Istanbul moet modern en vroom zijn

Istanbul wordt overhoop gehaald volgens de visie van de Turkse machthebbers. Vroom, maar marktvriendelijk. Inspraak voor de bevolking: nul.

Vraag taxichauffeurs er niet naar. Richting Taksim? Vergeet het maar. „Je kunt er niet in of uit.” Niet alleen automobilisten, ook voetgangers vloeken zich een weg langs de afzettingen en houten schotten die de bouwput moeten verhullen die het centrale plein van Istanbul geworden is. Dat ongemak duurt slechts acht maanden. Maar het resultaat van de verbouwing zal de slag beslechten om het hart van Istanbul. Die slag duurt al veel langer en staat symbool voor de veranderingen in heel Turkije. De plannen: een voetgangerszone, met een grote doorzichtige koepelmoskee, en aan de noordflank een winkelcentrum.

Taksim is het plein van de republiek, dat het standbeeld draagt van haar grondlegger wiens dood in 1938 hier ieder jaar wordt herdacht. Kemal Mustafa Atatürk droeg zijn volk op godsdienst en de openbare ruimte van elkaar gescheiden te houden. In zijn naam bouwden zijn aanhangers, de Kemalisten, hier hun opera aan het plein: een theater voor westerse waarden. De laatste premier die het in zijn hoofd haalde om op dit plein een moskee te willen bouwen was de gelovige Necmettin Erbakan. Hij werd in 1997 door het leger afgezet omdat hij een gevaar zou zijn voor het seculiere karakter van de republiek.

„Dit is een plein voor vieringen en protest. Een ruimte die noch religie noch ideologie verdraagt”, zegt Aktif Atlar, stadsplanner, architect en lid van de actiegroep die fel tegenstander is van de rappe metamorfose van het stadshart. „Maar de moskee op het plein wordt een ideologische handtekening, een monument voor de huidige machthebbers.”

Premier Erdogans AK-partij is tien jaar aan de macht. Ontsproten uit de partij van de onttroonde premier Erbakan, maar machtiger. Recep Tayyip Erdogan, burgemeester van Istanbul tijdens de coup van 1997, kreeg bij de verkiezingen van vorig jaar vijftig procent van de stemmen. „We vereffenen geen oude rekeningen met de republiek”, verzekerde hij deze week tegen de leden van de oppositiepartij CHP, ooit opgericht door Atatürk. „Het potentieel van Turkije werd nooit gebruikt na het overlijden van Atatürk. We verspilden al onze energie aan staatsgrepen.”

Taksim ligt in het hart van de wijk Beyoglu. Uitgaanscentrum aan de Europese kant van de Bosporus, voormalig thuis van niet-islamitische minderheden, Grieken, Armeniërs, joden. Alle verandering wordt hier met argwaan ontvangen. De terrassen zijn ook al gesloten, op last van het gemeentebestuur dat van dezelfde partij is als premier Erdogan. Een hetze tegen hun alcohol, roepen boze cafébazen. Strijd tegen het illegaal gebruik van de trottoirs, verdedigt de burgemeester zich.

In die atmosfeer van wantrouwen tussen gelovigen en westerse Turken aan weerszijden van de diepe kloof dwars door de samenleving, had het nieuwe project betere uitleg verdiend. Dat denkt zelfs de architect van het nieuwe plein. „We moeten zelfkritisch durven zijn. We hebben het publiek onvoldoende geïnformeerd”, zegt Halil Onur. Er was geen inspraak. Het bedrijf dat Taksim opnieuw ontwerpt, werd aangewezen door de regering. De architect verzekert dat Taksim na de verbouwing zijn identiteit als plein van alle Turken zal behouden. „Gelooft u mij.”

Maar Taksim is slechts zinnebeeld. Als grootste stad van Turkije ondergaat Istanbul de snelste veranderingen in zijn bestaan. Premier Erdogan wil dat de honderdste verjaardag van de Turkse republiek in 2023 een monument wordt van zijn regeerperiode. Rond de heuvel van Taksim worden de armen verjaagd en verschijnen dure appartementen en galerieën. Er wordt een kanaal gegraven, parallel aan de Bosporus, als nieuwe vaarroute. Er worden tunnels onder die Bosporus aangelegd, en een derde brug gebouwd die Europa met Azië verbindt. Bossen maken plaats voor wijken als Umraniye, dat in twintig jaar tijd vertienvoudigde in inwonersaantal. De oude waterreservoirs in het noorden van de stad worden volgestort met beton. Pessimisten voorspellen een drinkwatercrisis.

Op de Aziatische oever van de Bosporus, is op de enige plek waar nog bomen staan de grootste moskee van het land gepland. De moskee van Camlica moet plaats geven aan 30.000 gelovigen. Net als rond Taksim zijn ook hier hotels gepland en winkelgalerijen. Een Istanbul modern en vroom als Dubai. „Mosques and malls, dat is het idee”, zegt stadsplanner Atlar.

„De stad wordt als instrument gebruikt in een nationalistisch en elitair project, dat wordt opgelegd aan de bevolking”, zegt architect Korhan Gümüs. Dat was vroeger niet anders. De sultans bouwden zo hun zetel in het Ottomaanse Rijk, en moderniseerden het pas als zij het nodig vonden. En ook de modernisering en verwestersing van de stad na de val van het Ottomaanse Rijk door Atatürk en zijn volgelingen werd van bovenaf opgelegd.

Tegenover de opera van de Kemalisten komt nu de moskee van de fundamentalisten. „De armen worden het centrum uitgejaagd. Maar de regering zet een moskee neer om te verhullen dat dit een even elitair project is als de opera van de Kemalisten.” Gümüs noemt dat de crisis van de transformatie in Istanbul. De macht staat gelijk aan geld in Turkije, niet aan ideeën. Het volk volgt.

Rond Taksim moeten de kebabtentjes plaatsmaken voor een nieuwe winkelgalerij en de nieuwe moskee. „We moeten plaatsmaken voor een moskee die straks door nog geen 15 mensen wordt gebruikt”, zegt de eigenaar van een schoenwinkel aan de rand van het plein, Mahmut Cimsek.

De Ottomaanse kazernes op Taksim die nog door Atatürks opvolger Ismet Inönu werden vernietigd in de moderniseringsdrift van de Kemalisten, worden in ere hersteld. „Zo willen de nieuwe machthebbers het Kemalisme isoleren in de geschiedenis”, zegt architect Gümüs. „Het plein is nu van hen. De moskee wordt gebruikt om aan te tonen dat de ene elite is vervangen door een andere.”

    • Bram Vermeulen