Het dal slokt alles op

Twee Nederlandstalige debutanten haken aan bij de Angelsaksische en apocalyptische literaire traditie. Ze laten hun lezers het water naar de lippen stijgen.

Het mag zo zijn dat het klimaat verandert, de zeespiegel stijgt en de zomers natter worden, maar de meeste schrijvers van de Lage Landen worden er niet warm of koud van. Onverstoorbaar blijven ze egodocumenten produceren, schijnbaar onder het motto, ‘na ons de zondvloed’.

De debuutromans van Eva Moraal en Roderik Six – de een Nederlands, de ander Vlaams – springen daarom direct als afwijkend in het oog. Met Overstroomd en Vloed hebben ze het aangedurfd aan te haken bij de Angelsaksische dystopische en apocalyptische literaire traditie die de laatste jaren al een stroom aan boeken heeft opgeleverd.

Cultuurpessimistische toekomstverhalen bestaan al eeuwen. Mary Shelley zette met Frankenstein (1818) en The last man (1826), haar verhaal over de enige overlevende van een wereldvernietigende epidemie, de moderne sciencefiction en (post)-apocalyptische roman stevig op de literaire landschapskaart. Duistere visioenen over de toekomst en het einde der tijden duiken steeds weer op. Het is niet de vraag of, maar hoe we zullen uitsterven. Stort de hemel op ons neer? Breekt er een pandemie uit? Of verzuipen we met z’n allen?

Alle verhalen zijn al een keer verzonnen, maar de zondvloed blijft favoriet.

De debuten van Six en Moraal verschillen behoorlijk. Moraals dystopische roman Overstroomd speelt zich af in een verre toekomst: de tijd na de allesvernietigende ‘Grote Overstromingen’ die Nederland hebben opgedeeld in strikt gescheiden droge gewesten voor de rijke elite en natte gewesten voor het arme werkvolk, waarvan de ontstaansgeschiedenis – en dat geldt ook voor de nieuwe (ondemocratische) bestuursvorm – helaas onvoldoende wordt toegelicht.

Six’ Vloed daarentegen beschrijft een nabije toekomst, waarin vier studenten (twee jongens, twee meisjes) zich de laatste overlevenden wanen, nadat onophoudelijke regenval de Apocalyps ingeluid lijkt te hebben.

Je zou ook kunnen zeggen dat Moraal het zichzelf moeilijker heeft gemaakt dan Six. Die laatste laat de maatschappelijke consequenties van de zondvloed bewust buiten beeld. In Vloed is de wereld simpelweg weggespoeld, terwijl in Overstroomd juist sprake is van een nieuwe maatschappelijke orde. Het blijkt echter niet eenvoudig om die geloofwaardig vorm te geven.

De toekomst waarop Moraals verhaal rust, dient slechts als achtergrond voor de nogal voorspelbaar uitgewerkte coming-of-age van hoofdpersonen Max (‘een Natte’) en Nina (‘een Droge’) die, wanneer blijkt dat de verdachte verdrinkingsdood van Max’ vader en Nina’s zusje met elkaar te maken hebben, in elkaars armen worden gedreven, waarna een zoetsappig Romeo en Julia-verhaal volgt.

Dat Moraals roman is uitgebracht als young adult-roman getuigt van een dubbel misverstand: als het om de toekomst gaat willen jongeren, met nog een lang leven te gaan, méér dan het zoveelste liefdesverhaal. Bovendien is het onderscheid tussen toekomstromans voor jongeren en volwassenen gekunsteld.

Gelukkig dwingt Roderik Six wel tot reflectie op onze eigen tijd, toch het doel van de literaire doemdenker. Hij verontrust je vanaf het allereerste begin en roept met krachtige beelden een naargeestige, surrealistische sfeer op.

Stel je voor: een uitgestorven stad. Lege straten. Gebarricadeerde huizen. En overal water. En regen. Natuurlijk. Het regent voortdurend. Zichtbaar, hoorbaar, voelbaar. Soms hard. Soms zacht. ‘De druppels zijn niet bij te houden’. Maar ‘uiteindelijk belanden ze allemaal in het dal. Het dal slokt alles op. Voegt steeds hoger gelegen straten aan zichzelf toe. Het dal is onverzadigbaar’. Alleen bovenop het dak van een hooggelegen studentenflat zijn nog enkele mensen, die proberen te overleven.

Het gaat Six om de psychologische gevolgen van de watervloed. En die werkt hij en geloofwaardig uit, in een intrigerend verhaal dat thrillerachtige allure krijgt naarmate de spanning tussen het viertal toeneemt en een van hen verongelukt.

Je kunt Six ervan beschuldigen dat hij, ondanks de terugblikken van de ik-persoon, net als Moraal, onvoldoende verduidelijkt wat in het nabije verleden nu eigenlijk is gebeurd en hoe het in ons digitale tijdperk mogelijk is dat een groepje studenten daar kennelijk ook geen weet van heeft.

Toch overtuigt Vloed. Omdat Six’ personages regelmatig ‘ultra’ roken, een harddrug die ‘het wazige achterste gedeelte van de geest ontsluit’ en tot hallucinaties leidt die zodanig zintuiglijk en bloemrijk worden verbeeld dat je niet goed weet welke werkelijkheid Six beschrijft. En ook omdat de personages – anders dan in Overstroomd – relevante existentiële vragen stellen. Wat doe je als je waarlijk de laatste bent? Als ‘een briesje voldoende is om je weg te blazen’? Six zet ons indrukwekkend nietig neer. Zolang de zondvloed nog moet komen, is het in alle opzichten een betekenisvol boek.

    • Mirjam Noorduijn