermakers zitten niet meer vast aan codes, aan stijlen, aan wetten of plekken. We zijn helemaal vrij.”

De veiling Revival of Captured Scenes is zondag 16 december. De opbrengst gaat maar het SEA Fonds voor jonge theatermakers en is bestemd voor marketing en publiciteit. Inl.: deveiling.org. en arti.nl.

    • Herien Wensink