Kentering na jaren van neergang

Voor het vierde jaar op rij lijden de eredivisieclubs verlies. Koepelorganisatie is toch tevreden. „De weg naar boven wordt voortgezet.”

Juichend stond algemeen directeur Tiny Sanders van PSV in mei 2011 op het bordes van het Eindhovense stadhuis. Op het plein tientallen supporters met rode fakkels. „Eindhoven, Eindhoven”, zong Sanders met de fans mee. Die zongen de directeur toe: „Tiny bedankt, Tiny bedankt.” PSV was zojuist financieel gered door de gemeente Eindhoven, die de grond onder het Philips Stadion had gekocht voor ruim 40 miljoen euro. Sanders schreeuwde door een microfoon: „PSV is weer een kerngezonde club.”

Gisteren werden de jaarcijfers van de betaald voetbalorganisaties in Nederland over het seizoen 2011-2012 bekendgemaakt door de KNVB en de koepels van betaald voetbalclubs. Alle eredivisieclubs samen boekten een negatief bedrijfsresultaat, maar PSV is met 27,7 miljoen de grootste winstmaker, Ajax maakte 9,6 miljoen euro winst.

De cijfers werden met tevredenheid ontvangen op de persconferentie in Utrecht. Frank Rutten, directeur van de Eredivisie CV, de koepel van eredivisieclubs: „Hoewel we over het algemeen rode cijfers schrijven, wordt de ingeslagen weg naar boven duidelijk voortgezet. We zijn op de goede weg.” Ron Francis, directeur betaald voetbal van de KNVB: „De meeste clubs verdienen absoluut een groot compliment. De inspanningen gericht op gezondmaking zien wij terug in de cijfers.”

Maar die bewuste dag in mei 2011, op het bordes van het Eindhovense stadhuis, speelt een cruciale rol bij de cijfers van PSV en het gemiddelde bedrijfsresultaat van de betaald voetbalclubs in Nederland. Zonder de grondverkoop had PSV geen winst van ruim 27 miljoen euro geboekt, maar een verlies van 6,6 miljoen euro, zo liet de club in november al weten bij de presentatie van de jaarcijfers. Een seizoen eerder was dat verlies 15,5 miljoen euro. PSV zat in de problemen, omdat het een aantal seizoenen geen Champions League-voetbal speelde. Daardoor waren de uitgaven elk seizoen circa 70 miljoen euro, tegenover 50 miljoen euro aan inkomsten. Met onder andere de grondverkoop is het ontstane verlies gesaneerd.

Tiny Sanders, algemeen directeur van PSV: „We hebben een paar jaar op te grote voet geleefd, omdat we er in de begroting van uitgingen dat we Champions League zouden spelen. Dat zal niet meer gebeuren. Volgend jaar zullen we niet weer zo’n grote winst boeken, maar we zetten de stijgende lijn door en daarmee zijn we uit de rode cijfers.”

Competitievervalsing. Zo werd de betaling van de Eindhovense gemeente aan PSV door critici genoemd. Sanders: „Weet je wat pas oneerlijke concurrentie is? Dat wij nog een stadion in bezit hadden en andere clubs niet. Ajax en Feyenoord hadden geen kosten aan hun stadion. Wij wel. Dát was oneerlijk. Nu hebben wij net als bijna alle clubs geen eigen stadion meer. Gelijke kansen.”

De breedste glimlach lag gisteren om de mond van Feyenoords algemeen directeur Eric Gudde. Na jaren van financiële malaise – „we waren blij als we twee maanden vooruit konden” – schrijft Feyenoord weer zwarte cijfers. De club boekt een winst van 6,5 miljoen euro, tegenover een verlies vorig jaar van 6,3 miljoen euro. Dit is voornamelijk te danken aan fors snijden in de eigen kosten. Een paar jaar geleden had Feyenoord nog een schuld van 43 miljoen euro.

Volgens Gudde hoeven de supporters in Rotterdam-Zuid zich geen zorgen te maken dat het opnieuw misgaat: „We gaan geen gekke dingen doen. Onze eigen jeugd blijft het speerpunt. Van de nood hebben we een deugd gemaakt, en bovendien hebben we met Ronald Koeman een trainer die talenten kansen geeft.”

PSV-directeur Sanders ziet het helemaal zitten volgend seizoen. Hoewel zijn club nu bovenaan staat, is het spelen van Champions League-voetbal voor de begroting dus niet meer noodzakelijk. Het negatieve verschil tussen uitgaven en inkomsten (circa 5 miljoen euro) wordt opgevuld door het Amerikaanse Fox. Dat mediabedrijf kocht onlangs de rechten van de eredivisie. De clubs gaan er goed aan verdienen. Sanders: „Dat vult ons laatste gaatje.”

    • Enzo van Steenbergen