'Het operapubliek moet veel slikken'

Guus Mostart heeft in zijn loopbaan veel jong talent een kans gegeven. Deze maand gaat hij met pensioen bij de Nationale Reisopera.

La Cenerentola Puccini De Nederlandse Reisopera 2010/Fotografie Marco BorggreveMuzikale leiding:Trisdee na PatalungRegie en dŽcor Michiel Dijkema:Kostuums: Claudia DammLicht: Bas BerensenKoor van de Nationale Reisopera Het Gelders Orkestwww.reisopera.nl

Hij heeft nog geholpen met de doorstart van de door bezuinigingen zwaar getroffen Nationale Reisopera en gaat nu met pensioen. Op 1 januari neemt Guus Mostart na 12 jaar afscheid als intendant van het gezelschap uit Enschede.

Daarmee komt een einde aan een veertigjarige operacarrière, die zich ook afspeelde in Engeland en Canada. Mostart heeft dus een uitstekend overzicht van de operaontwikkelingen. Hij gaat steeds vaker weg in de pauze. „Zonnebrillen, camouflagepakken, rolstoelen: regisseurs grossieren in vermoeiende clichés. Het moet kennelijk altijd weer maatschappelijk geëngageerd zijn, maar dit geschiedt veel te letterlijk. Het publiek heeft het maar te slikken”, constateert hij. „Als intendant moet je je verantwoordelijkheid nemen. Ik heb eens een Tosca afgekeurd die zou plaatshebben in een voetbalstadion in Chili. Pinochet en Puccini? Veel te vergezocht en gedateerd.”

Mostart constateert dat opera in de Nederlandse samenleving veel minder leeft dan in de grote Europese landen. „In Duitsland regeert het regieconcept. Engeland is tekstgetrouwer en naturalistischer. Ik denk dat we in Nederland geen eigen opera-identiteit hebben. Pierre Audi trekt – terecht – met prachtige producties alle aandacht naar Amsterdam. Maar Nederlandse recensenten komen helaas nauwelijks in het buitenland en kunnen dus slecht vergelijken.”

Mostart heeft in zijn loopbaan voor jonge, oorspronkelijke talenten gekozen. Bijvoorbeeld Michiel Dijkema, een regisseur die hier vrijwel onbekend is maar in Duitsland grote carrière maakt. Toen hij nog studeerde wilde hij eens afspreken met Mostart. Dijkema kreeg die afspraak en mocht vervolgens assisteren in een productie – gevolgd door een aantal zelfstandige regies. „In dat eerste gesprek leek hij me een interessante jongen met een bizar gevoel voor humor”, zegt Mostart.

Het is tekenend voor de werkwijze van Mostart. Hij was in de selectie van zangers en regisseurs niet gevoelig voor trends, volgde zijn instinct en bleef altijd op zoek naar de nieuwste talenten. „Ik probeerde altijd zangers te vinden die een roldebuut maakten. Dat leidt tot een frisse aanpak, er is dan geen ingeblikt idee. En je verrast met nieuwe casts.” Met veel zangers wist Mostart een loyale band op te bouwen.

Als intendant ontdekte hij Christianne Stotijn, die net van het conservatorium kwam. „Ik gaf haar een rol in Händels Arianna in Creta en hielp bij het zoeken van een agent. Ze zou ook in Thyeste van Jan van Vlijmen en Hugo Claus zingen, maar toen vroeg Haitink haar voor Mahler. Dat had voorrang.”

Langduriger was de relatie met bariton Thomas Oliemans. Met Reisoperaproducties van Britten, Puccini, Henze, Händel en Wagner kon hij als operazanger groeien. Nu heeft hij zijn eerste dragende rol bij De Nederlandse Opera, als Papageno in Die Zauberflöte.

Mostart, inmiddels geridderd voor zijn verdiensten, was niet het type intendant dat pas bij de generale kwam kijken. Coachen en aansturen, hij kon het niet laten. Mostart: „Ik heb vroeger ook opera’s geregisseerd, ik weet dus hoe het is om een toneelruimte dynamisch te laten werken.” Zijn laatste en zeer prestigieuze regie was in 1991 in de Metropolitan Opera in New York: Mozarts Zauberflöte met Kathleen Battle. „Maar om mij heen zag ik mensen die veel beter waren, en toen ben ik gestopt.”

Ook met regisseurs ontstond een band. Antony McDonald, die een spraakmakende Ring van Wagner in Enschede ensceneerde, was eerder al verantwoordelijk voor King Priam van de Britse componist Michael Tippett. „Een onterecht onbekend meesterwerk”, vindt Mostart, „rauwer en filosofischer dan de muziek van Britten waar ik overigens ook fan van ben. Antony maakte bij King Priam schitterende abstracte decors, een tijdloze enscenering.”

Dus mocht McDonald ook Wagners vierluik maken. Hoewel McDonald een veteraan is, bleef Mostart betrokken. „Het werd prachtig, maar we zijn soms gebotst. Dan had ik andere ideeën over de personenregie, die wilde ik soms wat scherper geprofileerd zien. Of neem het vuurwerk aan het eind van Götterdämmerung: ik had liever echt vuur gehad in plaats van een projectie.”

Zijn afscheid valt toevallig samen met de doorstart van de Reisopera. „Dat is zuur voor de mensen die we moeten ontslaan, het enige bezuinigingsargument was immers een financiële.” Zelf zegt hij nu met pensioen te gaan. Een gelegenheid om het regisseren weer op te pakken? „Heel misschien. Maar dan ergens in de marge, ik heb drempelvrees.”

    • Floris Don